Deze taxshift is een misser van formaat - Chris Serroyen

Dat deze federale regering niet in staat zou zijn voor de dag te komen met een eenvoudige, rechtvaardige taxshift van inkomens uit arbeid naar vermogen, dat was al langer duidelijk. Als die er zou komen, dan zou het een taxmix worden, met wat consumptiefiscaliteit, wat milieufiscaliteit en wat vermogensfiscaliteit. Met enkel nog discussie over de volgorde van de belastingverhogingen; lees: het gewicht dat elk van de drie bestanddelen zou krijgen. En aanhoudend gekrakeel over de besteding van de nieuwe inkomsten. Al bleef de hoop dat deze regering toch nog het fatsoen zou hebben iets te doen aan de schandalige onrechtvaardigheid van het onbelast laten van vermogenswinsten, door een voldragen meerwaardebelasting.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Vier toetsstenen voor een taxmix

Voor de rest was het afwachten geblazen. Toch zeker voor de werknemers. De regering had immers in januari aan de sociale partners te kennen gegeven dat ze niet zag als een materie van sociaal overleg. Die zouden enkel “geïnformeerd” worden over eventuele regeringsbeslissingen.

Die twee elementen – de beweging richting een taxmix en het buitenspel zetten van de werknemers – brachten het ACV er toe vanaf april zijn vier beoordelingscriteria voor het uiteindelijke regeringscompromis naar voor te schuiven:
- is het rechtvaardig, dus herverdelend, van rijk naar minder rijk en van vermogen naar arbeid?
- is het doelmatig, dus jobcreërend, vooral voor wie vandaag meest risico loopt op werkloosheid?
- is het substantieel, en duurzaam, en niet enkel wat fiscale cosmetica voor de schone schijn?
- en is het geloofwaardig, dus meer dan wat schone intenties?
Samen met één centrale simpele leidraad : een euro is een euro. Het principe dat elke euro -naar draagkracht- gelijk wordt belast. Of je die nu verdient als werknemer, in vrij beroep, als zelfstandige, als bedrijfsleider, als belegger, als vermogende of als huisbaas. Met hoogstens afwijkingen als die echt gerechtvaardigd zijn, zoals voor sociale uitkeringen.

We gaan nu geen andere maatstaven hanteren.
Substantieel is de taxshift zeker. En meer dan schone intenties kennelijk ook. Maar wat met de rechtvaardigheid en de doelmatigheid?

Slag in het gelaat

Is deze taxshift rechtvaardig? Zeker niet aan de kant van de belastingverhogingen. Minister van Financiën van Overtveldt had van meet af aan voorgehouden dat voorrang moest worden gegeven aan hogere indirecte belastingen. Die haalt mooi zijn slag thuis. 54% van de nieuwe inkomsten wordt gehaald uit consumptiefiscaliteit, dus uit regressieve belastingen die de herverdeling tegenwerken i.p.v. in de hand te werken. Zoals ook de werkgeversorganisaties en de financiële lobby’s hun slag thuishaalden door de vermogenswinstbelasting opnieuw (net als bij Di Rupo) dood te knijpen tot een verwaarloosbare belasting op speculatieve meerwaarden.

In de plaats komt er wel de onverwachte verhoging van de roerende voorheffing van 25 naar 27%. Zij het pas vanaf 2017, terwijl het voor de consumptiefiscaliteit niet snel genoeg kan gaan. Die maatregel – goed voor 11,5% van de nieuwe inkomsten - is niet onbelangrijk als herverdelende maatregel, gezien de sterk ongelijke spreiding van de roerende inkomsten én het behoud van de vrijstelling op spaardeposito’s. Al kan je je de vraag stellen of dat nu de meest prioritaire maatregel is om tot een meer rechtvaardige vermogensfiscaliteit te komen. Hij brengt – 33,99% vennootschapsbelasting en 27% voorheffing op dividenden samengenomen - de theoretische belastingdruk op ondernemingswinsten van 50,5% naar 51,8%. En zal vooral leiden tot meer inkoop van eigen aandelen om de aandeelhouders te plezieren, ter ontwijking van de hogere voorheffing op dividenden.Terwijl inmiddels alle taboes overeind worden gelaten: het verlaagde KMO-tarief in de vennootschapsbelasting, de ontsporing van de notionele intrestaftrek, de rist fiscale uitgaven in de vennootschapsbelasting, de onverantwoord lage roerende voorheffing op liquidatieboni, het onbelast laten meer vermogenswinsten… Een belasting op de werkelijke huurinkomsten komt er ook al niet, nadat de verhuurders al eerder de indexsprong op de huurprijzen wisten te ontlopen. Nochtans ging dat laatste bij de discussie over de tax shift opnieuw op tafel komen. Terwijl eerlijke belastingbetalers een nieuwe slag in het gelaat krijgen door een nieuw rondje van fiscale regularisatie. En dat terwijl alom wordt beweerd dat de fraudeurs door de internationale maatregelen tegen de fraude geen kant meer op kunnen.

Middengroepen en sociale uitkeringen de pineut

Voor een correcte inschatting van het rechtvaardigheidsgehalte van de taxshift ontbreken echter drie belangrijke elementen: naar wie vloeien de nieuwe inkomsten? hoe worden ze doorgerekend in lonen en sociale uitkeringen? en wat wordt die fameuze redesign van de overheid? Over dat laatste: zelfs een ware taxshift mocht het niet worden. Want 550 miljoen euro moest komen van besparingen bij de overheid. Om de rechtse partijen in staat te stellen te tweeten dat het om een taxcut ging.

De meeste inkomsten vloeien naar de bedrijven, voor ca. 2 miljard euro. Met daarbij de vraag wat daar terugvloeit naar de werknemers en de werklozen dan wel gewoon doorvloeit naar de aandeelhouders (zie verder). Voor het overige moeten de werknemers zich optrekken aan het bijzonder vage engagement van 100 euro extra koopkracht per maand, voor 1,7 miljard euro in totaal. Hoe is nog niet duidelijk en zou pas invulling krijgen na overleg met Gewesten en Gemeenschappen. De federale regering zegt ze te willen richten op de lage en middeninkomens.

Aanvankelijk was zelfs sprake van lage tot middelhoge inkomsten. In elk geval werd de verwachting gecreëerd dat de modale werknemer een fikse compensatie voor de verhoogde BTW en accijnzen kon tegemoet zien. Twee dagen later werd die hoop aan diggelen geslagen en is maar sprake van een belastingverlaging voor brutoinkomens van max. 2.400 euro per maand. Toch wel een rare definitie van middeninkomen. Het gemiddelde brutoloon van en voltijdse werknemer bedraagt 3.258 euro per maand. En het middelste brutoloon (mediaanloon) 2.875 euro per maand. Met andere woorden: alleen de laagste lonen zouden uitzicht krijgen op een inkomenscompensatie voor de hogere BTW en accijnzen. Hetgeen het vermoeden bevestigt dat de regering vooral denkt aan een bijkomende verhoging van de werkbonus voor de laagste lonen.

Voor de andere werknemers én de gerechtigden op sociale uitkeringen was er aanvankelijk enkel nog uitzicht op een doorrekening van de BTW en accijnzen in de indexering van lonen en uitkeringen. Althans gedeeltelijk, want accijnsverhogingen op diesel, tabak en alcohol vallen buiten de gezondheidsindex. Welk deel van de accijnsverhogingen op drank en ongezonde producten (zoals alcopops) buiten de gezondheidsindex gaat vallen is nog onduidelijk, maar laat ons er voorlopig van uitgaan dat ongeveer de helft van de 1,6 miljard extra consumptiefiscaliteit d’office niet wordt gecompenseerd via de index. De andere helft komt normaliter wel in de index . Hetgeen zou maken dat de indexsprong van 2% sneller is uitgezweet en dus sneller een eerste indexering na de sprong zou volgen. John Crombez was de eerste om op te merken dat zelfs die halve doorrekening in de index lang niet zeker was. En dat werd vanuit de regering zelfs niet tegengesproken. Nog te bekijken, heet het. Zodat dus een tweede indexsprong dreigt.

Dansend naar de pijpen van de werkgevers, waarvoor het nooit genoeg kan zijn. Zodat die taks shift de facto dreigt neer te komen op een bijkomende aderlating voor hen die in dit land al de zwaarste lasten torsen: de werknemers met een middeninkomen. De hardwerkende Vlaming, noemen anderen die. Al komt het nog zwaarder aan voor de gerechtigden op sociale uitkeringen. Ten eerste omdat die gemiddeld genomen een veel lager inkomen hebben en hogere consumptiebelastingen voor die veel zwaarder wegen. Ten tweede omdat daar zelfs geen compensatie is voorzien voor de lagere inkomens. En ten derde omdat die in het kader van de sanering van de openbare financiën – inmiddels omgedoopt tot redesign - een reeks nieuwe inleveringen staat te wachten. Alles geheel conform het Demir-devies: zie vooral dat die hun rekeningen niet meer kunnen betalen.

De weg van de minste werkgelegenheid

Tweede maatstaf: is de taxshift doelmatig, in termen van werkgelegenheid? We hebben als ACV altijd ruimte gelaten dat een deel van de taxshift zou worden ingezet voor een verlaging van de patronale bijdragen. Mits de beste garanties voor jobcreatie. En dan kan alleen maar door doelmatige en geconditioneerde operaties. Niet door lineaire operaties, zoals VBO en VOKA bepleitten. En nog minder door die fetisj om het faciale tarief van 33% op 25% te brengen. Dat is erger dan lineair, omdat het gros van de lastenverlaging daardoor terecht komt in de sectoren waar dit het minste werkgelegenheidsrendement heeft. Om reden dat de lageloonsectoren, waar bijdrageverlagingen volgens alle economische studies en adviezen het meest werkgelegenheidseffect sorteren, door de combinatie van de vroegere structurele bijdrageverlagingen reeds aan een tarief van 25% of lager zitten.

Wat doet deze regering? Zij licht de “erger dan lineair”-optie, de weg van de minste werkgelegenheid. En durft vervolgens doodleuk beweren dat ze drie prioriteiten heeft: jobs, jobs, jobs. Terwijl UNIZO, dat van een kale reis thuiskomt voor zijn lageloonsectoren, wordt gepaaid met wat nieuw snoepgoed voor de KMO’s en zelfstandigen, voor 430 miljoen euro. Dat moet kennelijk ook nog nadere invulling krijgen. Al zet het de kat bij de melk voor nieuw dom beleid, dat KMO’s nog meer opsluit in een gouden kooi van KMO-douceurtjes, de KMO-val, die doorgroeiende bedrijven sanctioneert.

Deze regering beweert met deze taxshift bij voorrang de loonkloof met de buurlanden te willen wegwerken. Maar tot nog toe kan ze zelfs niet zeggen hoeveel de loonkloof zal bedragen na de taxshift. Ergerlijker, ze blijft bij hoog en bij laag beweren dat we zonder deze taxshift met een zware loonkloof zouden blijven kampen. Slaafs de Hollandse rekenkunde van de werkgeversorganisaties napratend.

Die blijven, ook de laatste dagen, steevast zwaaien met die vermeende loonkloof van 16%, die nu door de opeenvolgende regeringsbeslissingen, inclusief de nieuwe taxshift, nog steeds 10% zou bedragen. Voor de zoveelste keer: die 16%, dat is een cijfer van 2010, dat enkel betrekking heeft op een vergelijking van de loonkost per uur. Terwijl voor het concurrentievermogen niet telt wat je per uur kost, maar wat je precies doet in dat uur. Dus moet je corrigeren voor productiviteit. En dan kom je uit een loonkloof van 3%, anno 2010. Vóór de drie jaar van loonblokkering in 2013-2015. Vóór de indexsprong van 2015-2016. Vóór de beperkte loonmarge van 0,8% voor 2017. Vóór de 960 miljoen van het Pact voor Competitiviteit en Werkgelegenheid. Vóór de inhaalbeweging in Duitsland. En vóór de wijziging van de methodologie voor de nationale rekeningen, die België in een gunstiger daglicht brengen.

Wie zich door de cijfers laat leiden i.p.v. de patronale retoriek, die kan niet anders dan omheen de vaststelling dat die loonkloof ook zonder de taxshift weg is. Gemiddeld genomen althans. Hetgeen meer dan ooit de nood verscherpt aan doelmatige maatregelen. Maar waar de regering, onder controle van de Ravensteinstraat (VBO) en de Koningsstraat (VOKA), doof voor blijft.

Benieuwd overigens of de regering in het kader van de taxshift haar voornemen realiseert om de bestaande lineaire loonkostvermindering via de fiscaliteit (1 miljard euro niet-doorstorting bedrijfsvoorheffing) transparanter te maken voor investeerders door die om te zetten in een patronale bijdrageverlaging. Want de werkgevers houden liever van mist rond de loonkloof. En ook benieuwd wat de regering nog van plan is met de 354 miljoen die ze vanaf 2016 aan de werkgevers zou vragen voor de eenmaking van het gewaarborgd loon voor arbeiders en bedienden. Ook dat had immers zijn beslag moeten krijgen in het kader van de tax shift, nadat de werkgevers er eerder in waren gelukt uitstel met één jaar te bekomen. Van uitstel naar afstel? Het tegendeel zou verbazen…

Slotsom: deze taxshift is dus een taxmisser van formaat. Dit is een taxshift, deels taxcut, op de kap van de werknemers en de gerechtigden op sociale uitkeringen. Enkel de allerlaagste lonen worden een beetje ontzien, met overigens nog onduidelijke modaliteiten. De modale werknemers, de gepensioneerden en de andere gerechtigden op sociale uitkeringen zijn dik de pineut.
 

(Chris Serroyen is hoofd van de ACV-studiedienst.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.