"Geef dieselrijders meer tijd om zich aan te passen"

De mobiliteitsorganisatie VAB vindt dat de regering-Michel te snel gaat met haar maatregelen tegen dieselauto's. De VAB begrijpt dat dieselgebruik wordt ontmoedigd, maar vraagt op zijn minst een langere overgangsperiode. "Er wordt geen rekening gehouden met de sociale realiteit dat mensen pas om de acht jaar een andere auto kopen."

De federale regering heeft deze week beslist dat de accijnzen op diesel zullen stijgen. Daardoor moet diesel over een paar jaar even duur worden als benzine.

De VAB rekende alvast uit wat die accijnsverhoging de dieselrijder zal kosten. De dieselprijs zal tegen 2018 met 10,6 eurocent aan accijnzen toenemen. Daarbij moet ook nog 21 procent btw gerekend worden, waardoor de pompprijs met 12,8 eurocent zal stijgen. Dieselrijders zullen daardoor volgens de VAB jaarlijks 95 tot 133 euro meer uit hun portemonnee moeten halen (afhankelijk van het verbruik en het aantal afgelegde kilometers per jaar).

Van prodiesel naar antidiesel

Volgens de VAB schakelt de overheid te abrupt van een prodieselbeleid op een antidieselbeleid over. "De tijd dat dieselwagens zonder roetfilter van de federale regering een ecopremie kregen, ligt nog niet zo ver achter ons", stelt de mobiliteitsorganisatie.

De regering zou volgens de VAB meer rekening moeten houden met de "sociale realiteit dat mensen pas om de 8 jaar een andere auto kopen". Daarom vraagt ze in de eerste plaats een "langere overgangsperiode met sociaal corrigerende maatregelen", zodat de dieselrijder zich kan aanpassen aan de nieuwe milieuregels.

Als de regering daar niet voor openstaat, wil dat zeggen dat ze de accijnsverhoging niet doorvoert om een milieuvriendelijker autogebruik te stimuleren, maar wel om de particuliere autobezitter "extra te belasten en zelfs onredelijk zwaar te straffen", stelt de VAB.