Mimi Smith: "Het leven heeft me altijd verwend"

Tv, radio en krant: meer dan veertig jaar was ze in zowat elk medium van haar tijd actief. Nu geniet ze van de rust en het evenwicht in haar huis aan zee. In de reeks “Hoe zou het nog zijn met?” gaan we op de koffie bij Mimi Smith. “Vandaag heb ik eindelijk rust gevonden.”

Koffie, koekjes, wijn en broodjes. Op die royale ontvangst trakteert Mimi Smith ons wanneer we bij haar thuis aankloppen. Zo beleefd en onberispelijk de gastvrouw, zo statig en verzorgd het huis vlak bij de Royal Zoute Golf Club in Knokke. Op tafel ligt een hoop foto’s en krantenknipsels uit lang vervlogen tijden klaar. Een hele carrière in een stapel plakboeken verzameld. Smith is voorbereid.

Geboren in 1941 uit een Vlaamse moeder en een Britse vader rolde ze op jonge leeftijd de wereld van de prille Vlaamse openbare omroep binnen. Later werkte ze ook voor de radio en schreef ze jarenlang voor Het Laatste Nieuws. De kroon op het werk volgde in de jaren 90 met haar eigen programma op VTM. Ze was getrouwd met Karel Van Houdt die in 1996 aan kanker is overleden. Intussen is ze al geruime tijd samen met Leo Pardon, de voormalige baas van de NMBS.

Beginnen bij het begin: hoe hebben uw ouders elkaar leren kennen? Hij was een Brit, zij een Vlaamse.

Mijn vader werkte voor Unilever. Al in de jaren 30 kreeg hij de opdracht in het buitenland te gaan werken. Zo belandde hij een jaar in Brussel. Via de protestantse kerk heeft hij mijn moeder ontmoet. Zij was de dochter van auteur en journalist Abraham Hans. Nog vóór de oorlog zijn mijn ouders getrouwd. Toen de oorlog uitbrak, zijn ze naar Engeland gevlucht. Eerst woonden ze in Londen, maar door de bombardementen trokken ze verder naar Schotland. Uiteindelijk ben ik daar geboren.

Toen u nog een tiener was, kreeg uw moeder te horen dat ze aan Multiple Sclerose (MS) leed. Wat deed dat met u?

Mijn moeder was al lang ziek. Ze was altijd moe. Het duurde lang vooraleer de juiste diagnose werd gesteld. In die tijd wist men weinig over MS. Het was een moeilijke periode. In de eerste plaats voor mijn moeder, maar ook voor ons gezin. Pas na een eindeloze reeks onderzoeken hebben de dokters vastgesteld dat het om MS ging. Tientallen jaren later zou VTM me vragen het gezicht van “Levenslijn” te zijn. Dat stond dat jaar net in het teken van MS. Puur toeval, want niemand wist dat mijn moeder aan die ziekte was gestorven.

De ziekte en het lijden van mijn moeder heeft me al op jonge leeftijd leren relativeren. Nog steeds zeggen mijn zus en ik bij problemen dat het niet zo erg is als wat mama is overkomen. Velen zeggen me dat ik een sterke vrouw ben. Dat vloeit daaruit voort. Je moet verder.

Hoe hebt u uw eerste stappen in de wereld van de tv gezet?

Dat had alles met de ziekte van mijn moeder te maken. Net omdat ze ziek was, hadden we thuis al snel een tv-toestel. Op een bepaald moment was “Wie is wie?” op de buis, een quizprogramma op de BRT dat kandidaten zocht. In een impuls heb ik me ingeschreven. Daarbij vertelde ik dat ik Engelse roots had. Even later werd ik samen met nog twee andere meisjes opgeroepen. Een panel moest vervolgens uitvissen wie van de drie een Brits meisje was. Dat was in 1960. Ik was negentien.

Armand Pien sprak me achteraf aan. Hij zei me dat ik keurig Nederlands praatte. “Je zou voor tv moeten werken”, zei hij. “Je hebt geen schrik voor camera’s.” Vandaag speelt vooral het uiterlijk een grote rol om op tv te komen, in die tijd lag het accent op een keurige uitspraak. Ik maakte een afspraak met de toenmalige directeur van de BRT. Dat was Paul Vandenbussche. Hij was onder de indruk van mijn lef en zei me dat ik bij wijze van test drie keer een programma mocht presenteren. Dat liep vlot en voor ik het wist zat ik zélf in het panel van “Wie is wie?”. Ik presenteerde ook een tienerprogramma en was daarnaast actief bij de radio. Ondertussen was ik begonnen met mijn studies aan de universiteit van Gent. (kleine foto: één van de eerste beelden van Mimi Smith op tv / foto onder: Mimi Smith in stripvorm, getekend door Marc Sleen)

U studeerde psychologie en pedagogie. Was dat vanzelfsprekend voor een meisje in de jaren 60?

Neen. Ik was de enige in mijn klas die naar de universiteit trok. Nochtans was ik niet de slimste. Verschillende vriendinnen mochten van hun ouders niet verder studeren, onder meer omdat het te duur was. Ik besefte maar al te goed hoe geprivilegieerd ik was dat ik dat wél mocht. Mijn ouders stimuleerden mij enorm, mijn moeder zelfs vanuit haar ziekbed. Het was vaak schipperen. Overdag ging ik naar de les, ’s avonds deed ik mijn tv-werk.

In Gent ging ik geregeld koffie drinken met een groepje studenten van de faculteit Rechten. Etienne Vermeersch (kleine foto) was er vaak bij. Hij was toen de assistent van professor in de Logica Leo Apostel en hij legde me vaak dingen uit. Dat was nodig want van Logica had ik weinig kaas gegeten. Ik herinner me één ontzettend lang formule waaraan ik kop noch staart kreeg. Etienne stelde me gerust: “Heel deze formule komt neer op dit: als je twintig eieren hebt en twintig eierdopjes, is er voor elk ei een dopje. Zo eenvoudig is het”.

Op het examen bij Apostel bakte ik er weinig van. Tot hij me vroeg om dan maar iets uit de les op te schrijven. Ik koos voor die ellenlange formule. Hij was onder de indruk en vroeg me om uitleg. “Maar professor”, blufte ik. “Dat is eenvoudig!” Waarna ik de woorden van Etienne herhaalde. Ik was geslaagd.

Bleef u ook na uw studies aan de slag bij de openbare omroep?

Eerst heb ik een poosje lesgegeven, maar dat lag me niet. Toen kreeg ik de mogelijkheid vast bij de BRT in dienst te gaan. Ik mocht als eerste en enige vrouw aan de slag op de nieuwsdienst. Het was de bedoeling dat ik nieuwslezer op tv zou worden, maar zover is het nooit gekomen. Op de redactie heerste een ware machocultuur. De mannen konden niet verdragen dat ze met een griet van vierentwintig moesten samenwerken. Ze schreven me a priori af. Bovendien had ik geen politieke kleur wat toen bon ton was op de nieuwsdienst. Stel je voor.

Intussen schreef ik al geruime tijd stukken voor Het Laatste Nieuws ook. Daar kreeg ik het aanbod om voltijds voor het showbizznieuws te schrijven. Ik moest eveneens tegen veel vooroordelen opboksen, maar ik leerde mijn mannetje staan. Ik verliet de BRT niet helemaal. Op zondag bleef ik “Binnen en buiten” presenteren en ook op de radio was ik nog steeds te horen. Daarnaast deed ik presentatiewerk.

Ik combineerde al deze jobs omdat ik geen keuze kon maken. Ik was gedreven en wou alles doen. Ik was dol op mensen interviewen. Ik ontmoette Tom Jones en Engelbert Humperdinck. Later volgden Diana Ross, Tony Bennett, Sean Connery, Sonny & Cher en Marianne Faithfull. Ook The Beatles en de Rolling Stones heb ik geïnterviewd. Mijn werk was mijn hobby. (foto onder: Mimi Smith en Sean Connery)

In 1990 koos u voor VTM. Vanwaar die beslissing?

Omdat Mike Verdrengh het me vroeg! Toen VTM een tijdje bestond, kreeg ik een telefoontje van Wies Andersen. Mike had “De Wies Anderson show” opgevist en Wies wou me in het panel. Ik zei hem dat Mike dat nooit zou goedkeuren omdat hij enkel met missen werkte. “Mimi”, zei Wies. “Je denkt toch niet dat ik je zou opbellen als ik dit niet met Mike en Guido had besproken?”

Mijn tijd bij VTM was in één woord fantastisch. Het liep als een trein. Na enkele jaren kreeg ik zelf mijn eigen medische programma, “Mimi”. Het liep meerdere seizoenen en was zonder twijfel het hoogtepunt van mijn carrière. Het waren de hoogdagen van VTM. Alles kon en alles mocht. Erg overweldigend. Overal waar ik kwam, reageerden mensen uitbundig. Ik was een echte vedette. Dat was ik niet gewoon. Mensen stuurden me hopen geschenken en stelden me de gekste vragen.

“Mimi” was een gezondheidsprogramma en dat voelde ik aan als een zware verantwoordelijkheid. Af en toe heb ik taboes kunnen doorbreken, bijvoorbeeld toen ik mensen met aids in de studio uitnodigde om het over hun ziekte te hebben. Ook het thema homoseksualiteit kwam aan bod. Bizar eigenlijk dat zoiets toen voer voor een programma was. Ik heb het altijd erg gevonden dat mensen zich soms moeilijk kunnen outen. Natuurlijk besef ik wel dat het taboe vroeger veel groter was. Maar uiteindelijk is het toch veel beter te kunnen zijn wie je bent? Niet alleen voor jezelf, maar ook voor de mensen om je heen. (foto onder: Mimi Smith en Luc Appermont)

De jongere generatie vereenzelvigt u vooral met het programma “Lekker thuis”. Een terechte erfenis?

Ik blijf met een dubbel gevoel zitten over dat programma. Eigenlijk had VTM mij “Het salon” beloofd, een opvolger voor “Mimi” waarin we breder zouden gaan en het ook over wellness en gezondheid in het algemeen zouden hebben. “Het salon” zou onder meer een kookrubriek bevatten. Na een wissel van de wacht aan de top van VTM, werd het programma op de lange baan geschoven. De nieuwe directie zag wel brood in die kookrubriek, maar dan als zelfstandig programma. Ik kreeg de vraag de presentatie voor mijn rekening te nemen aan de zijde van Piet Huysentruyt. Daarbij kreeg ik de belofte dat ik later “Het salon” zou mogen maken. Dat is uiteindelijk nooit gebeurd. Had ik dat geweten, ik was nooit met “Lekker thuis” begonnen.

Uiteindelijk heb ik toch aan duizend uitzendingen meegewerkt, tot mijn contract bij VTM in 2000 afliep. Ik hoef me niet te schamen: het was een goed programma, anders had het nooit zoveel succes gehad. “Piet en Mimi” blijft voor veel mensen een begrip. Toch vind ik het jammer dat dit mijn laatste programma was terwijl ik eerder zoiets moois als “Mimi” had gemaakt. Door “Lekker thuis” lijkt het alsof ik een duffe tante ben die enkel peterselie kan strooien.

In uw jonge jaren maakte u nochtans levenskeuzes met een hoog rock ’n roll-gehalte. Tot twee keer toe hebt u een verloving afgebroken.

Ben Crabbé heeft me ooit de authentieke “runaway bride” genoemd, niet dat ik er fier op ben. Nog vóór ik naar de universiteit trok, was ik een eerste keer verloofd. Dat gold voor alle meisjes in mijn klas. Ze trouwden en kregen kinderen, terwijl ik echt wou gaan studeren. Op een bepaald moment was ik met mijn verloofde op een feestje. Iemand vroeg me: “Dus je gaat binnenkort in Gent studeren?”, waarop mijn verloofde antwoordde: “Dat zullen we nog wel zien”. Voor mij hét signaal om de verloving af te breken. Ik wou me door niemand de les laten spellen.

Tijdens mijn studies verloofde ik me opnieuw. Compleet met een feest en cadeaus. Nadat ik was afgestudeerd, nam ik elke dag de tram naar de school waar ik lesgaf. Op een keer zat ik schuin tegenover een jonge vrouw met een kind op de schoot. “Dit wordt dus mijn leven”, dacht ik. “De tram nemen, lesgeven, kinderen krijgen.” Ik zegde mijn werk op en koos opnieuw voor een ander leven. Bij mijn derde verloving ben ik wel degelijk in het huwelijksbootje getreden (lacht).

Hebt u later kinderen gewild?

Toch wel. Later, toen mijn leven meer in de plooi lag. Ik heb acht jaar een hormonenbehandeling gevolgd, zonder resultaat. Uiteindelijk heb ik het een plaats kunnen geven, wederom dankzij mijn moeder. Zij zei altijd: “Count your blessings instead of sheep”. Een mens kan niet alles hebben in het leven. Ik prijs mezelf net gelukkig met alle goede dingen die me zijn overkomen. Het leven heeft me altijd verwend.

Vandaag heb ik eindelijk rust gevonden. Ik heb vroeger zoveel gedaan, nu moet niks meer. Ik zoek nu een evenwicht tussen rust en activiteit. Ik probeer dingen te doen waarvoor ik vroeger nooit tijd had. Ik maak graag daguitstappen en ik zit in drie culturele clubs.

Ik voel me niet afgeschreven, maar het is wel uit. Het is UIT. Met hoofdletters. Daar heb ik geen probleem mee, het is mijn eigen keuze en daar voel ik me goed bij. Het werd tijd. Móét ik nog iets doen dan? Nu is het aan mij. Me time.