Met opgeheven vingertje - Jürgen Mettepenningen

Toen het Belgisch marineschip ‘Godetia’ vorige week terugkwam na een missie in de Middellandse Zee, waarbij ze 1.617 vluchtelingen opgepikt hadden, zei commandant De Cock: ‘We hebben het hier potverdorie goed’. Waar wij onze aandacht kunnen laten gaan naar afscheidnemende omroepsters, een defilé en naar wat we nu vanavond weer eens zullen eten, had De Cock het niet over dergelijke ‘luxeproblemen’. Hij sprak over hoe goed we het hier wel hebben in vergelijking met elders. Wie miserie heeft gezien, kijkt anders naar de wereld.

Twee oevers

Aan minstens twee oevers van de Middellandse Zee heerst miserie. Aan de Noord-Afrikaanse oever vertrekken in Libië bootvluchtelingen en in Tunesië was er de aanslag op een strand. Aan de andere oeverkant, de Europese, moeten de Grieken de riem nog meer aanspannen, en er een gaatje – of sterretje – meer in creëren om de broek te kunnen aanhouden. Politici, die verkozen werden om namens het volk verantwoordelijkheid te nemen, doen over de problemen aan de oevers van de Middellandse Zee grote verklaringen, vooral over hoe anderen hun verantwoordelijkheid moeten opnemen.

Ondertussen lijden niet de politici, maar de gewone burger. Die heeft het niet meer over kwaliteit van leven, maar niet zelden over overleven. Het mag gewoonweg niet verwonderen dat zij hun oevers (zullen) willen verlaten: Noord-Afrikanen die Europa binnen willen, Grieken die naar West-Europa zullen migreren.

Help, de volgorde is omgedraaid!

Over Europa zijn de afgelopen weken al bladzijden vol geschreven. Maar voor mij primeert een zeer onrustwekkende vaststelling: waar het van bij het begin van het Europees project is gegaan over ‘solidariteit en verantwoordelijkheid’, is de volgorde nu omgedraaid! Wie op solidariteit wil rekenen, moet verantwoordelijkheid dragen zoals wij dat willen. En dus kregen de Grieken pas perspectief op geld, toekomst en waardigheid nadat hun parlement allerlei drastische maatregelen goedkeurde die door de rest van Europa waren opgelegd. Het mag dan juist zijn dat Griekenland jarenlang onheus bestuurd werd en dat het bij de toetreding tot de eurozone een ‘te optimistische’ balans voorlegde waarvan iedereen zich bewust was dat die niet volledig klopte, het is ook waar dat Griekenland niet alleen aanklopte aan de deur, maar ook werd binnengelaten.

Wie deel wordt van de familie, krijgt deel aan al de familievreugde en al het familieleed. En mag aangesproken worden op het vlak van verantwoordelijkheid, maar mag in de eerste plaats rekenen op solidariteit! Nationale belangen, de gevolgen van de economische crisis en een groeiende juridisering waarbij ieders verantwoordelijkheid op een weegschaaltje wordt gelegd, dreigen het geweten uit te schakelen dat resoluut tot solidariteit oproept. Zeker in tijden dat het stormt, is het van belang om met de wortels van dat geweten stevig in de grond te staan.

En ikzelf?

Commandant De Cock zag het goed: wij hebben het hier potverdorie goed. Hij had het dan in vergelijking met de armoedige situatie van Noord-Afrikanen die in een plastic zakje hun hele hebben en houden met zich meedragen. Ook omtrent deze kwestie praten politici vooral over verantwoordelijkheden. Mijn geweten knaagt. Wij die meer dan 1 keer per jaar op vakantie menen te moeten trekken, die in supermarkten uit een ruim aanbod van producten en merken kunnen kiezen om dat ene gerecht te kunnen nabootsen zoals we dat op een kookprogramma of kookzender (!) gezien hebben, wij die speeltuigen aankopen voor onze eigen kinderen in plaats van met die kinderen te trekken naar de speeltuin in de wijk, wij die in dure auto’s en met duur verzekerd de baan op gaan,… Ja, we hebben het hier goed.

Maar die vaststelling wordt cynisch wanneer je bedenkt dat de solidariteit met elkaar afbrokkelt terwijl we meer middelen hebben om solidair te zijn. Oeps, ik schop mezelf en onszelf een geweten… Het was eruit voor ik het wist. Maar ja, het is inderdaad eenvoudiger om over anderen te spreken en hen te wijzen op verantwoordelijkheden in plaats van onze solidariteit met medemensen dichtbij en veraf te bevragen. Misschien zijn onze Europese politici, die ik hierboven bekritiseerde, wel echt vertegenwoordigers van het volk...

Oorlog en hoop

Weet u wat een grootvader me deze week zei? Indien het opnieuw oorlog zou worden, zou angst wel eens de beste leermeester worden om opnieuw solidair te zijn. Diezelfde dag las ik in Knack een interview met Geert Mak. Hij gaf aan dat de huidige generatie politici niet meer Wereldoorlog II hadden meegemaakt, en dat dat er aan te zien was. Beste meneer Mak, het is niet alleen te zien aan de politici. De uitdaging is om zonder angst en met de vele middelen die we hebben, verder te kijken dan ons eigen welzijn en solidair te zijn met zij die ons nodig hebben.

We mogen daar geen oorlog voor nodig hebben. En dat zeg ik in naam van al degenen wiens naam geschreven staat op oorlogsgraven. De meest waardige herinnering aan oorlogen, is er zelf geen te voeren. Solidariteit en verantwoordelijkheid zijn de ingrediënten daartoe. In die volgorde! Niet alleen om oorlog te vermijden, maar vooral om ieders leven met hoop te voeden.


(Jürgen Mettepenningen is theoloog.)
 

lees ook