Als kerncentrales sluiten, zal CO2-uitstoot fors stijgen

Als we onze kerncentrales sluiten, zal onze CO2-uitstoot fors stijgen. De Universiteit Gent heeft de milieugevolgen van een kernuitstap becijferd. Zelfs al worden er tegen 2030 drie keer meer groenestroominstallaties geplaatst dan nu, de uitstoot van de elektriciteitscentrales zal nog met 146 procent stijgen. Bij een zes keer zo groot groenestroompark komt er nog altijd 60 procent CO2 bij. Dat zou alle inspanningen om in andere sectoren CO2 terug te dringen, tenietdoen.

Door Doel 1 en Doel 2 tien jaar langer open te houden, gaan vanaf 2022 al onze kerncentrales de een na de ander dicht. Een spreiding van de kernuitstap over ruim tien jaar wordt dan ineens samengebald op een periode van 3 jaar, want tegen 2025 moet het huidige nucleaire park -goed voor 50 procent van onze stroomproductie- dan definitief tot het verleden behoren.

Een radicale impact, die ook zijn gevolgen zal hebben voor de CO2-uitstoot van de energiesector. Want de zeven kernreactoren zullen door iets anders moeten worden vervangen. Onze overheden denken daarbij vooral aan stroomcentrales die op gas worden gestookt, aangevuld met groene stroom en eventuele import vanuit het buitenland.

Probleem is: die stroomcentrales op gas stoten veel meer CO2 uit dan een kerncentrale. Én in 2030 zal er meer stroom worden verbruikt dan nu. Een team van de Universiteit Gent onderzocht de gevolgen. En de cijfers zijn tamelijk onrustwekkend.

Een titanenwerk dat moeilijk haalbaar lijkt

In het beste scenario, waarbij we heel veel groene stroom zouden hebben ontplooid, stijgt de uitstoot van CO2 tegen 2030 van 15 naar 25 miljoen ton. Dat is ruim 66 procent erbij. Maar dan moeten we wel ruim zes keer meer groenstroominstallaties hebben dan vandaag.

Alles maal zes, op vijftien jaar tijd: zes keer meer zonnecellen, zes keer meer windmolens, zes keer meer biomassa- of biogasinstallaties. Om u een idee te geven: in tien jaar tijd zijn in Vlaanderen 300 windmolens geplaatst. De komende 15 jaar zouden er dus nog eens 1.500 moeten bij komen. 100 per jaar. 15 jaar lang. Een titanenwerk, dat zeer moeilijk haalbaar lijkt.

Wanneer we onze groenestroomaandeel opdrijven van ca. 9 procent nu naar 28 procent in 2030 (een verdrievoudiging dus in 15 jaar tijd), dan spuwen onze nieuwe stroomcentrales maar liefst 22 miljoen ton CO2 extra in de lucht. Dat is een stijging met ruim 146 procent. Bijna anderhalve keer meer dan nu. Op voorwaarde dat we dan ook al 900 windmolens hebben in Vlaanderen. En het lijkt erop dat we veel dichter bij dit tweede scenario zullen landen dan het optimistische eerste scenario.

AP2012

Wind en zon zijn er bij momenten niet

De onderzoekers van de UGent waarschuwen dan ook: de sluiting van de kerncentrales dreigt de CO2-inspanningen in alle andere sectoren (landbouw, industrie, transport & verkeer, gezinnen...) in één klap van tafel te vegen, zelfs al tekent de stroomsector maar voor 20 procent van de totale CO2-uitstoot van ons land.

Lees: tegen 2030 zal ons land geen gram CO2 hebben bespaard. En Europa is nu al zeer kritisch over onze CO2-inspanningen.

Een oplossing ligt volgens de onderzoekers dus in het massaal uitrollen van groene stroom. Maar niet zomaar elk type groene stroom kan de kerncentrales opvangen: wind en zon zijn er bij momenten niet. Vooral wanneer we veel stroom nodig hebben (op koude en donkere winterdagen, bijvoorbeeld), is dat een probleem.

Er moet dus een type groene stroom bij zijn dat ons dag en nacht, door weer en wind kan blijven bevoorraden. En dat zijn, volgens de onderzoekers, biomassa-installaties: centrales die houtpellets en ander biologisch materiaal verbranden om er stroom mee te maken. In principe CO2-neutraal, want de bomen die je omhakt, worden vervangen door nieuwe aanplantingen die de CO2-uitstoot van de biomassacentrales opnieuw opvangen.

Maar de groene bewegingen maken heel veel voorbehoud bij die biomassa, die meestal wordt verstookt in omgebouwde steenkoolcentrales. Zij kiezen radicaal voor de echt groene technologieën: wind en zon, gecombineerd met import van stroom uit het buitenland én nieuwe systemen om de wispelturige wind- en zonnestroom op te slaan. En vooral ook inzetten op besparingen en beter gestuurd stroomverbruik.

Nog geen echte "game-changers"

Een scenario dat niet onmogelijk is, stellen de onderzoekers van de UGent. Op lange termijn ook het beste scenario, onderstrepen ze. Maar ze hebben ernstige twijfels of dit tegen 2030 haalbaar is.

Want dit betekent een enorme omslag in ons energiesysteem: nieuwe hoogspanningsverbindingen met het buitenland, nieuwe opslagsystemen, veel meer kleinere stroomcentrales, heel veel ruimte voor windparken en zon, intelligente netwerken en meters. En dat allemaal in 15 jaar tijd. Terwijl er momenteel nog altijd geen echte "game-changers" zijn.

Goedkope en populaire kleine opslagsystemen voor stroom bijvoorbeeld: Tesla is er met zijn "Power-wall" als eerste mee begonnen, maar er is nog veel werk aan de winkel. Een betaalbare elektrische auto die een echte impact kan hebben op de (ook nog altijd groeiende!) CO2-uitstoot van ons verkeer: hij is nog niet op de markt.

Voorlopig zijn de kleine elektrische auto's te duur voor wat ze leveren, of worden ze in de markt geplaatst als extreem exclusieve nicheproducten (genre Tesla). Maar een aantal grote merken zouden nu wel comfortabele en betaalbare modellen in de steigers hebben staan. Mogelijk zorgen die voor een doorbraak.

Xinhua/Photoshot. All rights reserved.

Maar ook dan is het oppassen. Want als die auto's rijden op geïmporteerde stroom die komt uit vervuilende bruinkoolcentrales in Duitsland, draagt dat geen millimeter bij tot de vermindering van onze CO2-uitstoot, zo waarschuwen de onderzoekers. Import van stroom levert niets op als die ook niet groen is.

Onze nucleaire stroom vervangen door nucleaire stroom uit Frankrijk of vervuilende stroom uit buitenlandse gas-, steenkool- of bruinkoolcentrales verschuift de verantwoordelijkheid naar onze buurlanden.

Het zal dan aan Europa zijn om erover te waken dat de globale CO2-uitstoot in de EU onder controle blijft. Niet makkelijk, met verschillende nukkige lidstaten die nu al hun doelstellingen niet halen.

AP2011

Voorbeelden die aantonen dat het kan

Het wordt dus een heel moeilijke opdracht voor onze overheden om én de kernuitstap én de bevoorradingszekerheid én de broeikasproblematiek aan te pakken in één overkoepelend groot plan. Onze regeringen denken daarom aan een energiepact. Dat wordt een zware oefening, maar geen "mission impossible". Want er zijn voorbeelden die aantonen dat het kan.

Zo besloot Duitsland in 2011, na de kernramp van Fukushima al zijn kerncentrales te sluiten: 8 oudere gingen meteen dicht. De overige volgen de komende jaren, tegen 2022 behoort kernenergie in Duitsland tot het verleden. Een echte schok... die de Duitsers aanvankelijk alleen maar konden opvangen door nog meer bruinkool en steenkool te verstoken.

De CO2-uitstoot ging dan ook onvermijdelijk omhoog. Tot vorig jaar. In 2014 slaagden onze oosterburen erin het tij te keren. En dat mét een groeiende economie. Onder meer door in te zetten op meer energie-efficiëntie, meer groene stroom en betere technologieën.

En blijkbaar is er ook een bereidheid bij de Duitse bevolking om de kosten van die energieomslag te dragen. Gezinnen aanvaarden dat de stroom (tijdelijk?) duurder wordt, omdat het stroomlandschap ingrijpend wordt omgebouwd.

Een besef dat ook bij de Japanse bevolking is doorgedrongen, intussen. Na de kernramp in Fukushima legden de Japanners al hun kernreactoren (goed voor een derde van de stroomproductie!) meteen stil. En gooide de overheid het over een totaal andere boeg: de bevolking werd aangemaand veel zuiniger met haar stroomverbruik om te springen.

Airco's in de zomer pas aan vanaf 24 °C in plaats van 20 bijvoorbeeld, lichten tijdig uitschakelen, slimme meters, spaarstanden in het oog houden, bedrijven die hun productie gingen afstemmen op de beschikbare stroom, hogere stroomprijzen voor de gezinnen: de Japanners gingen ervoor. Heel erg gedisciplineerd. Een paar kernreactoren gingen weer in bedrijf, maar tegelijkertijd werden er massaal zonnepanelen en windmolenparken ontplooid. En het lijkt te lukken, daar in Japan. Het land kende tot nog toe geen dramatische stroomuitval.

De discussie over de definitieve sluiting van alle zestig kernreactoren is nog niet beslecht. Maar door de dramatische omstandigheden kwam er wel een sterk bewustzijn bij de hele Japanse samenleving (meerderheid, oppositie, industrie, bevolking) dat er nood was aan een ingrijpende energietransitie, met een gebalanceerde stroommix, waarbij de dominantie van de nucleaire sector geheel of gedeeltelijk zal verdwijnen. Afwachten of er ook bij ons ooit zo'n eensgezindheid wordt bereikt.

AP2013