Roemeense premier officieel beschuldigd van corruptie

De Roemeense sociaaldemocratische premier Victor Ponta is in staat van beschuldiging gesteld wegens corruptie. Het gaat om feiten die terugvoeren tot zijn periode als advocaat.

Het openbaar ministerie nam ook een deel van zijn bezittingen in beslag. Zo kan de staat vergoed worden voor de geleden schade, zegt het parket. Ponta is vanmorgen verhoord door het parket.

Gerechtelijke bronnen zeggen dat hij weigerde te antwoorden. Ponta wil de conclusies afwachten van een financieel-boekhoudkundige expertise die door het gerecht gevraagd is.

De premier wordt beschuldigd van "17 inbreuken van valsheid in geschrifte, medeplichtigheid aan belastingontduiking en witwassen". De feiten speelden zich af in de periode 2007-2011, toen Ponta nog advocaat was.

Het openbaar ministerie zegt dat hij het equivalent van 55.000 euro ontvangen heeft van een naaste medewerker. Ze zouden een samenwerkingscontract ondertekend hebben. Om het bedrag te rechtvaardigen zou Ponta in 2011 17 valse facturen opgesteld hebben over prestaties die hij zou geleverd hebben voor het advocatenbureau van zijn medewerker.

Ponta wordt ook beschuldigd van belangenvermenging. Als premier benoemde hij zijn medewerker tweemaal (in 2012 en 2014), maar het parket zegt dat het Ponta daarvoor niet kan vervolgen omdat het parlement weigert zijn onschendbaarheid op te heffen.