"Chinese bubbel nog niet gebarsten, wel barsten in de bubbel"

De aandelenmarkten in China stapelden de voorbije weken de verliezen op en er lijkt voorlopig geen einde te komen aan de rode cijfers. Wat ligt aan de basis van die Chinese beurscrash? En moeten we ons hier ook zorgen maken? We vroegen het aan enkele experts.

Wat is er aan de hand in China?

"Er wordt al een paar jaar gewaarschuwd voor een Chinese beurscrash", weet China-kenner journaliste Catherine Vuylsteke. "Er is het voorbije decennium zeer veel geld vrijgekomen, de overheid heeft de geldkraan naar de banken open laten staan. Daardoor is bij heel wat Chinezen de tendens ontstaan om te speculeren met geleend geld." Waarom er dan amper rekening werd gehouden met de waarschuwingen, heeft volgens Vuylsteke te maken met de economische structuur in China. "Dat is een heel vreemd samenspel van aan de ene kant vrije markt en aan de andere kant staatsdominantie. Het is per definitie geen transparant en makkelijk controleerbaar systeem."

"De Chinezen kennen sowieso een gokcultuur. De beurs van Shanghai is een echt casino", voegt VRT-journalist Jos De Greef daaraan toe. "Omdat het geld op de bankrekeningen niets opbrengt, het voor de Chinezen moeilijk is om geld naar het buitenland te brengen en de vastgoedmarkt niet meer rendeert, zijn de Chinezen begonnen met te spelen op de beurs."

Die investeringen in de beurs hebben tot enkele weken geleden nog geleid tot enorme koersstijgingen. Drie weken geleden was er bijvoorbeeld sprake van een stijging met 135 procent op jaarbasis. "Wat we nu zien is een forse correctie op die winst. Er is geen precieze aanleiding waarom de situatie nu gekeerd is. Mensen zijn hun aandelen - die ze met geleend geld hebben gekocht - gaan verkopen omdat de waarde ervan daalde", legt KBC-econoom Tom Simonts uit. "Hoe lager de beurs zakt, hoe meer aandelen verkocht worden. Maar er schiet wel nog altijd veel winst over. Beleggers scheuren dus hun broek nog niet", nuanceert Simonts.

Wat zijn de gevolgen voor de Chinezen?

Vraag is of de beurscrash in China ook een impact zal hebben op de reële economie van het land. China is momenteel de tweede economie ter wereld, maar de voorbije jaren is de groei er steeds meer gaan afremmen. Komt de positie van Peking nu nog meer in gevaar?

"Op dit moment kunnen we niet anders dan concluderen dat de waarderingen op de beurs nog altijd veel te hoog zijn in vergelijking met de gewone economie. Dus de beursdaling kan wel nog enkele maanden doorgaan", analyseert Simonts. "En dat is een potentieel gevaarlijke cyclus. Psychologisch is het namelijk niet goed. Mensen zullen bang worden en gaan minder consumeren. Laat dat net een probleem zijn voor de Chinese economie." Al moeten we de beurscrash nog niet gaan overroepen, voegt hij eraan toe. "De Chinese bubbel is nog niet gebarsten, maar er zijn wel barsten in de bubbel."

Het probleem situeert zich vooral bij het profiel van de beleggers. In China is zo'n tachtig procent van de aandelen in handen van gewone particulieren. Als die (veel) geld verliezen, dan dreigt er politieke onrust. "Het is heel fundamenteel om voor ogen te houden dat de legitimiteit van de Chinese Communistische Partij louter gestoeld is op het feit dat zij haar burgers in economische termen een beter leven heeft weten te geven", zegt Catherine Vuylsteke. "Op het moment dat de partij daar niet meer voor kan zorgen - en daartoe kan de crash leiden -, dan gaat de partij heel wat legitimering bij haar bevolking verliezen." Al is er in China natuurlijk geen politiek alternatief, wijst Vuylsteke aan.

Kan de Chinese overheid iets doen?

De Chinese overheid probeert nu met grote fondsen de dalingen op de beurs te doen stoppen, maar volgens econoom Simonts haalt dat weinig tot niets uit. "De markt zal altijd gelijk krijgen, Peking kan eigenlijk niets doen. Eigenlijk had de overheid veel sneller moeten ingrijpen om de stijging op de beurzen op voorhand af te remmen in plaats van nu de gevolgen te moeten aanpakken."

Toch zal de overheid in Peking iets moeten doen, zegt Catherine Vuylsteke. "Na het bloedbad van 1989 heeft de partij een soort maatschappijpact gesloten met de stedelijke middenklasse. Als die het economisch veel beter zouden krijgen, dan zouden ze zich niet laten gebruiken als spreekbuis voor de rurale bevolking waar er een gigantisch ongenoegen heerst. Als die middenklasse wordt geraakt door de crash, zal de overheid er alles aan doen wat binnen haar financiële macht ligt en in vergelijking met veel andere plaatsen op de wereld is de financiële situatie van de Chinese overheid veel beter. Ze hebben dus nog een troef achter de hand."

Zullen wij er in het Westen iets van voelen?

Nu zijn alle Europese ogen gericht op de Griekse crisis, maar de economie van dat Zuid-Europese land is bijzonder klein in vergelijking met de Chinese cijfers. De impact van een eventuele ineenkrimping van de Chinese economie zou dus wel eens groot kunnen zijn voor de rest van de wereld.

"Vooral voor de landen die grondstoffen exporteren, zal het nefast zijn", zegt Jos De Greef. "Dan moeten we vooral kijken naar Brazilië, Australië en enkele Afrikaanse landen. De export van luxegoederen uit Europa en de VS doet het overigens al een tijd minder goed door de aanpak van de corruptie in China."

Volgens econoom Simonts blijft de Chinese crash voorlopig vooral een lokaal probleem. "We zien dat de beurskoersen in de omringende landen zoals Japan niet mee dalen. De Chinese consumptie zal wel wat onder druk komen te staan, maar ik denk niet dat we een Europese impact gaan hebben."