Twee maten en gewichten voor Rwanda en Burundi - Peter Verlinden

Op 25 april beslist de Burundese president Nkurunziza om zich kandidaat te stellen voor een derde ambtstermijn. Zijn Grondwettelijk Hof oordeelt dat hij dat mag, hoewel de meeste internationale waarnemers en de Burundese opposanten vinden dat zoiets zou indruisen tegen de Burundese grondwet. Snel veroordelen verschillende donorlanden, ook België en Nederland, dit politieke manoeuvre. Zo laat Minister van Ontwikkelingssamenwerking De Croo officieel weten dat hij niet zal samenwerken met Petero Nkurunziza als die effectief voor een derde keer verkozen wordt. Ook onder meer zijn Nederlandse collega plaatst het regime Nkurunziza op de zwarte lijst.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Op 14 juli beslist het Rwandese parlement dat de Grondwet veranderd mag worden zodat president Kagame kandidaat kan zijn voor een derde ambtstermijn en mogelijk voor nog meer termijnen daarna. Meer dan 3,7 miljoen Rwandezen hadden daarom gevraagd in een petitie, zijnde bijna drie kwart van het kiezerskorps. De grondwetswijziging zal nu in een referendum aan het Rwandese volk voorgelegd worden.
Vanuit de donorlanden komt er nauwelijks een reactie. De Nederlandse ambassadeur in Kigali noemt de kwestie een interne Rwandese aangelegenheid. De Belgische ministers blijven oorverdovend stil.

Zoek de verschillen.
 

De moeizame Burundese 'democratie'

Na de burgeroorlog in Burundi vanaf 1993 slaagden de strijdende partijen in een moeizaam maar eervol vredesakkoord, afgesloten in 2000. De belangrijkste rebellenbeweging werd vijf jaar later beloond met een overweldigende verkiezingsoverwinning maar moest de macht delen met de minderheidsgroepen, ook de etnische, om de vrede een kans te geven. Binnen de dominante partij van president Nkurunziza groeide geleidelijk de oppositie tegen de aanwassende almacht van de president en zijn directe entourage. De kwestie van het derde mandaat was de spreekwoordelijke druppel maar zeker niet de enige reden van het verzet, zowel op straat als binnen een deel van het leger.

Het burgerprotest bleef beperkt tot enkele wijken van de hoofdstad Bujumbura, omdat ‘de heuvels’ helemaal anders tegen de politieke strijd aankijken, ook al omdat de oppositie in het binnenland traditioneel nauwelijks enige aanhang heeft. De (parlement)verkiezingen die er ondanks alles gekomen zijn, ondanks de zeker 80 doden en 150.000 vluchtelingen, gaven als officieel resultaat in orde van grootte dezelfde machtsverhouding als vijf jaar geleden: zowat drie kwart van de stemmen voor de partij van de president, een kwart voor alle oppositiepartijen samen.

De donorlanden, België voorop, oordelen heel streng over de aanslagen op het democratische proces in Burundi. Zij eisen dat de oppositie alle ruimte krijgt, inclusief de volstrekte vrijheid voor de media, dat de jongerenbeweging van de grootste partij aan banden wordt gelegd en strikt gecontroleerd wordt op elk gebruik van geweld, dat de president rigoureus de grondwet en het vredesakkoord naleeft en dat het Grondwettelijk Hof die teksten zo interpreteert dat een derde mandaat voor dezelfde man onmogelijk wordt.

Als die voorwaarden niet nageleefd worden, zoals nu het geval is, dan gaat de geldkraan onverbiddelijk dicht, althans voor het geld dat via de regering zou passeren. Want op geen enkele manier mag de minste ontsporing van het democratische model getolereerd worden.
De Burundese president en zijn entourage worden hard aangepakt en weten waaraan zich te verwachten als zij hun machtsdrang niet in toom houden.

De Rwandese dictatuur

Na de genocide en de oorlog in Rwanda in 1994 legde de winnende rebellenbeweging haar eigen regels op. Het bestaande vredesakkoord werd daarbij flagrant geschonden. Van meet af aan ruimden de nieuwe machthebbers iedereen uit de weg die hun almacht zou kunnen bedreigen. Elke kritische stem werd geleidelijk gesmoord: in de gevangenis, op de vlucht, door moord. Het nieuwe regime zette ook de jacht in op zijn mogelijke tegenstanders in het buitenland: met honderdduizenden werden ze omgebracht in het grote buurland Congo.

De eerste zogenaamd ‘democratische’ verkiezingen van 2003 werden gekenmerkt door intimidatie en corruptie. In de aanloop naar de volgende, die van 2010, werd de belangrijkste tegenkandidaat van de almachtige president Kagame opgepakt op vage beschuldigingen. Uiteindelijk kreeg ze 15 jaar gevangenschap, terwijl andere politieke opposanten al lang in de gevangenis zaten of vermoord waren. Van een vrije pers was intussen al lang geen sprake meer. Ook die verkiezingen werden een aanfluiting van elk beginsel van de democratie.

Twintig jaar na hun machtsovername regeren de rebellen van destijds met ijzeren vuist over Rwanda. Zelfs in die mate dat het voor sommigen in de eigen rangen onhoudbaar wordt. Dissidenten die vroeger medestanders waren van het regime vormen nu de sterkste kritische stem, maar wel gevlucht naar het buitenland. Sommigen van hen zijn al vermoord door een doodseskader dat door Kigali uitgestuurd was.

Intussen ontvangt het regime in verhouding tot het aantal inwoners het grootste pakket ontwikkelingsgeld van de hele wereld. Tussen 40 en 50% van het staatsbudget, variërend volgens het jaar, wordt betaald door de Westerse donoren, een absoluut record. De economie en het hele staatsbestuur zijn sterk afhankelijk van dat geld. Het regime wordt wel beschouwd als een goede beheerder: de ontvangen steun wordt naar Afrikaanse normen efficiënt beheerd.
In de aanloop naar de volgende verkiezingen, in 2017, houdt de almachtige president Kagame de schijn op dat hij niet meteen geïnteresseerd is in een derde mandaat, wat trouwens zou indruisen tegen zijn grondwet. Maar zijn eigen partij, waar hij ook de voorzitter van is, en die een absolute meerderheid heeft in het parlement, organiseert wel een reeks van ‘spontane’ petities om de grondwet te laten veranderen waardoor de beperking van het aantal mandaten zou wegvallen. Elke kenner van de regio en het land weet dat deze ‘volkswil’ gemanipuleerd is: de afgelopen twintig jaar is elke tegenstem, tégen het regime, onmogelijk geworden, levensgevaarlijk zelfs.

En zo doet het parlement wat de almachtige partij en haar voorzitter, de president, wil: de grondwet wijzigen en een referendum uitschrijven dat op voorhand gewonnen is, toch volgens de ervaring van de vorige verkiezingen.

Dan zwijgen de donoren, de Westerse landen, op een voorzichtige reactie van de Verenigde Staten na. Geen dreigementen om de ontwikkelingssamenwerking uit de handen van het regime te houden, geen vragen om na twintig jaar de politieke vrijheden en de persvrijheid te herstellen, geen eisen om de verantwoordelijken te berechten voor de ontelbare politieke en andere moorden, geen harde woorden dat de nieuwverkozen president niet erkend zal worden. Het staalharde regime in Kigali wordt met zachte handschoenen aangepakt, als het al aangepakt wordt.

Twee maten

Ergens moet er een verklaring zijn voor die totaal andere aanpak van de machthebbers in Burundi tegenover die in Rwanda.
Maar zelfs voor een ervaren waarnemer blijft het tasten in het duister.

Waarom kan het Rwandese regime in Kigali zich veroorloven om nu al twee decennia lang elke democratische rechtsregel met de voeten te treden terwijl met de Burundese machthebbers in Bujumbura meteen afgerekend wordt als zij hun ‘democratie’ proberen te manipuleren?
Waarom gedogen de Westerse donoren honderdduizenden moorden op ongewapende burgers in de loop van meer dan twintig jaar door de huidige machthebbers in Kigali?
Waarom wordt de verantwoordelijkheid voor het geweld van de afgelopen bijna drie maanden in de straten van Bujumbura zo goed als volledig bij de huidige machthebbers gelegd, terwijl ook de opstandelingen zwaar geweld gebruiken en zelfs een (poging tot) staatsgreep hebben gepleegd?

En vooral.
Waarom nemen de landen en internationale organisaties die in beide landen veel geld stoppen, het meeste nog in Rwanda, zo goed als geen enkel initiatief om de lopende conflicten op een geweldloze manier op te lossen?
De jongste geschiedenis van Rwanda, de afgelopen ruim twintig jaar, bestaat vooral uit veel geweld, ontstellend veel burgerdoden, en nauwelijks uitzicht op een duurzame vredevolle samenleving waar elke burger gelijkwaardig is.
De jongste geschiedenis van Burundi, over diezelfde periode, heeft na een zeer bloedige periode even de hoop getoond dat een duurzame vredevolle samenleving in de maak was waarin elke burger gelijke kansen kreeg. Die hoop heeft de afgelopen maanden stevige klappen gekregen.
Willen of kunnen de geldschieters van beide landen, ook België, niet zwaarder wegen op die levensnoodzakelijke weg naar een vredevolle opbouw van een samenleving waar het ooit goed om leven kan worden?
Of hebben ook de bewindvoerders in Brussel, Parijs, Londen en Washington de hoop opgegeven dat het ooit beter kan worden voor de Rwandezen en Burundezen en laten ze daarom de Rwandese dictator en de Burundese dictator-in-wording maar zijn gang gaan?
Of spelen er andere belangen en welke dan?

(Peter Verlinden is journalist bij Vrt Nieuws en Afrikakenner.)