Kolonie zeldzame vleermuizen gevonden in Han-sur-Lesse

In Han-sur-Lesse, in de provincie Namen, is een broedkolonie van een vijftigtal zeldzame vleermuizen gevonden. Het gaat om de kleine hoefijzerneus, een soort waarvan de aantallen in ons land dramatisch teruggevallen zijn. Dat heeft de Waalse natuurorganisatie Natagora bekendgemaakt.
De kleine hoefijzerneus (foto: Belga/Jean-Louis Gathoye)

De kleine hoefijzerneus (Rhinolophus hipposideros) heeft een spanwijdte van 192 tot 254 millimeter, een lengte van 3,5 tot 4,5 centimeter en weegt 4 tot 10 gram. De dieren hebben een zachte, pluizige vacht die grijsbruin is op de rug en grijswit op de buik.

De specialisten van Natagora hebben 25 exemplaren van de soort ontdekt in Han-sur-Lesse, waaronder twee zogende vrouwtjes die uitgerust zijn met een zendertje. 's Anderendaags werden nog een dertigtal kleine hoefijzerneuzen gevonden.

"Na deze ontdekking gaan we eerst zorgen voor het overleven van de kolonie, nadien gaan we ecologische doorgangen aanleggen, zodat de soort zich kan herstellen", zei een specialist van Natagora. "Daarvoor planten we hagen aan, en proberen we het heggenlandschap te herstellen. Ook blijven we de leefwijze van de soort bestuderen."

Terwijl er midden vorige eeuw nog een 30.000 hoefijzerneuzen voorkwamen in ons land, is de soort zo goed als uitgestorven, onder andere door het gebruik van pesticiden en het verdwijnen van heggen en houtwallen uit onze landschappen. Er zouden volgens Natagora nog hooguit drie of vier broedkolonies in Wallonië overblijven.

Kleinste hoefijzerneus

De kleine hoefijzerneus is de kleinste van de vijf hoefijzerneussoorten die in Europa voorkomen. De soort komt voor in Zuid-Europa, en van Wales over Zuid-Duitsland tot Roemenië en Oekraïne. Daarnaast komen kleine hoefijzerneuzen ook voor in Noordwest-Afrika en Azië, van Israël en Turkije tot in Afghanistan en de Himalaya.

Wereldwijd is de soort niet bedreigd, maar in Nederland is ze verdwenen. Ze werd daar voor het laatst waargenomen in 1983. In ons land zijn de aantallen zoals gezegd sterk teruggevallen, en de kleine hoefijzerneus kan als een van de meest bedreigde zoogdieren in onze streken beschouwd worden.

Kleine hoefijzerneuzen vliegen pas rond zonsondergang uit en jagen in bossen, parkachtige landschappen en langs oevers en gebouwen. Ze stoten de hoogste geluiden uit van al onze vleermuizen, en kunnen daarmee kleine prooien lokaliseren. Ze eten muggen, vliegjes, kleine nachtvlinders, en soms ook kevers en spinnen. De meeste van hun prooien pikken ze van stenen en struikgewas af, soms vangen ze ook prooien in de lucht of van de grond.

(Foto: Belga/Jean-Louis Gathoye)