Niemand wint in Griekenland - Ivan Van de Cloot

Opnieuw heeft men bewust de limieten van de catastrofe opgezocht. Zo’n politiek van "brinkmanship" wordt typisch regelmatig afgewisseld door het inlassen van een pauze. Hierbij doen beiden spelers enkele stappen terug van de afgrond, waarop het spel opnieuw kan beginnen. Vooral door dit kopen van tijd wordt het Griekse drama tot nu toe gekenmerkt en daar is de nieuwe ontwikkeling (het nee bij het referendum) geen uitzondering op.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Staatsmanschap

Toen ik recent een lezing gaf over de europolitiek aan de Universiteit Antwerpen met Herman Van Rompuy,  gaf die zijn ervaringen als voorzitter van de Europese Raad mee. Erg opvallend was zijn uitspraak dat de Europese leiders hierbij alleen handelen als drie voorwaarden tegelijkertijd vervuld zijn. Ze moeten met de rug tegen de muur staan, in de afgrond kijken én het mes op de keel hebben.

De verleiding is altijd groot te denken dat het allemaal ligt aan het ontbreken van politici met echt leiderschap. Het is moeilijk hierover te oordelen, maar laten we niet vergeten dat Socrates al zei: "We hebben geen weet van een enkele goede staatsman in deze stad." De standaard in de politiek is nu eenmaal wat ze is. Daarbij is het eerder bevreemdend dat velen "hoogwaardigheidsbekleders" capaciteiten blijven toedichten die niet realistisch zijn.

Af en toe staat er natuurlijk iemand op met zogenoemd charisma. Die maakt dan een pleidooi dat er eigenlijk geen reden is voor al de imperfectie van het moment. Obama is een recent voorbeeld waarbij de kiezer de keuze voorgeschoteld kreeg van een stem in ruil voor het begin van de perfectie.

De eeuwige verleiding

Het is een eeuwige verleiding die zich ook vandaag met de Griekse crisis voordoet. Ook hier zijn er die voorspiegelen dat een land met grote structurele economische gebreken en een zieke combinatie van cliëntelisme en corruptie even zijn problemen kan oplossen. In de geschiedenis zijn er talloze momenten van wanhoop geweest waarop revolutionairen voorspiegelden dat, áls het volk maar zou kiezen voor de revolutie, de verlossing van alle miserie voor het grijpen ligt.

Vandaag is empathie met het lijden van de Griekse burger gepast. Toen de excessen van het goedkope geld echter deze catastrofe onvermijdelijk maakten, zou elke waarschuwing daarover met niet meer dan schouderophalen zijn ontvangen.

Ken uw geschiedenis

De menselijke ervaring leert ons dat onvermogen om de realiteit van fictie te onderscheiden het ergste is wat een maatschappij kan overkomen. De voorbije jaren toonden echter dat het beslissingsnemers vaak net schort aan enige kennis van de geschiedenis.

Alleen al de voorbije 150 jaar zijn er verschillende pogingen geweest op het Europese vasteland om een muntunie te introduceren. Bij de creatie van de euro werden de lessen uit alle falingen daarvoor (zoals bij de Latijnse Muntunie en de Scandinavische muntunie) straal genegeerd. Dat vooral (geo-)politieke drijfveren gehanteerd worden voor lidmaatschap van de Europese Unie is wellicht aanvaardbaar maar het idee dat lidmaatschap van een muntunie op dezelfde wijze beslecht wordt, is niet minder dan roekeloos.

Toch bewijst net de casus Griekenland dat dit de wijze is waarop Europese leiders te werk zijn gegaan. Er is veel mismanagement vanwege Griekenland. Zij zullen de gevolgen dragen. Er is ook veel mismanagement aan de zijde van de leiders van de EU geweest. Dat zij persoonlijk daarvan ook de gevolgen dragen, is veel minder zeker.

Eeuwig tijd kopen?

Tot vandaag bleek het favoriete antwoord op diepe problemen om de zaken eenvoudigweg voor ons uit te schuiven. Extreem behulpzaam is daarbij de deugd van de hypocrisie.

Bij het opstellen van de "reddingsprogramma’s" ging men er gemakshalve van uit dat Griekenland een sterk economisch herstel zou meemaken met "pie in the sky" optimistische groeivooruitzichten. Zij die wezen op het onrealisme daarvan werden net niet met inciviek gedrag bestempeld.

Bij de aanloop van de creatie van de eurozone merkten kritische economen ook snel dat ze niet meer uitgenodigd werden bij de besprekingen daarover.

De financiële crisis had ook te maken met groepsdenken waarbij elke kritische attitude bezweek onder de groepsdruk. Men zou dan kunnen hopen dat daaruit lessen getrokken worden om tunnelvisie en bunkermentaliteit te vermijden.

Ik beschrijf in het boek Roekeloos dan ook mijn consternatie toen Luuk Middelaar, de speechschrijver van Herman Van Rompuy, vorig jaar stelde dat zelfs met de huidige kennis de Europese Unie Griekenland tot de euro zou toelaten. Hierdoor rijst de vraag naar de mate van voortschrijdend inzicht in Europa. Hoe wijs is het bijvoorbeeld dat een land dat toetreedt tot de Europese Unie ook verplicht is om tot de eurozone toe te treden? Leert de geschiedenis net niet dat voor een muntunie veel selectiever moet omgegaan moet worden met de keuze van de leden?

Een vervelend obstakel

Uiteraard kan de realiteit een vervelend obstakel zijn voor degenen die zich als grote visionaire denkers beschouwen, maar de confrontatie met de werkelijkheid blijft wel een must. Net wegens de neiging van de mens om zijn kop in het zand te steken, hebben we met name inzake financieel beleid speciale organisaties gecreëerd.

Keynes sprak destijds over de noodzaak van een instelling als het Internationaal Muntfonds om aan "ruthless truthtelling" te doen. Ook in de eurocrisis zijn we veelvuldig door een ontkenningsfase moeten gaan, zowel op het niveau van de lidstaten als het Europese niveau. Een ondernemer die systematisch onrealistisch is, zal snel de boeken kunnen toedoen. In de politiek kan je problemen echter gemakkelijker uitstellen, zeker als je ook nog eens de geldcreatie al dan niet indirect kan controleren.

Uiteraard moeten we accepteren dat de complexiteit van het oplossen van de eurocrisis onvermijdelijk tot een proces van vallen en opstaan leidt in de aanpak ervan. Het Europees project kan als een antwoord worden gezien op wat Harvardprofessor Dani Rodrik het trilemma van de wereldeconomie noemt. Er is een interne contradictie tussen democratische politiek, de natiestaat en diepe economische integratie. Door de globalisering moet je bijvoorbeeld vaker oplossingen zoeken op internationaal niveau, wat noodzakelijkerwijs afbreuk doet aan de soevereiniteit van de natiestaat.

Het moet nog blijken in hoeverre dit een meer realistische ambitie is dan bijvoorbeeld de goudstandaard die het mogelijk maakte om de natiestaat te verzoenen met economische integratie maar daardoor wel minder ruimte liet voor politieke arbitrage. De hoop was dat in Europa de kloof tussen de inzichten en waarden van verschillende gemeenschappen gedicht kon worden om met deze contradicties om te gaan. De toekomst zal uitwijzen in welke mate dit realistischer is dan de utopie van de wereldregering die in de geschiedenis zoveel onheil heeft veroorzaakt.

In die zoektocht zou het erg te betreuren zijn indien rationele kritiek op dit Europees politiek proces per definitie als het radicaal verwerpen van het Europees project gelezen wordt. Dat doen we toch ook niet met kritiek op de nationale politiek?

De contradictie tussen nationale democratie en lidmaatschap van een muntunie is iets dat al decennia bediscussieerd wordt maar dat pas nu in Europa ook doordringt bij brede lagen van de bevolking. Onderhandelaars kunnen wel hervormingen op papier zetten met de bedoeling de Griekse economie weer op de sporen zetten. Als de Grieken zulke hervormingen als een onaanvaardbare inmenging in het Griekse beleid ervaren, dan loopt de spanning tussen nationale democratie en lidmaatschap van een muntunie inderdaad heel hard op.

Wishful thinking

Van begin af was er veel wishful thinking in het spel waarbij men er gemakshalve van uitging dat zo gauw het Europese hulpplan van start ging, de economische situatie snel zou opklaren.

Dit was overigens niet alleen zo bij de Europese Commissie, die er veel te gemakkelijk van uitging dat zware besparingen geen nadelige groei-impact zouden opleveren. Evengoed moet de naïviteit aangegeven worden van hen die het zo voorspiegelden alsof transfers na enkele jaren van Griekenland automatisch een dynamische regio zouden maken. De waarheid is dat dit decennia zou moeten worden volgehouden, met onzekere resultaten. Is er een draagvlak voor een transferunie op Europese schaal zoals bestaat in Italië?

Nu wordt nogal eens door Europese verantwoordelijken gezegd dat het land voor het aantreden van Syriza eindelijk op weg was naar een duurzaam economisch herstel. Dit is evengoed een voorbeeld van de ziekte met de naam wishful thinking. Griekenland kan zijn schulden niet terugbetalen en zolang dit niet aangepakt wordt, blijft het armoede troef.

Dat vandaag door de Europese hulpprogramma’s de rentelast in Griekenland onder het niveau van Frankrijk of Italië ligt, is daarbij niet de juiste maatstaf. Een schuldoverhang van 175% van het nationaal inkomen betekent dat niemand rationeel durft investeren. Al je vruchten kunnen ooit wegbelast worden. Factoren die cyclische evolutie op korte termijn bepalen, zijn niet dezelfde die lange termijn groeicapaciteit bepalen.

Feitelijk betekent dit dat zolang de overmatige schuld niet wordt aangepakt, de zekerheid van eigendomsrechten voor iedereen die investeert op de helling staat. Laat nu net dat zijn wat tot de belangrijkste groeivoorwaarden op lange termijn behoort.

Fataal negeren van de realiteit

De meeste opvattingen over de Griekse crisis worden gedreven door de opvatting dat het niet correct is om aan schulden te verzaken. Onderliggend gaat het daarbij inderdaad om de integriteit van het economisch weefsel. Als zomaar contracten verbroken worden, zal heel het economisch proces snel disfunctioneel worden. Op dat inzicht zijn veel van onze economische instincten geënt.

Evengoed hebben we echter over de eeuwen mechanismen ontwikkeld om schuldenaars te laten doorstarten. Het is ook in de bedrijfswereld courante praktijk om in te zien dat het niet altijd loont om de laatste euro te blijven opeisen. Maar dit botst dus wel op nogal wat fairness-opvattingen die ook hun bestaansreden hebben om dergelijke contractbreuken als afwijkingen op de norm te laten gelden.

Daarom zijn dan ook instellingen zoals het Internationaal Muntfonds (IMF) in het leven geroepen om houdbaarheidsanalyses van soevereine schulden te maken. Net omdat nationale politici nogal eens de fictie boven de realiteit verkiezen, al dan niet uit zelfbehoud.

Dubbele verantwoordelijkheid

In het geval van Griekenland heeft de expertenlogica van het IMF finaal echter de duimen moeten leggen. En dit voor de politieke logica van de Europese beslissers die optimistische groeivooruitzichten bleven hanteren om toch maar te blijven geloven in de houdbaarheid van de Griekse schuld. En dus ook voor hen die een tweede bail-out voor de banken geruisloos wilden uitvoeren waarbij dezelfde namen eerst massaal belegd hadden in rommel uit de VS en dan in Griekenland.

Roekeloos lenen creëert een verantwoordelijkheid aan twee kanten. Laat staan dat de leerling-tovenaars beseften dat het zelfs niet in de eerste plaats om een begrotingsprobleem ging maar om een diep competitiviteitsprobleem. Weg was het oude economische inzicht van de Engelse econoom David Ricardo dat stelt dat je een concurrentienadeel van 10% nog kan proberen te bekampen met loonmatiging en matiging van overheidsuitgaven, maar als dit oploopt tot 30% de pijngrens die een land kan dragen sowieso overschreden wordt.

Negeren dat een devaluatie van de munt onvermijdelijk kan worden, is het licht van de zon ontkennen. Dat dit vaak gebeurt door beleidsmakers die in eigen land nog geen competiviteitscorrectie van enkele procenten kunnen realiseren, ontgaat (gelukkig voor hen) de meesten.

Hoeveel eerlijkheid eisen we?

Een fundamentele vraag is hoeveel eerlijkheid we van onze eigen politici eisen. Enerzijds is er de groep Europese politici bij wie al lang de overtuiging bestaat dat Griekenland in elk geval de euro verlaat. Voor hen draait het vooral om de perceptie dat wanneer dit gebeurt, dit als uitsluitend de eigen keuze van de Grieken overkomt. De Pontius Pilatus-strategie dus. Anderzijds is er de groep die een exit tegen élke prijs wil vermijden. Hun uitdaging is de vraag uit de weg te gaan hoe lang steunprogramma’s dan nog wel zullen moeten lopen. Mochten kiezers immers beseffen dat dit decennia kan zijn, dan is hun case bij voorbaat verloren. Alleen door de schijn te wekken dat dit op enkele jaren kan gebeuren, behouden ze enige overtuigingskracht.

Dat recent het filmpje opdook waar toenmalige premier Leterme op zijn bekende wijze verklaarde dat ons land geld zou verdienen aan de Griekse leningen, komt dan uiteraard ongelegen.

Omzeggens elke hond met een hoedje op heeft nu zijn mening over de Griekse casus gevormd en kan daar nauwelijks nog van afgebracht worden met welk argument dan ook. Het wordt echter dringend tijd dat ook de discussie gevoerd wordt over het ontbreken van voortschrijdend inzicht inzake nieuwe toetreders.

Nog belangrijker zijn de lessen die we moeten trekken over de politieke besluitvorming, die te vaak tot stand komt met totale verachting voor de realiteit. Kleine kinderen mogen dan wel hopen op een wereld waar alle harde keuzes uit de weg gegaan kunnen worden. Er maar van uit blijven gaan dat de bevolking de waarheid niet aankan, kan niet anders dan op termijn zuur opbreken. Een te grote tolerantie voor leugens beoefent men enkel op eigen risico. Het gelag wordt steevast betaald...

(Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom Itinera Institute en executive professor Antwerp Management School. Auteur van het boek Roekeloos, over de crisis in de eurozone.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.