Griekenland is een Europese provincie - Mark Eyskens

Veel commentatoren laten zich nogal laatdunkend uit over de Griekse tragedie die de jongste weken werd opgevoerd. De uiterst linkse regering Tsipras is als een bende avonturiers te werk gegaan. De extreemlinkse jongens van de Syrizapartij stoeiden schuimbekkend rond met de boodschap dat het totaal anders moest. In wezen kwam de politieke boodschap erop neer dat niet in eerste instantie ‘verbetering’ maar wel ‘verandering’ moest worden doorgevoerd. En dat is door het kabinet Tsipras ook gerealiseerd, zowel wat de stijl als de inhoud betreft. De vorige Griekse regering Samaras had de bakens uitgezet voor een ernstig herstelbeleid.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Het begrotingstekort was van meer dan 10 % teruggebracht tot 2,5 % en geleidelijk aan werd de modernisering van de Griekse economie aangepakt. De onstuimige, overigens sympathieke nieuwe eerste minister Alexis Tsipras gooide het over een andere boeg, liet alle remmen los terwijl hij zelf gegijzeld werd door zijn demagogische kiesbeloften. Het spookbeeld van wanbetaling door Griekenland maakte de schuldeisers zenuwachtig en gramstorig, meer bepaald de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Muntfonds.

Pokeraars aan het bewind

Het is een publiek geheim dat de onderhandelingen met de Griekse premier Tsipras en zijn minister van financiën Varoufakis een ware beproeving waren. Vooral de minister van financiën van Griekenland, een speltheoreticus die zijn strategische visies omzette in een gewaagd, laat staan roekeloos pokerspel, gaf mateloos op de heupen van zijn gesprekspartners. Beide Griekse leiders hielden onsamenhangende verhalen die geen hout sneden, terwijl het Griekse huis in lichterlaaie stond. Het uitvaardigen van een referendum in Griekenland heeft het wantrouwen ten aanzien van de Griekse beleidsmakers nog vergroot en zaaide de grootste dubbelzinnigheid in de zeer ongeruste goederen van de Griekse burgers, die niet goed wisten of ze nu voor of tegen Europa moesten stemmen. Het compromisvoorstel door de Europese Unie gedaan om Griekenland boven water te houden, werd met een meerderheid van 61 % van de stemmen verworpen. Maar de triomf van Tsipras bleek weldra een Pyrrusoverwinning te zijn geweest, want tijdens de daaropvolgende week moest hij ongeveer al zijn kiesbeloften inslikken en het tegenovergestelde doen van wat hij met zoveel vuur aan zijn bevolking had voorgespiegeld. De Griekse leider komt ongetwijfeld zeer gehavend en geblutst uit het hele avontuur en is een groot deel van zijn geloofwaardigheid kwijt. Inmiddels is het heel onwaarschijnlijk geworden dat de ambitieuze Tsipras de moderne Griekse geschiedenis zal ingaan als de Perikles van de 21e eeuw.

Een Europese staatsgreep?

Een aantal commentatoren in de media laat zich zeer kritisch uit over het Europees optreden tegenover Griekenland. Het land wordt in feite onder voogdij geplaatst, zo wordt gesteld, zijn activa worden te koop gesteld, allerlei hinderlijke belastingen worden opgelegd, de pensioenen worden gekort. Kortom volgens sommigen werd door Europa in Griekenland noch min noch meer een staatsgreep gepleegd die ingaat tegen de Griekse volkswil.
Toch moet worden onderstreept dat in het nieuwe, opgelegde herstelplan voor Griekenland een financiële steun is voorzien van om en bij de 80 miljard euro, die zich voegen bij de tijdens de jongste jaren reeds toegekende 300 miljard euro. Het is juist dat te radicale en ongenuanceerde austeriteit de economische groei van een land fnuiken en de burgers verarmen. Dit heeft voor gevolg dat de vraag daalt en de economische groei krimpt. Het paradoxale gevolg hiervan is dat de openbare schuld toeneemt, althans uitgedrukt in procenten van het bruto nationaal product. Bovendien bestaat zoiets als een sociale pijngrens die best niet wordt overschreden, indien men politieke destabilisatie en grote onrust wil vermijden. Van het grootste belang is dan ook dat in het Griekse herstelplan voldoende ruimte wordt gecreëerd voor het stimuleren van expansieve investeringen. Op het eerste gezicht is hier ook aan gedacht onder meer door het oprichten van een privatiseringsfonds dat met de verkoop van overheidsactiva zal beschikken over financiële middelen om te investeren in groeibevorderende activiteiten. Ook de bestaande Europese fondsen en het plan Juncker kunnen voor Griekenland worden ingezet, zodat het land van nu af aan het perspectief wordt geboden dat het einde van de tunnel zal worden bereikt. Tenminste als de Griekse samenleving voldoende wil samenwerken.

Griekenland werd een falende Europese provincie

Bij het invoeren van de Monetaire Unie en van de euro aan het begin van de 21e eeuw werd door de toenmalig verantwoordelijke politici aan de openbare opinie onvoldoende uitgelegd dat een land, dat lid werd van een monetaire unie, ook in faling kon gaan. Immers de leden van de monetaire unie doen afstand van hun monetaire soevereiniteit. Zij kunnen niet langer hun eigen munt bijdrukken en aldus hun schuldeisers blijven betalen. Ook al is het bijgedrukte geld steeds minder en minder waard.

Eens lid van een monetaire unie komt het geld van de Europese centrale Bank en in de Europese Unie heeft de ECB niet de mogelijkheid om lidstaten en hun schatkisten rechtstreeks te financieren. De ECB werkt via het banksysteem. Een staat die zijn schulden niet kan terugbetalen zal dus ofwel zijn uitgaven moeten verlagen ofwel beroep doen op de solidariteit van de andere lidstaten die eventueel voorlopig bereid gevonden worden financieel over de brug te komen. Deze twee mogelijkheden zijn niet zonder gevaar want besparingen hebben vaak deflatoire gevolgen en verminderen de economische groei en de tewerkstelling. En opeenvolgende bailout-plannen stellen de zenuwen van de schuldeisers zwaar op de proef die zelf ook in eigen land af te rekenen hebben met een openbare opinie en een nationaal parlement die de voorkeur geven aan boter bij de vis en allergisch zijn aan boter aan de galg.

De onbetwistbaar harde maatregelen ten aanzien van Griekenland waren onvermijdelijk geworden, des te meer omdat een grexit zou overkomen als een dramatisch falen van de Europese samenwerking en een stap achteruit van de Europese integratie. Een grexit zou bovendien geen enkel soelaas brengen voor de schuldeisers en Griekenland zelf zou met een eigen munt, die bijna niets meer waard zou zijn, terechtkomen in een duivelse inflatoire spiraal, met alle nefaste gevolgen vandien. De waarheid is dat wat sommigen een staatsgreep hebben genoemd in feite absoluut nodig was.

Er zijn landen zonder munt maar geen munten zonder land

En het is hoogst merkwaardig dat de regeringen van de overige 18 lidstaten van de monetaire unie die zogenaamde staatsgreep hebben mogelijk gemaakt. Het betekent noch min noch meer dat een eengemaakt economisch bestuur van de Europese Unie in de maak is, ook al verloopt dat nog met horten en stoten. De monetaire unie, die politiek het levenslicht zag met het verdrag van Maastricht en veel te danken heeft aan de val van de muur van Berlijn en de uitbreiding van de Europese Unie, heeft een Europese staatsvorming aanzienlijk verstevigd. Economen weten dat er landen bestaan zonder munt, die gebruik maken van de munt van een ander land, zoals bijvoorbeeld Luxemburg dit deed met de Belgische frank.

Maar het omgekeerde is onbestaanbaar. Er bestaan geen munten zonder land, dit wil zeggen zonder statelijke verankering met een verregaand gemeenschappelijk budgettair, financieel, monetair, economisch beleid. De publieke opinie in Europa onderschat de kolossale soevereiniteitsafstand van de lidstaten die heeft plaatsgevonden na de bijna catastrofale financiële crisis van 2008-2012. Het Europees parlement en de Europese Raad hebben diepgaande controlerende, coördinerende en sanctionerende maatregelen getroffen, vooral op budgettair vlak en wat betreft de controle op en het stabiliseren van het banksysteem. De lidstaten van de EU, vooral diegenen die lid zijn van de monetaire unie, worden geleidelijk aan geprovincialiseerd. Zelfs de grote landen in Europa zoals Duitsland en Frankrijk, zijn in grote mate interdependent en afhankelijk van de rest van Europa. De interventie van Europa in Griekenland is dan ook een voorbeeld van groeiend Europees governance en verdient veeleer te worden toegejuicht dan afgebroken.

Achterhoedegevechten

De vooral stilzwijgende en geruisloze ontmanteling van de natiestaten in Europa is een doorn in het oog van nostalgische nationalisten die niet hebben begrepen in welke richting de pijl van de geschiedenis zich beweegt. De slogan: “wat wij zelf doen, doen wij beter” blijkt steeds meer achterhaald door de feiten en door de noodzaak grensoverschrijdende problemen – en dat zijn de meesten – op te lossen. Nationalisten lijken vaak op holbewoners die zich terugtrekken in een grot, de ladder optrekken en zich beroezen aan een kunstmatig veiligheidsgevoel, tot blijkt dat een aardbeving – en die is in Europa bezig – de grot doet instorten.

Wel is het juist dat de europeanisering van het beleid in Europa op alle essentiële domeinen onvoldoende doorzichtig is en onvoldoende democratisch wordt bepaald. De Griekse tragedie werd opgelost door de samenwerking en de verbeeldingskracht van de regeringsleiders en de ministers van financiën van de 19 lidstaten van de Monetaire unie. In een echte democratische gemeenschap is het uiteraard het parlement – in dit geval het Europese parlement – dat de eindbeslissingen moeten nemen. In de huidige situatie lijkt vooral een onderonsje tussen de Franse president Hollande en de Duitse kanselier Merkel de oplossingen aan te reiken. Dit tweespan is natuurlijk beter dan besluiteloosheid en verwarring, maar een voorbeeld van democratische besluitvorming is dit dan ook weer niet. Het is evident dat de Europese commissie meer en meer moet uitgroeien tot een quasi Europese regering maar dan moet ook haar samenstelling worden herzien. De Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders zou het statuut krijgen van een soort Amerikaanse Senaat terwijl het Europees parlement het democratische Congres zou vormen. En bij de Europese verkiezingen is het wenselijk om voor een bepaald contingent van Europese verkozenen een Europees kiesdistrict in te voeren, wat wil zeggen dat deze personen verkiesbaar zouden zijn in heel Europa.

De andere uitdagingen die wachten

Inmiddels komen talloze uitdagingen op Europa af. Eerlang zal op de Parijse conferentie hopelijk een consensus ontstaan over de aanpak van de klimaatwijziging en het beleid dat met het oog hierop in Europa zal moeten worden gevoerd. Voor België en meer bepaald voor Vlaanderen – ongeveer de meest vervuilde gebieden van Europa – betreft het hier enorme en complexe opgaven.

Europa moet ook op een constructieve wijze een akkoord pogen te smeden met de Verenigde Staten van Amerika over het trans-Atlantische internationale handels- en investeringspartnership, het zogenaamde TTIP. Een goed akkoord tussen de landen aan beide oevers van de Atlantische oceaan kan zeer aanzienlijke voordelen opleveren voor de bewoners van het Europese en het Noord-Amerikaanse continent.

Minder aantrekkelijk maar van vitaal belang is de strijd tegen het terrorisme en het voorkomen van jihadistische radicalisering binnen Europa. Europa heeft nood aan een menselijk maar ook efficiënt immigratiebeleid dat ten goede komt aan de economie en de economische dynamiek. Daarbij moet de overgang van multiculturaliteit naar interculturaliteit zeer sterk worden in de hand gewerkt.

De toestand in Oekraïne aan de oostgrens van de Europese Unie moet op de voet worden gevolgd en de Russische president moet het worden duidelijk gemaakt dat de huidige grenzen van Oekraïne moeten worden geëerbiedigd en dat het vredesakkoord van Minsk moet worden uitgevoerd. Tegelijkertijd moet de regering in Kiev werk maken van een grondige federale hervorming van de staatsstructuur in Oekraïne, terwijl het Westen en meer bepaald de NAVO zouden kunnen aankondigen dat het geenszins de bedoeling is om Oekraïne in de NAVO op te nemen.

Wat in China gebeurt, verdient ook scherpe Europese aandacht. De structurele zwakheden van dit enorme land worden steeds duidelijker, als gevolg van de relatief lage economische groei, een wankel banksysteem, een vastgoedbel, een daling van de beurswaarden met 3 biljoen dollar, een autoritair regeringsbeleid dat door intellectuelen en studenten steeds minder wordt aanvaard, de aanhoudende corruptie, enz. Het is echter in niemands voordeel dat China ten prooi zou vallen aan een soort ontwrichtende volksopstand, gegeven het grote belang van China voor de wereldeconomie.

Positief is alvast het akkoord dat door de zes belangrijkste mogendheden in de wereld met Iran werd afgesloten met het oog op het verzaken aan elke nucleaire bewapening in ruil voor economische samenwerking met Iran. En de normalisering van de diplomatieke, politieke en economische relaties met Cuba en Myanmar, vooral vanwege de Verenigde Staten, is een evolutie die bewijst dat niet alleen conflicten en oorlogen maar ook vrede en vredelievendheid kunnen uitbreken.


(Mark Eyskens is minister van Staat.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.