Fiets(on)geluk - Luckas Vander Taelen

Geen twee dagen vóór de feestelijke transformatie van de Brusselse binnenstad tot voetgangers- en fietsparadijs werd ik in het centrum van de stad aangereden, kwam op de grond terecht en brak mijn arm. Een kwarteeuw fiets ik nu al in Brussel, van oost naar west en van zuid naar noord, alle 19 Brusselse gemeenten doorkruisend, in regen of zon; sneeuw of wind kunnen me niet deren.

In die 25 jaar heb ik veel ledematen gekneusd, gekwetst en gebroken, maar niet één keer was dit door een boze automobilist. Telkens had ik mijn onheil aan mezelf te danken: te snel door een bocht, een glibberig tramspoor niet gezien... Maar ondanks dit sporadisch ongemak heb ik er 25 jaar fietsgeluk opzitten.

Ik heb fietsen in Brussel nooit onveilig gevonden. Misschien komt dat omdat ik van kleins af aan in de stad heb leren fietsen en auto's als natuurlijke en gevaarlijke predatoren heb leren mijden. Hoe vaak heb ik die vele jaren aan mensen die zich niet konden voorstellen dat er überhaupt gefietst werd in de hoofdstad van Europa dit niet moeten uitleggen: dat het grootste probleem voor een fietser in Brussel minder het verkeer dan wel het reliëf is. Brussel is op meer heuvels dan Rome gebouwd en er zijn dan ook zeer vele hellingen en steile straten, waarvan enkele voor een serieuze schifting zouden kunnen zorgen in een rit in de Ronde van Frankrijk.

Ooit is zo een bergachtige straat in mijn gemeente Vorst zelfs uitgekozen als aankomstplek van een Tour-etappe ! Als U deze zomer per fiets in de stad bent, moet U er maar eens een uitstapje maken naar de onwaarschijnlijk steile Mysteriestraat. De helling van de 300 meter lange straat ervan is zo sterk, liefst 12 %, dat ze een paar jaar geleden afgesloten werd voor gemotoriseerd verkeer. Maar dit geheel terzijde...

Zondebok

Want daar lag ik dan, tegen de keien van die Brusselse straat, enigszins KO. Ik was nauwelijks recht gekrabbeld toen de chauffeur en zijn passagier me niet vroegen hoe ik me voelde, maar me begonnen uit te schelden. Blijkbaar had de op handen zijnde verfietsing van het centrum hun geesten danig verhit, want één van hen schreeuwde “dat het door mensen zoals ik” kwam dat hij moest verhuizen uit Brussel!

Mijn hoofd duizelde al even erg als gevolg van mijn val als door de vreemde bewering van die man die ik nog nooit ontmoet had maar die mij een grote macht scheen toe te schrijven. “Ik heb mijn wagen nodig voor mijn werk en nu hebben mensen zoals U en Phillippe van Parijs ervoor gezorgd dat ik de stad niet meer uit kan!”

Ik was enigszins vereerd vereenzelvigd te worden met professor Van Parijs, die geijverd had voor het verkeersvrij maken de Brusselse boulevards. Mijn aandeel in de beslissing van het Brusselse stadsbestuur is geheel en al onbestaande en voor de verhuis van die man voelde ik me al evenmin verantwoordelijk . Maar het zicht van een fietser had op hem het effect van een rode lap op een opgefokte stier. Hij stond zich op te winden naast een dure Audi, zonder enige twijfel één van de miljoen bedrijfswagens, die er mede voor zorgen dat er zelfs met een dure Audi geen doorkomen meer aan is.

En de dagelijkse stilstand in een dure auto is natuurlijk frustrerend, in die mate dat er een zondebok gezocht moet worden. En de fietser is dan het ideale slachtoffer. Want hij staat nooit in de file en lijkt bovendien nog plezier te hebben bij zijn verplaatsingen. Niet één keer heeft de chauffeur noch zijn passagier enige bekommernis om mij getoond. Ik denk dat dit niet eens zo abnormaal is: als je uren doorbrengt in een perfect geïsoleerde stalen cabine met radio en airco, verlies je alle contact met de realiteit aan de buitenkant.

De arrogante chauffeur had als excuus gemompeld dat hij me niet gezien had. Ik zou dit wel hopen, dat het geen doordachte aanslag was. Toen ik recht gestrompeld was, vroeg hij of we konden “besluiten”. Ik was net iets te groggy om de pijn in mijn elleboog te voelen. Hij reed weg en ik was 's avonds op spoed omdat de pijn niet te meer te harden was. Scheurtje in elleboog, zes weken immobiliteit. Het heeft me niet belet met mijn arme arm in een draagzak de verkeersvrije boulevards te vieren. Ik wens de anonieme chauffeur en zijn passagier een aangename fietsvakantie toe.

(Luckas Vander Taelen is gewezen parlementslid voor Groen en muzikant.)
 

lees ook