Mitsubishi excuseert zich bij Amerikaanse oorlogsgevangenen

Het Japanse bedrijf Mitsubishi heeft zijn excuses aangeboden omdat het tijdens de Tweede Wereldoorlog Amerikaanse krijgsgevangenen had ingezet als dwangarbeider.
Hikaru Kimura (2e van links) en James Murphy (2e van rechts)

Hikaru Kimura, een van de managers van de Japanse onderneming, bood zijn verontschuldigingen aan tijdens een ceremonie aan het Simon Wiesenthalcentrum in de Amerikaanse stad Los Angeles.

De 94-jarige James Murphy, een van de Amerikanen die zeventig jaar geleden gedwongen werd om voor Mitsubishi te werken, aanvaardde tijdens de plechtigheid de excuses. "De excuses zijn oprecht, nederig en duidelijk. Dit wilden we al zeventig jaar", verklaarde hij nadien. "Ik hoop dat we nu verder kunnen gaan en een betere vriendschap kunnen onderhouden met onze bondgenoot."

Veel Amerikaanse soldaten die tijdens WO II gevangen waren genomen door het Japanse leger, werden als dwangarbeider ingezet door Japanse ondernemingen. Ongeveer 500 Amerikanen moesten aan de slag in vier mijnen die uitgebaat werden door Mitsubishi Mining Co, een voorloper van het huidige conglomeraat dat in het westen vooral bekend is als autofabrikant.

Ook krijgsgevangenen uit andere geallieerde landen - en dan vooral uit de Filipijnen, Korea en China - werden gedwongen in die mijnen te werken. "Het was pure slavernij: geen eten, geen medicijnen, geen kleding en geen sanitaire voorzieningen", aldus Murphy nog.

De Japanse regering had vijf jaar geleden al officieel haar excuses aangeboden aan de Amerikaanse krijgsgevangenen. Maar het is wellicht de eerste keer dat ook een van de betrokken ondernemingen zich verontschuldigt. "We hopen dat dit andere bedrijven ertoe zal aanzetten om hetzelfde te doen", reageerde rabbijn Abraham Cooper van het Simon Wiesenthalcentrum.