Francken ziet vrijwillige terugkeer sterk terugvallen

De vrijwillige terugkeer van migranten naar hun land van herkomst is sinds begin dit jaar sterk teruggevallen. De eerste zes maanden van 2015 ging het om 1.419 personen, vorig jaar waren dat er nog 1.803 in dezelfde periode. "Niet goed", zegt staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken. De N-VA'er heeft daarom een actieplan opgesteld waarin hij de samenwerking zoekt met steden en gemeenten.

Een extrapolatie van de vrijwillige terugkeer komt voor het hele jaar 2015 op ongeveer 2.800 personen uit. Het normale cijfer zou tussen de 3.000 en 3.500 liggen. “Dat is niet goed”, zegt staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA). Hij wijst op het hoger aantal erkenningen van asielzoekers, waardoor de doelgroep kleiner wordt. Maar tegelijk wil hij meer mensen zonder verblijfsrecht ertoe bewegen om het land te verlaten.

Hoe hij dat wil doen? Door meer te gaan samenwerken met gemeenten en steden. En zo “groepen die illegaal in de grootsteden wonen te stimuleren om meer vrijwillig terug te keren”, aldus de staatssecretaris. Om hoeveel mensen het precies gaat, is Francken onduidelijk. "Maar we willen hen duidelijk maken dat een vrijwillige terugkeer naar hun land van herkomst beter is dan leven in de illegaliteit." Hij wijst erop dat het om een groep mensen gaat die blootstaat aan huisjesmelkers, die geen "wit werk" kan verrichten. "Die willen we stimuleren vrijwillig terug te keren."

Om het probleem het hoofd te bieden, heeft Francken een concreet actieplan uitgewerkt, “met gespreksavonden, samenwerking met de gemeentebesturen, een aantal organisaties op het veld, ambassades en consulaten van herkomst.” Zo komt er in steden als Aalst en Antwerpen al een open terugkeerloket. Francken wil ook met andere besturen praten, maar hij zal alleen initiatieven ondernemen met steden die ook effectief willen meewerken. "Het is belangrijk dat de besturen er ook achter staan. Er is een aantal besturen voor wie terugkeer de minste prioriteit is.”

Tijdelijke toestroom

Het aantal asielaanvragen in ons land is de laatste drie maanden bijna verdubbeld, blijkt uit de cijfers die Francken vandaag bekendmaakte. Toch is er volgens de staatssecretaris voorlopig geen gebrek aan opvangplaatsen. “Er is voorzien in een buffer, want dat is een les die we hebben geleerd uit de asielcrisis van 2011. Daardoor kunnen we nu heel snel, in twee à drie weken tijd een aantal duizenden extra plaatsen openen bij een forse toestroom.”

“Vorige week heb ik de opdracht om de 2.200 bufferplaatsen open te doen en tegen 1 september zullen die open zijn. En in een aantal dagen tijd zijn de eerste 50 plaatsen al geopend. Dus ik denk dat ik er alles aan probeer te doen om deze verhoogde toestroom op te vangen.” De asielzoekers komen vooral uit Syrië, Irak en Afghanistan. Zowat 60 procent wordt erkend als vluchteling.

Actieve migratie

De staatssecretaris is wel tevreden over de zogenoemde “actieve migratie”, waar een lichte stijging werd opgemeten. “Dat is goed omdat dat mensen zijn die naar hier komen om te werken of om te studeren, en dat zijn zaken die we willen aanmoedigen met de regering.”

Op het vlak van gezinshereniging werd ook een lichte stijging opgetekend, maar dat zit volgens Francken binnen de verwachtingen.