Botst het Europese model tegen zijn grenzen?

De Griekse crisis van de voorbije maanden heeft geen fraai beeld geschetst van de Europese Unie, maar ook op andere terreinen wordt het steeds moeilijker om een consensus te vinden. Het intergouvernementele model staat blijkbaar op de helling.

Heeft u bijgehouden hoeveel keer de ministers van Financiën van de eurozone en de staatshoofden en regeringsleiders van de EU de voorbije maanden bijeen zijn gekomen in Brussel? Ik niet, maar het waren er veel, soms meer dan eens per week en meestal zonder succes. 

Zelfs nadat de radicaal-linkse premier Alexis Tsipras vorige week door de knieën gegaan was en zowat met alle eisen van Europa had ingestemd, was het nog niet zeker dat er ook een derde hulpplan zou komen.

Niet zo zeer de Duitse bondskanselier Angela Merkel was daarbij een probleem -zij had enkel staalharde voorwaarden in haar handtas bij zich- maar wel haar eigen publieke opinie. Het Duitse parlement moet immers eerst groen licht geven en dat geldt ook voor de volksvergaderingen uit Nederland, Finland, enkele Baltische republieken en andere landjes. In Finland dreigde zelfs een crisis toen de rechts-populistische Ware Finnen ermee dreigden om de regering te doen vallen als er hulp voor de Grieken zou komen.

Vreemd genoeg kreeg het Griekse "foert" tegen Europa bij het referendum van vorige week dan weer bijval uit de andere kant van het politieke spectrum in Europa, namelijk bij het extreemrechtse Front National in Frankrijk en de anti-Europese UKIP in Groot-Brittannië. Een waar "Teufelspakt" als het ware.

AP1995

Wat met het Europese model?

Dat een samenraapsel van ultralinkse Grieken of ultrarechtse Ware Finnen, het FN of UKIP de eurozone en de EU kunnen verlammen, stemt tot nadenken.

Het probleem ligt overigens niet zo zeer bij de extremen, maar binnen de structuur van de eurozone en de EU zelf. Binnen de eurozone moeten ALLE LIDSTATEN het eens zijn met een nieuw hulpplan voor Griekenland. Het was dus voldoende dat Finland of een kleine Baltische staat "neen" stemde en het hele hulpplan -en Griekenland en mogelijk de eurozone- gingen de goot in.

Nu is de EU geen federale staat, maar een intergouvernementeel gebeuren, waarbij de beslissingen genomen worden in de Raad van Ministers of in de EU-raad van staatshoofden en regeringsleiders. Dat is dat circus dat dus om de haverklap op het Schumanplein in Brussel kampeert. Voor de meeste terreinen is weliswaar geen unanimiteit meer nodig, maar een qualified majority vote, waarbij elk land naargelang het aantal inwoners een bepaald aantal stemmen krijgt. Het supranationale Europa, de EU-Commissie, is geen regering, maar kan enkel voorstellen doen die dan al dan niet door de Raad en het Parlement worden goedgekeurd. 

Het probleem gaat overigens verder dan het Griekse drama. Ook na de vluchtelingencrisis in de Middellandse Zee kwamen er geen quota over het aantal mensen dat elke lidstaat wou opnemen, enkele EU-toppen ten spijt. En over Oekraïne is er enkel een consensus omdat Rusland zo agressief te keer ging en alle Europeanen de kast opjoeg.

AP1995

"Agree to disagree?"

In de Verenigde Staten is dat anders, die hebben wel een echte federale regering die knopen kan doorhakken. Dat is echter ook niet altijd zo geweest en pas na jaren met vallen en opstaan gegroeid uit noodzaak.

Zo had de VS bij de onafhankelijkheid in 1776 geen echte regering, maar was er een tijdelijk Continentaal Congres met vertegenwoordigers van de 13 kolonies die in opstand waren gekomen tegen het Britse rijk.

The Articles of Confederation uit 1777 (foto) bepaalden een erg losse samenhang tussen die ex-kolonies en dat bleek al gauw niet echt te werken. Ook niet en zeker niet nadat de strijd tegen de Britten -de gemeenschappelijke vijand- in 1783 gewonnen was en elke staat zich op zichzelf wou terugplooien. Opstanden, crises met Indianen en Spaans-Florida dwongen de kibbelende staten ten slotte tot meer samenwerking en in 1788 gaf de VS-grondwet het land echte federale instellingen met een president, een tweekamerparlement en een Hooggerechtshof. Weliswaar kwam er pas in 1913 een echte centrale bank, de Federal Reserve, maar die is wel verdeeld in regionale componenten die rekening houden met de belangen van die regio's.

"L'Union fait la force"

Gelden stevige federale instellingen voor het succes van een politieke unie, dan is dat nog meer het geval voor een monetaire unie. De Latijnse Monetaire Unie die in 1865 ontstond en onder meer Frankrijk, België, Zwitserland en Griekenland omvatte (tot dat laatste land er in 1908 na gesjoemel werd uitgegooid) bestond bij de gratie van de Franse keizer Napoleon III. Toen die in 1870 ten val kwam, rafelde de LMU snel uit elkaar.

Een geslaagd voorbeeld van een monetaire unie was die tussen de Duitse staten in het Zollverein, een douane-unie die in 1834 door het koninkrijk Pruisen werd opgezet en gedomineerd en die economisch het pad effende voor de politieke eenmaking van het Duitse keizerrijk in 1871. Dat gebeurde dan wel onder de laars van kanselier Otto von Bismarck.

Een statenbond en een monetaire unie kunnen dus slagen als er sterke centrale instellingen zijn die het beleid kunnen opleggen en als ze niet afhangen van het dwarsliggen van een klein deelstaatje, noch Griekenland noch Finland dus. Wie in een politieke of monetaire unie stapt, geeft nu eenmaal een deel van zijn soevereiniteit op. Die instellingen in de eurozone, de ECB en het systeem van centrale banken, hadden en hebben nog altijd niet voldoende armslag en controlebevoegdheid en zo lang dat er niet is, blijven de fundamenten van de eurozone erg zwak en zijn nieuwe crises niet uit te sluiten.

Een echte Verenigde Staten van Europa zoals ex-premier Guy Verhofstadt graag zou willen, is wellicht te hoog gegrepen, zeker nu Londen de beslissingsmacht van de Unie nog wat wil uithollen. Binnen de eurozone moet er echter wel meer centralistische stroomlijn komen -niet noodzakelijk de Duitse karwats- wil die monetaire unie op termijn overleven.