Vier jaar na Anders Breivik - Elisabeth Lannoo

Het was een regenachtige dag, 22 juli 2011. Rond kwart voor vier ’s namiddags hoorden we op de radio over een aanslag met een bomauto op het centrale regeringsgebouw in Oslo. Op beelden van beveiligingscamera’s was te zien hoe iemand gekleed in een politie-uniform vlak voor de ontploffing het gebouw had verlaten en weggereden was met de wagen.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Wie zou achter de aanslag zitten? Misschien moslimterroristen, die wilden protesteren tegen de Noorse deelname in de NAVO-operatie in Afghanistan? Op de radio kwam het nieuws binnen van een schietpartij op Utøya - een klein eilandje in een van de vele fjorden in de buurt van Oslo. Op Utøya was op dat ogenblik het jaarlijkse zomerkamp aan de gang van de jongsocialisten. Er waren meer dan 500 jongeren bijeen, vanuit het hele land. De afloop van het drama is bekend.

Een jaar later werd Anders Behring Breivik tot 21 jaar cel veroordeeld. Hij had 77 mensen gedood, 33 mensen verwond en vele honderden Noorse levens voorgoed getekend.

Nooit meer hetzelfde

Vandaag, precies vier jaar na de aanslagen, gaat in Oslo een herdenkingscentrum open in het kapotgeblazen regeringsgebouw. Er zijn foto’s van alle 77 slachtoffers, videobeelden van bewakingscamera’s en een tijdslijn die minuut voor minuut het verhaal vertelt van de noodlottige namiddag en avond. Er zijn ook citaten uit de rechtszaak en videogetuigenissen van overlevenden.

“Het doet natuurlijk nog pijn voor de slachtoffers en voor de hele maatschappij, maar het is tijd om het verhaal te vertellen wat er gebeurd is en tot denken aan te zetten”, vertelt de verantwoordelijke minister Jan Tore Sanner mij in een interview. “Het is de plicht van een maatschappij om kennis over te dragen en openheid te promoten.”

“Het is belangrijk om een plek te hebben waar men over de gebeurtenissen kan spreken en het feit dat dit herdenkingscentrum gevestigd is in het gebouw waar de aanslag plaatsvond, maakt het extra authentiek”, vindt Cliff Chanin van het 9/11-memorial in New York, die de Noorse regering heeft bijgestaan in het ontwerp van het Noorse herdenkingscentrum.

“22 juli” zal een keerpunt blijven in de Noorse naoorlogse geschiedenis. Noorwegen is zijn onbekommerd veiligheidsgevoel kwijt. Maar de aanslagen hebben het Noorse volk ook dichter bij elkaar gebracht, zeggen zowel slachtoffers als buitenstaanders.

Geen Breivikmuseum

Ook de resten van de opgeblazen auto van Breivik zijn te zien in de tentoonstelling, net als zijn vervalste politiebadge en een zakdoek met een Noorse vlag. Vele Noren reageerden geprikkeld toen in de media bekend raakte dat die persoonlijke spullen van de terrorist ook werden tentoongesteld. “Ze maken er een Breivik-museum van en die aandacht verdient hij niet”, zo luidde de kritiek.

Maar de slachtoffers die het herdenkingscentrum de voorbije dagen als eersten mochten bezoeken, vinden de kritiek onterecht. “Ik vind de tentoonstelling erg respectvol. Het gaat vooral over wat er op die dag gebeurde, en niet over de terrorist zelf”, aldus Erik Kursetgjerde.

Kursetgjerde kon vier jaar geleden zelf ontkomen aan Breiviks geweervuur op Utøya. Hij verschuilde zich eerst in de gebouwen en dan aan het water. Hij zag hoe de terrorist vele van zijn kameraden ombracht en zwom uiteindelijk voor zijn leven.

De tentoonstelling brengt het allemaal weer tot leven, vertelt hij. “De tijdslijn in het herdenkingscentrum roept de chaos weer op. Het was pijnlijk om te zien hoeveel schakels in de Noorse reddingsdiensten in gebreke bleven”, zegt Kursetgjerde. “De reddingsdiensten hebben hier helaas nog niets uit geleerd.”

De foto’s van zijn kameraden zien vond hij echter het moeilijkste: “Het besef dat ze allemaal om het leven zijn gekomen, en hoeveel geluk wij hebben gehad die konden ontkomen. Je voelt je een beetje schuldig, maar voelt toch vooral respect voor de anderen die hun leven hebben gegeven."

We nemen Utøya terug

Op Utøya, op een open plek in het bos, is een grote ijzeren ring tussen de bomen gehangen met daarin de namen gegrift van de 69 mensen die op het eiland omkwamen.

Begin augustus houden de jongsocialisten van AUF voor het eerst sinds 2011 weer hun traditionele zomerkamp op het eiland. Erik Kursetgjerde vindt het belangrijk om terug te gaan: “Utøya is al zeventig jaar het hart van de arbeidersbeweging. We laten onze traditie niet afbreken door deze lafaard (Breivik).” De voorbije vier jaar hebben tientallen AUF-vrijwilligers het eiland met de hand opgeruimd.

Niet iedereen is gelukkig met AUF’s beslissing om het eiland weer in gebruik te nemen. Familieleden van enkele slachtoffers hadden de plek waar hun kinderen werden neergeschoten, liefst onaangeroerd gelaten. Er was dan ook hevig protest toen AUF de gebouwen waar zoveel jongeren werden neergeschoten, wou afbreken. Uiteindelijk is er een compromis gevonden: de oude gebouwen blijven grotendeels gespaard en er worden nieuwe gebouwen bijgebouwd, die ook als herdenkingscentrum zullen dienen.

“22 juli” verwerken is een proces dat nog vele jaren zal duren in de Noorse samenleving. Maar met het nieuwe herdenkingscentrum in Oslo en de terugkeer naar Utøya zijn alweer twee belangrijke stappen gezet.

(Elisabeth Lannoo is journaliste en woont en werkt in Noorwegen.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.