Milieu in de Noordzee verbetert, maar problemen blijven

Het eerste deel van het nieuwe federaal milieurapport heeft betrekking op het hele Noordzeegebied. Er blijken een aantal positieve punten uit: de visgemeenschappen die de zeebodem bevolken, zijn aan het herstellen, de hoeveelheden kwik en lood afkomstig van de grote rivieren dalen en 5,4 % van het hele Noordzeegebied is nu een beschermd marien gebied. Andere problemen blijven evenwel bestaan, zoals de kusteutrofiëring (vermesting), de vervuiling van de zee door gevaarlijke producten, de hoeveelheid afval, de te trage evolutie naar een duurzame visvangst, en de impact van de klimaatverandering.
(Foto: Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen/Alain Norro)

Veel van de bestanden van bodemvissen waarvoor er jaarlijks wetenschappelijke schattingen opgesteld worden, en vangstbeperkingen opgelegd worden, zoals tarbot, griet, schol, tongschar en tong, zijn positief aan het evolueren, onder meer als gevolg van het Europese visserijbeheer.

Voor steeds meer van deze soorten geldt dat de biomassa tijdens de laatste jaren uitgestegen is boven de minimumniveaus die nodig zijn voor de populaties om zichzelf in stand te kunnen houden. Dat "surplus" kan dus op duurzame wijze bevist worden.

Ondanks deze positieve evoluties, zijn er nog steeds visbestanden die zwaar onder druk staan, zoals kabeljauw. Vooral de gerichte visserij op dit bestand is schadelijk gebleken. België heeft enkel een beperkte bijvangst van kabeljauw, kabeljauw is immers geen doelsoort van de Belgische visserij.

Sinds 2000 werd kabeljauw in de Noordzee steeds minder intensief bevist, wat vanaf 2007 leidde tot een merkbare toename van geslachtsrijpe individuen. Toch blijft de populatiegrootte op het einde van 2013 nog steeds 61 procent onder het gewenste niveau.

Kraakbeenvissen zoals haaien en roggen hebben het wereldwijd extra moeilijk. Een aantal soorten roggen en haaien kwamen in het verleden algemeen voor in Belgische wateren: de stekelrog, de gevlekte rog, de vleet, de pijlstaartrog, de hondshaai, de gladde haai, de doornhaai en de zee-engel.

Een aantal van deze soorten worden nu nog gevangen en kennen terug stijgende populatiegroottes, bijvoorbeeld de hondshaai, stekelrog en gevlekte rog, maar zijn nog steeds veel zeldzamer dan een eeuw geleden.

Andere soorten zoals de doornhaai, gaan verder achteruit of zijn inmiddels uitgestorven in onze wateren, en vermoedelijk zelfs in de hele Noordzee, bijvoorbeeld de zee-engel, pijlstaartrog en vleet. Het probleem voor deze soorten is dat ze zich traag voortplanten door een beperkt aantal nakomelingen, en door de relatief hoge leeftijd waarop ze geslachtsrijp worden.

Kwik

De hoeveelheden kwik en lood die door de grote rivieren in de Noordzee gedumpt worden, dalen al enkele jaren, en in het water van de Noordzee liggen de concentraties aan zware metalen dan ook erg laag. Dat zegt echter niet alles want in biota, levende wezens, liggen de concentraties boven de milieuhygiënische milieunormen.

De normen worden ook overschreden in het water voor sommige PAK's, polycyclische aromatische koolwaterstoffen - een groep van olie- en teerachtige, kankerverwekkende stoffen -, tributyltin - een giftige verbinding van tin die gebruikt wordt in scheepsverf om aangroei tegen te gaan - en voor een aantal PBDE's, polygebromeeerde difenylethers, mogelijk giftige vlamvertragers. 

Het aantal opzettelijke olie- en andere lozingen door schepen in onze wateren, is de laatste jaren duidelijk gedaald, maar de zeer drukke scheepvaart in de Noordzee blijft een belangrijke bron van vervuiling. Aanvaringen zijn daarbij veruit de grootste oorzaak van vervuiling met olie.

De scheepvaart is ook een belangrijke oorzaak van zwerfvuil, vast vuil in zee. Zo zijn nylon netten van de visserij het meest aangetroffen voorwerp op de Belgische stranden. Ook het toerisme veroorzaakt heel wat zwerfvuil. Plastic maakt zowat 80 procent van het zwerfvuil uit.

Eutrofiëring

In de Noordzee blijft eutrofiëring een probleem. Eutrofiëring is het fenomeen waarbij er te veel voedingsstoffen, vooral stikstof en fosfor, in het water terecht komen als gevolg van de bevolkingsgroei, het gebruik van meststoffen in de landbouw, de industriële ontwikkeling en de verstedelijking.

Dit veroorzaakt een toenemende groei van fytoplankton - ééncellige microscopische algen -, een veranderende samenstelling van de planktonsoorten, wat in de Noordzee bijvoorbeeld leidt tot een sterke lentebloei van Phaeocystis in de Noordzee (kleine foto), veranderingen in de structuur van de ecosystemen, de vernietiging van habitats en een verschraling van de biodiversiteit.

In grote gehele van de Belgische kustwateren overschrijden de waarden van opgeloste anorganische stikstof en fosfor (DIN Dissolved Inorganic Nitrogen en DIP Dissolved Inorganic Phosphorus) in de winter de grenswaarden. De concentraties, alsook de siliciumconcentratie, zijn het hoogste ter hoogte van de Scheldemonding en nemen af in zuidwestelijke richting. De meest opvallende trend is de significante afname van de fosfor-concentraties.

Klimaatverandering

De klimaatverandering laat zich al gevoelen in de Belgische kustwateren. Het zeeniveau in Oostende is gemiddeld met 1,69 millimeter per jaar gestegen over de periode 1927-2006. Sinds 1992 lijkt die stijging zich versneld door te zetten en haalt 4,41 millimeter per jaar.

De temperatuur van het Noordzeewater stijgt momenteel met een snelheid tussen 0,023 graden C en 0,053 graden C per jaar.

Experten zijn van mening dat een stijging van het zeeniveau met 60 centimeter tegen het jaar 2100 een gematigd realistisch scenario is. Er werden echter voorafgaande digitale simulaties doorgevoerd voor een rampscenario waarbij een stijging van het zeeniveau met 2 meter verondersteld werd. Die simulaties wijzen op een stijging van de stromingen met zowat 10 procent ter hoogte van Nieuwpoort en een beduidende stijging van de hoogte van de golven tegen de kust. Deze resultaten moeten in de toekomst verder verfijnd worden.

Het lijkt vast te staan dat de stijging van de temperatuur een weerslag zal hebben op de verschillende niveaus van de voedingsketen, op de beschikbaarheid van voedsel, de spreiding en de levenscyclus van verschillende soorten. Aangezien veranderingen in ecosystemen zich heel plotseling kunnen voordoen, is het moeilijk te voorspellen wat die impact juist zal zijn.