De Japanners komen! - Lukas De Vos

De veiligheid in de wereld is er licht op achteruit gegaan het voorbije decennium. Met zo'n 2,4%, heeft de Global Peace Index 2015 berekend. Toch zijn er net iets meer landen (81) die zich afkeren van geweld dan omgekeerd (78). Juist daarom is het verwonderlijk dat Japan zich dezer dagen bijzonder druk maakt om de herinvoering van een eigen leger.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

What's in a name?

Na de nederlaag in WO II werd Japan door generaal MacArthur in 1947 een grondwet opgelegd die een leger verbood. Artikel 9 bepaalt dat het land “voor altijd afziet van oorlog als een natierecht, en van afdreiging of geweld als middelen om internationale meningsverschillen uit te klaren”. Niet dat het land hulpeloos achterbleef. De Amerikanen zetten er bases op (zoals op Okinawa), en artikel 9 werd nogal soepel geïnterpreteerd.

De facto – en met instemming van diezelfde Amerikanen – beschikt Japan sinds 1954 (twee jaar na het einde van de geallieerde bezetting) wel degelijk over de drie strijdkrachten, zeemacht, luchtmacht, en grondtroepen. Alleen heten die niet zo. Het zijn “Jieitai”, “zelfverdedigingskrachten”. Ze mogen alleen ingezet worden als het land bedreigd wordt.

Dat werd in de Koude Oorlog met een flinke korrel zout genomen. In 1960 zag Washington in Japan een nuttige bondgenoot en beloofde alle bijstand in conflicten. Het US-Japan Mutual Security Treaty betekende wel de val van de revisionistische premier van Japan, Nobosuko Kishi, onder oorlogsmisdadiger Tojo Hideki minister van Handel en Industrie, later van Munitie. Kishi ondertekende mee de oorlogsverklaring tegen de VS en speelde een dubbelzinnige rol in Mantsjoerije en de inzet van dwangarbeiders, maar ontsnapte door zijn virulent anticommunisme aan het oorlogstribunaal. Zijn burgerrechten kreeg hij terug in 1952. Hij verwierp de opgelegde, pacifistische grondwet, maar faalde in een aanpassing van de tekst.

Premier Abe op ramkoers met parlement en straat

Kishi zou tot zijn dood een kingmaker blijven in de vrijwel onafgebroken regeringen van de liberaal-democratische LDP. Pikant detail: het is zijn kleinzoon Shinzo Abe die nu hetzelfde probeert, maar op een iets sluwere manier. Abe, aan de macht sinds 2012 en door vervroegde verkiezingen eind vorig jaar gebeiteld met een twee derde meerderheid in het Lagerhuis, wil geen grondwetswijziging, maar een “andere interpretatie” van artikel 9. Hij is daarin gesterkt door een succesrijk bezoek aan Washington in april jl. Daar werd de “interoperability”, uitwisseling en gezamenlijk inzetten van troepen, beklonken.

Abe liep helaas sneller dan zijn voeten hem konden dragen. Hij beloofde het Congres dat nog voor de zomer Hoger- en Lagerhuis de gepaste wetgeving gingen goedkeuren. Alleen was er nog geen tekst voorhanden, en dat nam de Diet (het parlement) hem bijzonder kwalijk. Abe ramde zijn voorstellen door het Lagerhuis, de oppositie had het halfrond verlaten. Maar net als bij Kishi destijds heeft hij nu de straat én de grondwetsdeskundigen tegen zich in het harnas gejaagd.

Academici tegen de "nieuwe militarisering"

En niet van de minste. Een groep academici zette een campagne op tegen de nieuwe militarisering. Prompt zetten 9.000 universitairen hun handtekening. Een vooraanstaand ideoloog van de LDP, Yasuo Hasebe, noemde de lezing van Abe ongrondwettelijk. De linksliberale krant Asahi Shimbun hield op 11 juli een bevraging bij goed 200 grondwetspecialisten. Meer dan de helft antwoordde, op twee na was er niet één die het politiek initiatief juridisch aanvaardbaar vond. Op 15 juli betoogden 60.000 Japanners tegen de regering voor de Diet.

De laatste getuige van gruwelijke vivisecties op Amerikaanse krijgsgevangenen, vlak voor de capitulatie, de 89-jarige dokter Toshio Tono, deed in Fukuoka een dramatische oproep om de waanzin van de oorlog niet te vergeten. En de peilingen liegen er niet om. Op 19 juli zakte de steun voor Abe met bijna 10 % in tot zijn laagste rating sinds zijn premierschap: nog 37,7 % van de Japanners gelooft hem. Liefst 51,6 % verwerpt de goedkeuring van de “oorlogswetten”.

Abe had het kunnen zien aankomen: het wantrouwen tegenover de politiek neemt angstwekkend toe. In december daagden amper 52 % van de kiezers op om een nieuwe Diet aan te wijzen. Nu leidt de LDP nog wel in de stemintenties (32 %), maar dat is eerder te wijten aan een onbestaande oppositie (de Democratische Partij staat op 11 %) dan aan enthousiasme. Liefst 40 % van de kiezers ziet geen heil meer in gelijk welke partij.

Met mondjesmaat actief buiten de grenzen

Abe is nog niet thuis. Wil hij een echte grondwetsherziening afdwingen, dan moet hij telkens twee derde halen in Hogerhuis en Lagerhuis. Maar dan heeft hij de onvoorwaardelijke steun nodig van zijn partner, de Nieuwe Komeito – maar dat is net de meest pacifistische partij van de hele Diet. Daarna is nog een volksraadpleging nodig. De langzaam opgebouwde bewerking van de publieke opinie hapert. Eerder al was het verbod op wapenuitvoer fel versoepeld, en zijn de militaire uitgaven geregeld opgetrokken.

Abe zelf had in 2013 elke legerbeslissing gecentraliseerd in een Nationale Veiligheidsraad naar Amerikaans model. Die Raad hangt rechtstreeks af van de eerste minister. De voorbije tien jaar zijn met mondjesmaat de Jieitai buitengaats ingezet: al 13 VN-missies (van Angola tot Timor), 5 humanitaire zendingen (voor vluchtelingen in Rwanda en Irak bv.) en 9 monitoring-opdrachten (o.m. In Zuid-Soedan of voor verkiezingen in Nepal) staan op hun actief. Japan heeft al 10.000 man uitgestuurd voor internationale opdrachten. Daar komt ook bescherming van de eigen economische belangen bij, met name voor de olietoevoer. Twee destroyers, de Samidare en de Sanamani, zijn ingezet tegen zeepiraten in de Golf van Aden en voor de kust van Somalië. De zeemacht beschermt mee de Straat van Hormoez, en bevoorraadde met olie de Amerikaanse troepen voor Afghanistan. Japan is de tweede grootste financier van VN-operaties.

Uitkijken naar de herdenking van de oorlog

Het lijkt erop dat Abe vanuit zijn virulent nationalisme de zaken heeft willen forceren. Net daarom is het uitkijken naar zijn toespraak op 15 augustus. Dan wordt de 70e verjaardag van het einde van de oorlog herdacht. Van een man die de geschiedenisboekjes wil laten herschrijven, de oorlogsmisdaden minimaliseert, openlijke verontschuldigingen voor het wangedrag van de keizerlijke troepen weigert, en geen afstand neemt van de herdenkingen aan het Yasukuni-schrijn waar alle oorlogsdoden (ook Tojo) herdacht worden, mag je niet direct grootse verzoeningsuitspraken verwachten.

Geen berouw dus over de koloniale oorlog, hooguit een uiting van spijt. Geen vergiffenis te vragen over de (Koreaanse) “troostmeisjes”, ook al zijn er geen 50 meer in leven – een akkoord om Japanse mijnen en fabrieken in Korea als UNESCO-werelderfgoed te erkennen met een vermelding van “gedwongen arbeid”, verder gaat het niet. Geen veroordeling van misbruiken en wandaden in China (de “Verkrachting van Nanking”, 1937) of Zuidelijk Azië, zeker geen herhaling van “een foute nationale politiek” die premier Murayama erkende in 1995, misschien een symbolische uiting van respect. Nochtans heeft Abe vroeger al laten zien dat hij diplomatiek staatsmanschap aankan. In 2006 volgde Abe de populaire Koizumi op, die geregeld Yasukuni aandeed. Zijn eerste gebaar was een reis naar Peking om olie op de golven te gooien.

De focus is verlegd van Rusland naar China

Dat was toen. Nu liggen de kaarten anders. Japan aast op een “gelijker partnerschap” met de VS, om drie geostrategische redenen: China is een kernmacht, Japan heeft al in 1976 het non-proliferatieverdrag geratificeerd; China legt een claim op grote stukken van de Zuid-Chinese Zee en op de omgeving van de Senkaku- of Diaoyu-eilanden; en de dreigende daden van Noord-Korea nopen Tokio tot meer samenwerking met de VS en Zuid-Korea en zelfs Rusland. In 2010 verlegde Japan zijn focus van Rusland naar China. De Koude Oorlog was voorgoed voorbij, al blijft de controle over Sachalin een twistpunt. Maar de vrije doorvaart langs de Straat van Taiwan en Malakka (ook daar ziet Japan toe op de piraterij) is voor de energie-arme economie belangrijker dan ooit.

Of een eigen leger daarbij helpt, staat te bezien. In elk geval is Abe's “Actiecomité voor een beter begrip van de Veiligheidswetgeving” met de neus tegen de muur gelopen. Alleen besloten studiebijeenkomsten blijven. Uit angst voor “publieke vernedering” zijn straattoespraken afgezegd. Want dat veronderstelde in de oorlog “seppuku”. Het is voor Abe (politieke) zelfmoord, of banzai.


(Lukas De Vos is oud-redacteur bij VRT Nieuws, gespecialiseerd in buitenlandse onderwerpen.)


 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.