Parijs: een goede minnaar

Het gebeurt zelden dat je tijd cadeau krijgt om te flaneren. Vlaams-Nederlands huis deBuren schonk het mij en achttien andere jonge schrijvers en journalisten de afgelopen twee weken in de vorm van een schrijfresidentie in Parijs. Sinds gisteravond ben ik terug en mijn hoofd kolkt hevig na, gevuld door de oeverloze stroom aan indrukken en gesprekken.

Ik zal u maar meteen mijn eindconclusie geven: Parijs valt niet te vatten. Al wat ik hierna over Parijs vertel doet bij voorbaat afbreuk aan de complexiteit en diversiteit van deze stad. Het is een plek van extremen, zoals grootsteden nu eenmaal vaker plegen te zijn. Een plaats waar arm en rijk zeer zichtbaar zijn, lelijk en mooi elkaar omarmen en elkaar nog vaker verwensen maar boven alles is het een stad die ontzettend fascineert. Parijs is een goede minnaar.

Veldonderzoek naar Chagrin d’amour

We zijn naar de grootstad gestuurd om er in alle vrijheid verhalen te sprokkelen, elk van ons werkt twee projecten uit. Ik ben op zoek naar Napoleontische roofkunst in diverse Parijse musea. Mijn tweede project kwam toevallig op mijn weg. Ik wandelde onstuitbaar rond in een poging de stad zoveel mogelijk te doorgronden.

Elke openstaande deur stapte ik binnen. Ik had nooit aan Parijs gedacht als "die romantische stad" waarvoor ze zo vaak doorgaat. Toen ik er eenmaal rondliep en al die architecturale schoonheid zag kon ik er mij plots wel iets bij voorstellen: wijn bij de Seine, de prachtige parken, de mooie boulevards,...

"Hoe lastig moet het zijn om liefdesverdriet te hebben in Parijs", schoot door mijn hoofd. Ik besloot daar een radiodocumentaire over te maken. Iedereen die in mijn vizier kwam sprak ik aan over chagrin d’amour (het meer poëtische Franse woord): Parijzenaars, toeristen, mederesidenten,...

Een man in een park beweerde dat hij al menig chagrin d’amour had doen verdwijnen met zijn uitmuntende hypnosetechnieken. Een Amerikaanse vrouw zat in tranen aan Montmartre voor haar overleden man. Ik kreeg uiteenzettingen over het wrede liefdesverdriet van Verlaine voor Rimbaud. De stad bleek vol chagrin d’amour en mensen deelden gretig verhalen.

Kameraadschap in de Parijse nacht

Misschien zullen vooral de nachten me nog het meeste bijblijven. Tijdens de nacht toont de stad een ander gelaat, bladert het stadsvernis af. Het was vooral dan dat de meest vreemdsoortige vogels mijn pad kruisten.

We gingen naar een Spoken Word avond waar (terecht) ondergewaardeerd creatief Parijs zich drie uur lang in alle glorie mocht tonen. Nadat we bijna indommelden tijdens de ontering van een Franse klassieker kwam er alsnog een hoogtepunt.

Een weldoorvoede vrouw gehesen in een paarse maillot en met dito haarkleur zong onder luid gejoel van de zaal het Amerikaanse volkslied terwijl ze haar hele vuist in haar mond liet verdwijnen. De man die na haar een kort verhaal voorlas op de panfluitversie van "The winner takes it all" van ABBA was er aan voor de moeite. De intellectuele salons van weleer, zijn niet meer wat ze geweest zijn.

Spontane nachtelijke concilies vonden plaats op de trappen van onze verblijfplaats waar kameraadschappen ontstonden tijdens lange discussie en waar de kiemen gelegd werden voor toekomstige plannen. (Tegen de nacht valt niets in te brengen).

Een kronkelende massa van zwetende lijven op harde beats, The Great Gatsby-achtige avonden,"Les poppers sont de retour", fluisterde iemand in mijn oor, "Partners van de toekomst kunnen per definitie wachten", meldde iemand anders me droog. Ik stond erbij en ik keek er naar terwijl ik van links vastgegrepen werd door een man met onstuitbare kusdrang, mijn rechtervoet vond nog net op tijd de uitgang.

Naast de discotheek liggen gevluchte mannen in tentjes onder het luide gedreun van de Parijse beau monde te hopen op een beter leven. Het raakt me, de contrasten die je constant ziet in deze stad. Het is een rauwheid waar de stad van overloopt. De taxichauffeur verzekert me "Paris c’est comme ça", een magere troost voor een stad van 2,2 miljoen mensen en minstens evenveel mogelijkheden.

Ik kan nog uren doorgaan met dit soort verhalen, het waren twee intense weken. En nu zit ik hier met chagrin d’amour, naar negentien mensen en een stad en bedenk ik opeens dat ik geen enkele croissant at.

Benieuwd naar onze resultaten? Zaterdag 3 oktober kan u ons met een avondvullend programma aan het werk zien in Brussel bij deBuren. Op 30 januari 2016 doen we het nog eens over in De Brakke Grond in Amsterdam.