"Meegesleurd door de wind, dat zijn wij"

“Ik vind dat ik dit één keer in mijn leven moet doen. Ik wil me proberen in te beelden wat mijn landgenoten meemaakten die halsoverkop moesten vluchten uit Srebrenica”. De Bosnische Sanela Salkic stapt vandaag mee in de Vredesmars die de massamoord van twintig jaar geleden herdenkt, het tragische dieptepunt van de Joegoslavische oorlogen. Net voor ze naar haar vaderland vertrok, maakte ze nog even tijd voor een gesprek met deredactie.be.

Sanela Salkic was negentien toen ze, op de vlucht voor de oorlog in Bosnië, in ons land terechtkwam. Het was 1994, en Europa beleefde de -tot dan- grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog.

Van de vooroorlogse bevolking van zo’n 4,4 miljoen Bosniërs, sloeg tussen 1992 en 1995 meer dan de helft op de vlucht. 1,3 miljoen daarvan waren Internally Displaced Persons, ontheemden in eigen land. Van de overige 1,2 miljoen trok iets minder dan de helft naar Servië, Kroatie en Slovenië. In België kwamen tussen 1992 en 1995 een kleine 6000 Bosnische oorlogsvluchtelingen aan.

Sanela is afkomstig van Modrica. “Een stad van de grootte van pakweg Zottegem. In het noordoosten van Bosnië, niet al te ver van de grens met Kroatië. Een zeer gemengde stad. De meerderheid bestond uit Bosniërs, maar veel van mijn beste vrienden waren Serviërs.”

Dat ook Modrica ten prooi zou vallen aan het geweld, leek eerst onwerkelijk. Zeker in het begin dacht iedereen dat de oorlog snel zou overwaaien. “We zagen tien kilometer verderop granaten inslaan, en nog geloofden we het niet.” Toch nam de familie van Sanela het zekere voor het onzekere. Zijzelf was een van de eersten die vooruit werden gestuurd, zodat ze van de grootste oorlogsgruwel gespaard is gebleven.

Eerst stak ze de grens over met Kroatië, later verbleef ze een tijd in een opvangcentrum in Slovenië. Ze kwam er in contact met vluchtelingen uit alle hoeken van het land, vaak mensen die wel traumatiserende dingen hadden beleefd.

Van daaruit ging het naar België. Niet helemáál onbekend: in het centrum hadden de bewoners bezoek gekregen van de Belgische vzw Balkanactie. Ook in België zelf waren nogal wat lokale werkgroepen actief die de oorlogsvluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië met raad en daad bijstonden.

Migrant tegen wil en dank

Sanela zag de oorlog in haar land vanaf dan vooral op tv. “Hoe beleef je dat? Als een droom. Het is alsof het niet echt gebeurt.” Voortdurend bleef ook de illusie bestaan dat de oorlog niet zou blijven duren, dat de vlucht iets tijdelijks was.

“Toen de oorlog uitbrak, zat ik in het laatste jaar middelbaar. Ik droomde ervan om economie te gaan studeren. Toen we halsoverkop besloten te vluchten, hoopte ik vooral dat we op tijd terug zouden zijn om de start van het academiejaar mee te maken. En zelfs toen we al in België waren, bleef ik ervan overtuigd dat ik binnenkort naar de universiteit zou gaan. Eigenlijk heeft het jaren geduurd voor ik me erbij heb neergelegd dat ik die droom niet meer zou kunnen waarmaken.”

Dat ze plots een migrant is geworden, tegen wil en dank, vindt Sanela nog altijd een vreemde gedachte. “In tegenstelling tot economische migranten, was weggaan voor ons geen bewuste keuze. Als de oorlog niet was uitgebroken, zouden wij nooit uit Bosnië zijn weggegaan. We zijn halsoverkop vertrokken, op zoek naar veiligheid. Meegesleurd door de wind, dat zijn wij. Of ik eraan denk om terug te keren? Natuurlijk, altijd! Ik heb nooit opgehouden met daaraan te denken.”

Ze ís ook teruggekeerd, in 1996 al, een jaar na de Dayton-akkoorden, die een einde maakten aan de oorlog. Het was een aaneenschakeling van intense, bevreemdende, pijnlijke ervaringen. “Ik had met mijn beste vriendin, een Servische, afgesproken in niemandsland. Zij, ik, onze ouders. Toen we elkaar terugzagen, zijn we in tranen uitgebarsten.” Sanela ging ook terug naar haar ouderlijk huis, dat nu was ingenomen door een Servische familie. “Ook dat was een ervaring op zich. De vrouw die de deur opendeed begon te huilen toen ze ons zag staan. Begon zich te excuseren omdat het óns huis was.”

Sinds het Verdrag van Dayton is Bosnië verdeeld in twee entiteiten: de federatie van Bosnië-Herzegovina en de Servische entiteit. Volgens de Dayton-akkoorden konden de duizenden Bosnische vluchtelingen onvoorwaardelijk terugkeren naar hun huizen, maar in de praktijk was dat vaak onmogelijk.

Slivovitsj en de Adriatische Zee

Pas in 2000 heeft de familie Salkic haar huis teruggekregen. Maar de stad waarin het ligt, is een andere dan die voor de oorlog. “Hij maakte nu deel uit van de Servische entiteit. Waar de meerderheid vroeger Bosniërs waren, zijn het nu Bosnische Serviërs. Vaak ook niet eens de oorspronkelijke inwoners, maar mensen die van het omliggende platteland in de stad zijn komen wonen. De Kroaten zijn bijna allemaal verdwenen. Gemengde huwelijken bestaan nog, maar veel minder dan vroeger. Het is voor de Bosnische inwoners ook bijna onmogelijk geworden om een overheidsbaan te vinden, want die zijn weggelegd voor de Serviërs. Dat is moeilijk, maar eens je beslist hebt om terug te keren, zijn dat dingen die je erbij moet nemen en moet aanvaarden.”

Sanela’s ouders wonen drie à vier maanden in hun Bosnische huis, de rest van het jaar in België. Zelf reist Sanela met haar man en drie kinderen ook twee keer per jaar -’s zomers en ’s winters- naar haar vaderland. De kinderen, in België geboren, gaan heel graag. “Mijn man gaat nog een derde keer”, lacht ze. “In september, om slivovitsj te maken, de pruimenbrandewijn die in alle deelrepublieken van het voormalige Joegoslavië zo populair is.” In haar Gentse woonkamer staat trouwens een fles met de beeltenis van de voormalige president Tito. Een verwijzing naar haar land van voor de oorlog.

“Natuurlijk heb ik heimwee naar die tijd. We leefden toen zoveel beter dan nu. We konden vrij overal naartoe. De zomer brachten we door aan de Adriatische kust. Op het strand zag je toen Polen en Bulgaren parasols en strandlakens verkopen. Zij waren veel armer dan wij, we hadden met hen te doen. En kijk nu: zij zitten in de Europese Unie en wij nog altijd niet."

Of ze ooit echt terugkeert, het is een open vraag. “Mijn man en ik zeggen altijd: als we met pensioen zijn. Maar ja, dan hebben we hier misschien kleinkinderen, die we ook niet graag achterlaten.” En hoe dan ook woont Sanela graag in België, dat ze haar adoptieland noemt. Ze voelt zich bijzonder goed thuis in Gent, een stad die ze de hare heeft gemaakt. “Weet je waar Gent me een beetje aan doet denken? Aan het oude Joegoslavië, met al die verschillende mensen en nationaliteiten.”