Waarom ik geen herfstmens meer ben - Aya Sabi

Toen ik kind was en me moest voorstellen bij de eerste schooldag of in een vriendenboekje mocht schrijven, zei ik altijd dat ik een herfstmens was. Omdat ik hield van wandelen in hevige wind, terwijl een vlaag van herfstbladeren rond me bewoog en de geurige regen tikte op gesloten, met damp beslagen ramen. Als de dagen en de nachten even lang zijn en de natuur zich herstelt, haar oude huid afdoet en zich in lagen hult tegen de ijzige winter. Het zijn de dagen dat de aarde in zichzelf kruipt en overleeft.

Het is het seizoen dat mij de meeste herinneringen schenkt, dat het meeste geluid maakt en het meeste belooft. De tijd van het jaar om nieuwe laarzen te kopen, wat hou ik toch van laarzen en van vallende bladeren. Ik hou minder van mensen die de bladeren voor hun deur wegharken en de grote blazers van de gemeente zijn een nachtmerrie voor mijn utopie, een zacht, knisperend bladertapijt over de aarde. Ik verzamelde kastanjes en ik proefde van de soms bittere en altijd droge vrucht. Ik lustte ze niet, maar het was alsof ik de herfst opat, erin beet.

Naar de wolken

Ik ben geïntrigeerd door het weer. En dat zijn we allemaal zo’n beetje. We zijn op z’n minst geïnteresseerd in wat voor weer het morgen wordt en we zijn altijd weer verrast als Vlaanderen ons overspoelt met meerdere seizoenen op één dag. Hoewel we al langer dan vandaag weten dat onze luchten alle schakeringen van wit, blauw, grijs en zwart rijk zijn geweest, dat onze wolken beelden van damp zijn die als we in droog gras liggen gaan ons iets willen vertellen, bewegen boven onze hoofden en soms verdwijnen of vergroten en één massa vormen. Schaapjes en eenhoorns, ijsjes en walvissen. Als we naar boven kijken.

Zon en zomer

Ik ben geen herfstmens meer. Doorheen de jaren ben ik niet veranderd. Ik geloof niet dat mensen “veranderen”. Ik denk dat ze steeds meer zichzelf worden en dat ze op reis door hun dagen en nachten, hun lentes en winters, zichzelf steeds beter leren kennen. Op dit moment kan ik zeggen dat ik gek ben op de afwisseling van seizoenen. Als de vallende bladeren geluid maken, omdat de herfst de zomer probeert in te halen en het niet zo goed lukt, waardoor de bladeren, dor en droog, onder je voetstappen verkruimelen.

Het verlangen, het klein geluk, wanneer je de eerste paddenstoel ontdekt of wanneer het eerste sneeuwklokje tot boven de sneeuw groeit, de zwaluwen die overvliegen op het einde van de winter en een nieuwe lente, een nieuw begin voorspellen. Toen was de zomer er. Eindelijk. Hij heeft lang op zich laten wachten en toen de zon door de wolken brak, kwam zij zo dichtbij.

Zon en zomer doen ons zingen, zoals mijn buschauffeur deze warme ochtend. Zomer is ook het seizoen van geluid, van mensengeluid, van hete, lange avonden met hoog gelach en de drang naar herinneringen maken, momenten om te zien wie je het liefste ziet en te genieten zonder tijdsbesef. Het is het geluid van mensen die buiten komen en lang buiten blijven, alsof de deuren van de aarde zich voor ons openen.

We hebben contrasten nodig

Het is zolang licht en lach en lucht en liefde. Het is zo kort nacht en donker en zwart. Maar vooral hier, in Vlaanderen, wisselt warmte met koelte af en kan het op zachte zomeravonden plots stortregenen, donderen en bliksemen. Je kan ervoor kiezen snel binnen te schuilen of je legt je neer op het gras en voelt de genade, voelt de lichtheid na zwaarte, de schaduw van het licht en het licht van de schaduw, want alleen een zon kan de schaduw vormen en alleen een zon kan de schaduw doen vervagen.

De seizoenen leren ons om klein geluk, de eerste paddenstoel, het eerste madeliefje, te waarderen en dat een herfst enkel herfst is na een zomer en de lente enkel lente is na een winter. We leren de keerzijde van de dingen, dat kou nodig is om warmte te definiëren, dat verdriet nodig is om geluk te kennen, dat falen nodig is om te slagen, dat iemand missen betekent dat je hem meer dan ooit bij je wil en dat sterfte nodig is om te bestaan. Hoe onvoorspelbaar het weer is? Zo onvoorspelbaar als het leven. Maar vooral: het is altijd het mooiste weer om te doen waar u goed in bent, waar u zich het beste bij voelt.

En daarom is het weer geen excuus om te klagen.
 

(Aya Sabi studeert aan Universiteit Hasselt en blogt.)

lees ook