Het leven is een doolhof - Johan Braeckman

Reeds als kind had ik een fascinatie voor doolhoven. Overal waar ik maar kan zoek ik ze op, om er zo lang mogelijk in te verdwalen. In België is er onder meer het maïslabyrint in Barvaux, bij Durbuy, en in Nederland het waterlabyrint in Nijmegen. Er zijn doolhoven over de hele wereld, sommige dateren reeds uit de prehistorie.

Technisch gesproken is er een onderscheid tussen een “maze” en een “labyrint”. In beide moet men de juiste weg trachten te vinden, maar in een maze kan men meerdere richtingen uit, terwijl een labyrint in principe maar één welbepaalde route kent. Zowel mazes als labyrinten zijn geconstrueerd om degene die ze betreedt in verwarring te brengen en te desoriënteren. Ze zijn dan ook veel meer dan louter een spel om te spelen of een puzzel om op te lossen.

Symbool voor het leven zelf

Van oudsher staan ze symbool voor het leven zelf, dat ons voortdurend confronteert met dwaalsporen, doodlopende wegen, obstakels, kruispunten en dilemma’s. Velen lopen verloren, maar in een doolhof is de situatie niet hopeloos. Er is immers altijd een uitweg, soms meer dan een, en wie op de gepaste momenten goede beslissingen neemt, vindt gegarandeerd het juiste pad.

Eens je het doolhofthema kent, zie je het overal opduiken: in de mythologie, filosofie, theologie, literatuur en kunst, in tuinarchitectuur, op de vloer in kathedralen en kerken, enzovoort. Alleen al de beroemde openingszin van Dantes “Goddelijke Komedie” alludeert erop: “Op het midden van onze levensweg bevond ik me in een donker woud, omdat ik van het rechte pad was afgedwaald”. Denk ook aan Borges’ kortverhaal “De tuin met zich splitsende paden”, Eco’s “De naam van de roos”, Marquez’ “De generaal in zijn labyrint” of Octavio Paz’ “Labyrint der eenzaamheid”, om slechts enkele bekende auteurs te vermelden. Ze hebben allen een zwak voor doolhoven.

Offers aan het monster

Wie iets kent van de geschiedenis van labyrinten, legt automatisch verbanden met de Griekse crisis. Veel verhalen uit de Griekse mythologie komen voort uit de zogenaamde Minoïsche cultuur, die floreerde tussen 3500 en ongeveer 1450 voor Christus, vele eeuwen voor beroemde oude Grieken zoals Thales, Pythagoras, Perikles, Sophocles, Euripides, Socrates en Plato actief waren.

Het meest bekende verhaal gaat over de opsluiting van de Minotaurus in het labyrint van Knossos, op Kreta. Het beroemde, authentieke gebouw op Kreta, opgegraven door de Engelse archeoloog Arthur John Evans, heeft zelf de structuur van een doolhof. Misschien houdt de legende hiermee verband, maar niks hierover staat vast. Hoe het ook weze, de achtergrond van het verhaal, zoals wel vaker in mythologie, is complex en eerder bizar. Het gaat over broers die bekvechten wie de enige echte koning is, over goden die zich ermee bemoeien en over een vrouw die verliefd wordt op een stier, er zwanger van wordt en bevalt van de Minotaurus, een wezen met het lichaam van een mens maar de kop en staart van een stier. Het monster eiste mensenvlees, wat ertoe leidde dat men het opsloot in een doolhof, ontworpen door de uitvinder en architect Daedalus. Het labyrint was zo ingewikkeld dat men er, eens binnen, nooit meer uitgeraakte. Ondanks de opsluiting van de Minotaurus, werden toch elke negen jaar zeven meisjes en zeven jongens aan hem geofferd, dit om een oorlog te voorkomen tussen Kreta en Athene. Koning Minos van Kreta zou ten strijde trekken, tenzij Athene de Minotaurus voederde met mensenvlees.

In een bepaald jaar zou ook de jonge Athener Theseus geofferd worden. Theseus, de zoon van een vrouw en een god, had daar echter niet zo’n zin in. Aangekomen op Kreta werd hij verliefd op Ariadne, de dochter van koning Minos, de slechterik in het verhaal. (Minos, tussen haakjes, was de zoon van Zeus en Europa.) Ariadne gaf Theseus een draad en een zwaard. Dankzij het zwaard kon Theseus de Minotaurus doden, en met behulp van de draad ontsnapte hij zelf uit het labyrint.

Grexit met een spin

Met wat verbeelding ziet men tal van parallellen tussen de Minoïsche en Griekse mythologie en de huidige Europese en Griekse crisis. Het is niet zo moeilijk om hedendaagse politici te casten voor de rollen van koning Minos en Theseus, of om de symboliek te actualiseren van het labyrint, de Minotaurus en de eis om mensenoffers te brengen. Bij de discussies in oorlogstaal tussen Kreta en Athene kunnen we ons ook vandaag wel wat voorstellen.

Het woord Grexit krijgt een semantische spin en slaat niet enkel op het verlaten van de eurozone, maar evenzeer op de zoektocht naar een uitweg uit het labyrint. Alleen voor de draad van Ariadne, noodzakelijk voor een Grexit in de positieve zin, vind ik niet meteen een gepaste vergelijking. Iemand enig idee?

Tot slot. Doolhoven zijn vaak gerelateerd aan merkwaardige figuren, wat hen nog interessanter maakt dan ze op zich al zijn. In het dorp New Harmony, in de Amerikaanse staat Indiana, is een haagdoolhof die teruggaat tot een doolhof gecreëerd door een religieuze commune, de Harmonisten. De dwaalwegen in het labyrint symboliseren de paden der zonde waarop een mens soms terechtkomt. De stichter van de sekte en architect van het labyrint was Georg Rapp (1757-1847), die omwille van zijn afwijkende religieuze opvattingen werd vervolgd in Duitsland en daarom naar de Verenigde Staten uitweek. Rapp predikte dat God zowel vrouwelijk als mannelijk was, maar de zoon van God was evenwel geslachtsloos. Sterker nog, volgens Rapp had hij niet eens geslachtsdelen. Rapp verbood zijn volgelingen seks te hebben, met als gevolg dat ze kinderloos bleven en zijn nieuwe religieuze beweging uitstierf. Hij beweerde ook bezocht te zijn door de engel Gabriël. Het bewijs van dat bezoek kan men in de doolhof in New Harmony vinden in de vorm van een grote stenen voetafdruk van de engel. Toen hij op zijn sterfbed lag, zei Rapp dat hij zou denken dat zijn laatste uur geslagen was, ware het niet dat hij ervan overtuigd was dat hij pas zou dood gaan na de wederkomst van Jezus. Enkele ogenblikken later overleed hij.

Wie op reis is in het buitenland of een daguitstap maakt in eigen land: zoek een labyrint op en verdool erin. Er zit meer levenswijsheid in dan je op het eerste gezicht zou denken.

(Johan Braeckman is filosoof aan de Universiteit Gent.)
 

lees ook