"Nog steeds vluchten boven conflictgebieden"

Een jaar nadat Malaysia Airlines-vlucht MH17 boven Oost-Oekraïne werd neergeschoten vliegen nog elke dag tientallen passagiersvliegtuigen boven oorlogsgebied. Dat meldt NOS na eigen onderzoek.

Na de MH17-ramp nam de luchtvaartsector zich voor om niet meer te vliegen boven conflictgebieden. Volgens NOS wordt er niet meer gevlogen over Irak, Syrië en Libië, maar wel nog over Mali, Sinaï en Zuid-Soedan.

De NOS deed vanaf februari van dit jaar willekeurige steekproeven via de databases van de websites planefinder.net en flightradar24.com. Op die websites zijn actuele vluchten te zien, maar ook vluchten die eerder zijn uitgevoerd, over de hele wereld.

Uit die gegevens blijkt dat KLM en Air France regelmatig boven de Sinaï-woestijn, Mali en Zuid-Soedan vliegen, een feit dat ze tot zeer kort geleden krachtig ontkenden. Ook Lufthansa en British Airways mijden deze oorlogsgebieden niet.

Toen NOS de KLM confronteerde met de concrete vluchtdata, gaf de woordvoerder toe dat de vluchten wel degelijk worden uitgevoerd, maar dat die gebeuren op veilige hoogte. "We vliegen met inachtneming van wat er in de NOTAM staat." De NOTAM geeft aan hoe hoog een vliegtuig moet vliegen over conflictgebieden.

Ook voor Oost-Oekraïne bestond er ten tijde van de ramp met de MH17 een NOTAM. Het toestel van Malaysian Airlines vloog op een veilig veronderstelde vlieghoogte van meer dan 10 kilometer, maar werd toch geraakt.