Kleine meisjes worden groot - Cathérine Ongenae

Ik doe de vaat, en sta met mijn rug naar haar toe. Uit haar gebabbel maak ik op dat ze aan het tekenen is. Ze heeft het over wangen kleuren, over vlinders, over zachte haartjes en mooi. Wacht eens, zachte haartjes? Ik draai me om. Ze zit op haar knieën op een stoel aan de keukentafel, met voor haar twee poederdozen.

Terwijl ze in een van de spiegeltjes kijkt, wrijft ze grondig met een makeup-borstel in het glinsterende doosje, en beschildert zichzelf. Ik vraag haar wat ze aan het doen is. 'Mooi maken, zoals mama', klinkt het. En ook: 'Het is bijna op.'
Ik barst bijna uit mijn hart van vertedering. Ik kus haar, ze is grappig en lief. Ik denk ook: dit gaat snel. Ik had verwacht dat mijn spullen minstens nog een paar jaar veilig zouden zijn, maar nee, ze wil een ring als mama, oorbellen als mama, een jurk. Ze klettert rond op mijn hoge hakken, en ze pikt nu ook mijn poederdoos.

Ouders kopiëren

Tien minuten later ligt ze, perfect opgemaakt maar met slaperige ogen, onder een dekentje naar Maja de Bij te kijken. Mijn dochter van drie is terug drie. Probleemloos schakelt ze tussen 'later als ik groot ben' en 'ik wil mijn knuffel'. Groot zijn is iets dat je speelt. Ik bedenk dat ik nog iets van haar kan leren. Of leert ze het van mij?
Ze imiteert me, ik knik en lach. Het is een automatisme, denk ik, want eerlijk gezegd weet ik niet of het zo'n goede zaak is als kinderen hun ouders kritiekloos kopiëren. Je zult als ouder maar een superioriteitscomplex hebben, of narcistische neigingen. Je zult als kind maar leren dat pesten of pathologisch liegen geschikte overlevingstechnieken zijn. Je zult maar te horen krijgen dat goed nooit genoeg is. Of dat alle Marokkanen dieven zijn. Dat je beter bent dan een ander. Dat je lelijke knieën hebt. Wat het ook is dat je zegt, het nestelt zich in dat kleine kopje van hen, het zoekt wortels, het begint een eigen leven. Ideeën zijn even hardnekkig in hun drang om te overleven als genen.

Decolleté op aanvraag

Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik dat schijnbaar onschuldig spelletje van mooi maken ondanks de schattigheid – of misschien net door die schattigheid – aanvoel als een bevestiging die me diep vanbinnen raakt. Ergens in mij reageert iets intens tevreden, want 'het' wordt verder gezet. Wat 'het' dan ook mag wezen. Gedrag. Cultuur. Meisjesdingen.

En nu zit ik ermee, want hoewel ze nog jong is, wil ik dat ze weet dat er ook andere mogelijkheden zijn. Maar hoe leg je een meisje van drie uit dat ze zich mooi mag maken, maar dat het niet moét? Dat het een spelletje is, geen verplichting? Dat ze kan doen wat ze wil omdat ze het wil, niet omdat het hoeft?
Ik moet denken aan die bewuste vriend die me ooit, lang voor zij geboren was en ik nog single, had geadviseerd om wat meer decolleté zou dragen. Uit protest kocht ik drie rolkraagtruien.
Ik moet denken aan die ene chef, een klein mannetje, die me kwam zeggen dat hij mijn nieuwe korte coupe maar niets vond. Ik was zo dwaas om te antwoorden dat het gemakkelijker was tijdens de vakantie, terwijl ik eigenlijk had moeten zeggen dat mijn haar tenminste groeit.

Ik moet denken aan die collega die me aanspoorde om wat meer te lachen terwijl ik aan mijn computer zat te tikken, alsof ik een manische presentatrice ben die de mensen in de huiskamer een knus en welgekomen gevoel moet geven.
Hoe reageer je eigenlijk op zo'n seksistische uitspraken? Negeren? Je verantwoorden? Protesteren? Uitlachen? Kijk naar de borsten van je vrouw in plaats van naar de mijne/het interesseert me niet wat je vindt/Lach zelf/Ik heb tenminste haar. Hoe dan ook, je gaat in het verweer. Wat een verlies van tijd en energie. Maar je moet wel, anders loopt men over je heen.
 

Duizenden regels

Het kind is intussen in slaap gevallen, zich gelukkig van niets bewust. En ik, ik zit als een leeuwin op wacht. Alerter dan ooit ben ik, voor de signalen die we onze meisjes en vrouwen zenden, over wat moet en wat hoort. Mentaal maak ik lijstjes van de zaken waar we het later over moeten hebben. Van de dingen waarin we onze dochters en kleindochters socialiseren. Van dooddoeners en stellingen als 'meisjes zijn ordelijk' tot 'een vrouw moet niet tonen dat ze slim is, want dat is niet aantrekkelijk'. Van 'meisjes moeten lief zijn' tot 'vrouwen moeten zich kleden naar de wensen van de man' – of dat nu over meer textiel gaat of minder, of over de hoogte van hun verdomde hakken. Van 'meisjes moeten lang haar hebben' tot 'vrouwen mogen geen rimpels hebben'. 'Buikjes'. 'Striemen'. Van 'meisjes zijn leuker als ze ja zeggen' tot 'vrouwen moeten kinderen krijgen'.

Duizenden regels zijn er, over wat vrouwen moeten en niet mogen. Terwijl de ideale situatie zou moeten zijn dat meisjes niets moeten en alles mogen. Ik neem me voor om haar, nog meer dan ik nu al doe, zal leren om haar eigen grenzen te bepalen, af te bakenen en als het nodig is te verdedigen. Maar ik hoop vooral dat de ouders van zonen hun jongens leren om vrouwen niet voortdurend op hun lichaam en uiterlijk te beoordelen.

Ik weet niet of de cellen van onze voorouders daar gelukkig mee zullen zijn, maar het zijn per slot van rekening de cellen van mijn nageslacht die belangrijk zijn. Gelijkwaardigheid begint in de wieg.

(Cathérine Ongenae is freelance journalist en columnist.)
 

lees ook