Rusland blokkeert erkenning "genocide Srebrenica" door VN

Moskou heeft van zijn vetorecht in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gebruik gemaakt om een erkenning van het bloedbad in Srebrenica in 1995 als "genocide" tegen te houden. In de zomer van 1995 zijn daar toen 8.000 gevangen moslimmannen vermoord door de Bosnisch-Servische milities.

In de VN-Veiligheidsraad was Rusland de enige tegenstem naast de onthoudingen door Angola, China, Nigeria en Venezuela. Die ene tegenstem komt echter wel van een lid met vetorecht en het ontwerp van resolutie is daardoor geblokkeerd. Tien andere leden van de Veiligheidsraad stemden voor de resolutie.

Volgens de Russische VN-ambassadeur Vitaly Tsjoerkin was de resolutie die door Groot-Brittannië was ingediend, "niet constructief, op confrontatie gericht en politiek gemotiveerd". Rusland stelt voor om het bloedbad in Srebrenica te omschrijven als "één van de meest ernstige misdaden", maar niet als genocide.

Eerder had het speciale VN-tribunaal voor ex-Joegoslavië in Den Haag de moordpartij in Srebrenica wel een genocide genoemd. Rusland en Servië ontkennen niet dat er misdaden begaan zijn in Srebrenica, maar het woord "genocide" ligt bij hen moeilijk.

De oorlogen in ex-Joegoslavië vormden het laatste strijdtoneel van de Koude Oorlog. Servië was toen de laatste bondgenoot van Rusland in Europa. Twintig jaar later staat Servië op het punt om aansluiting te vinden bij het Westen en de Europese Unie, maar Moskou probeert nog steeds om de voormalige bondgenoot te paaien.

1993 AP

Begin van het einde van de oorlog in Bosnië

De oorlog in Bosnië tussen Serviërs, Kroaten en moslims haalde de gruwel van de Tweede Wereldoorlog terug met etnische moordpartijen, verkrachtingen, zuiveringen en concentratiekampen.

Het grootste deel van de oorlog waren de Bosnisch-Servische milities met steun van Servië aan de winnende hand. Al die jaren omsingelden ze de moslimenclave Srebrenica in het oosten van Bosnië die door de Verenigde Naties was uitgeroepen tot "veilig gebied" en de bescherming had gekregen van Nederlandse VN-blauwhelmen.

Op 11 juli 1995 veroverden de Servische milities de stad. Kort daarop werd de bevolking verdreven en meer dan 7.000 jongens en mannen werden door de Bosnisch-Servische milities weggevoerd en nadien vermoord. De val van Srebrenica was een keerpunt: het toonde de machteloosheid van de VN-vredesmacht aan, maar tegelijk was de maat vol voor de westerse mogendheden en ging de NAVO over tot bombardementen op de Bosnische Serviërs. Dat leidde tot de omkering van de machtsverhoudingen op het terrein en dwong de Serviërs uiteindelijk tot de vredesakkoorden van Dayton in december 1995.

AP1995
AP2011