Grace Jones bespeelt Cactusfestival als schaarsgekleed showbeest

Het Cactusfestival had voor de openingsavond van zijn 34e editie een grote naam gestrikt: de Jamaicaanse zangeres Grace Jones kwam naar Brugge voor een exclusieve set. Ruim 8.500 festivalgangers zagen in het Minnewaterpark een mix van covers en hits, veel show en kostuumwissels.
(c) Johan Poelmans - klinikartistik.be

Belangrijke gasten laten op zich wachten, en dus start Jones ongeveer een kwartier te laat. Het Brugse publiek wordt tot het laatste moment in spanning gehouden: het podium is afgeschermd met lange zwarte doeken, naar analogie met rode theatergordijnen.

Grace Jones begint eraan met een knal en een cover van “Nightclubbing” van Iggy Pop. Ze kijkt over het publiek uit vanop een balkon achteraan op het podium. Als een roofdier dat haar prooi in de gaten houdt, klaar om toe te slaan.  

Bodypaint

De Jamaicaanse zangeres staat bekend om haar opvallende verschijning en stelt op dat vlak zeker niet teleur. Wat eerst lijkt op een catsuit met etnische print, blijkt na een close-up van de camera niet meer te zijn dan spierwitte bodypaint en een piepkleine onderbroek. Je moet het maar durven, op je 67e.

Na het eerste nummer wordt het gouden masker met pluimen ingeruild voor een lange zwarte jurk en een antenne op haar hoofd. “This is” trekt zich met een vlotte groove op gang, maar het publiek reageert afwachtend. Pas bij de bekende intro van “I’ve seen that face before” en de eigenzinnige cover van Piafklassieker “La vie en rose” komt er beweging in de massa.

(c) Johan Poelmans - klinikartistik.be

Te veel wijn?

Jones fietst intussen van de ene kostuumwissel naar de andere. Ze probeert tijdens die intermezzo’s contact te houden met het publiek. Helaas zijn haar bindteksten niet goed verstaanbaar. Of dat ligt aan de geluidskwaliteit, de mix van Engels en Frans of haar absurde boodschappen is onduidelijk. Haar styliste moet uiteindelijk even een handje toesteken.

Podiumbeest Jones is volledig in haar element en drinkt in recordtempo een glas rode wijn, duidelijk niet het eerste van de avond. Ze is bijzonder kwistig met liefdesverklaringen in het Frans. Tijdens “Private life”, een cover van The Pretenders, gooit ze zich op de grond als een wild roofdier.

Op haar hoofd draagt ze zilveren leeuwenmanen. Jones lijkt helemaal ontketend en vult haar laag gezang aan met hoge kreetjes. Vergeet bovendien het “twerken” van Miley Cyrus: Jones demonstreert dat zij en niemand anders de koningin is van de billendans.  

(c) Johan Poelmans - klinikartistik.be

Nieuw nummer

Na drie covers krijgt het publiek nieuw werk voorgeschoteld. De opzwepende Afrikaanse ritmes van “Shenanigans” werken aanstekelijk. Jones, intussen in strooien rokje met bijpassend hoofddeksel en zweepje, heeft het gezelschap gekregen van een mannelijke paaldanser. Ze kronkelen samen rond de danspaal, terwijl een andere danser met twee grote vlaggen zwaait met daarop –jawel- Jones’ hoofd.

Een intermezzo over oesters (“ik eet dat gigantisch veel, en ik wil er verdomme nu ook”) en Belgische mannen (“ het zijn geweldige goede minnaars”) lijkt het in “My Jamaican guy” even mis te gaan. Jones schuift uit en belandt net naast de drummer. “Dat was de bedoeling”, grijnst ze. Een ingestudeerd nummertje, of een dronken val? Dat het zingen niet meer zo vlot loopt (“ik heb me verdomme vergist tijdens de laatste strofe”) doet het laatste vermoeden. 

Grote hits als apotheose

Het publiek maakt er intussen een feest van, maar wacht vooral op de allergrootste hits. Na een fragment uit “Amazing Grace” kondigen de catchy synthesisers een discofeest in Studio54-stijl aan. In een pitteleer en met glitterhoed oogst Jones wat ze vraagt: veel “ohohoh” en applaus. “Ik heb te weinig tijd. Ik praat te veel en amuseer me te hard”, verklaart de diva de ingekorte versie van “Pull up to the bumper”.

Voor afsluiter “Slave to the rhythm” haalt Jones haar geliefde hoelahoep uit de kast en de confettikanonnen. Ze pinkt na de slotakkoorden een traantje weg. “Ik heb geen tijd meer om mijn band voor te stellen, maar we komen terug”, belooft ze. “Zouden we nu moeten roepen als we meer bisnummers willen?”, klinkt het op het terrein. Maar helaas: na ruim een uur zit het er helemaal op. 

(c) Johan Poelmans - klinikartistik.be