“Die mensen begrijpen niet dat ze ons werk moeilijk maken”

De laatste weken is de migrantenproblematiek in en rond Calais weer acuut. Duizenden migranten proberen illegaal in Groot-Brittannië te raken aan boord van vrachtwagens. Voor de chauffeurs die aanschuiven aan de ferryterminal of aan de pendeltreinen onder het Kanaal is dat geen lachertje. Onze redacteur reisde mee met een van hen. Hoewel de overtocht op een zomerse zondagavond relatief vlekkeloos verliep, blijken er toch problemen te zijn.

Het is 15 uur in Pittem. Benny start zijn glimmende tientonner die voor zijn deur geparkeerd staat. Zo’n 15 ton vracht moet hij veilig en wel naar Groot-Brittannië brengen: schoonmaak- en onderhoudsproducten, staaldraad en een vijftal grijpkranen. De stuurkabine is kraaknet. Of ik mijn schoenen kan uitdoen? Kwestie van de lederen vloerbekleding niet te beschadigen.

“Ik vertrek liever vroeg omdat we niet weten hoe lang we in Calais zullen moeten aanschuiven”, zegt hij. Benny is een habitué: een drietal keren per week doet hij het traject België-Groot-Brittannië en terug. “Ik rij nu al vier jaar voor mijn huidige baas. Per jaar leg ik zo’n 100.000 à 120.000 kilometer af.”

“Ik rij graag in Engeland”, zegt Benny. “Het is altijd druk op de baan, en dat is afwisselend. Niet zo monotoon als urenlang op een verlaten autosnelweg te rijden.”

Voor het vertrek controleert hij of twee sleutels bij zich in de stuurcabine heeft. Sleutels van twee hangsloten waarmee de achterdeur van zijn oplegger gesloten is. “Ik probeer eventuele ongenode medereizigers zoveel mogelijk te ontmoedigen”, vertrouwt hij me toe. De migrantenproblematiek in Calais is dezer dagen hét gespreksonderwerp onder truckchauffeurs. Dat is niet zonder reden: “Als de Britse politie illegale migranten tussen je lading vindt, ben jij verantwoordelijk en moet je een boete van 1.500 pond per migrant betalen. En dan heb ik het nog niet over de tijd die je verliest, over de schade aan het dekzeil van de vrachtwagen of aan de lading.”

Parkeerterreinen gesloten

Het is relatief druk op de E40 richting Noord-Frankrijk. Duidelijk veel vakantieverkeer, maar relatief weinig vrachtwagens. “Ik hoop dat we niet te lang zullen moeten wachten aan de Kanaaltunnel”, zegt Benny. Hij is gespannen. Een telefoontje naar Eurotunnel brengt geen soelaas. “Eén vrachttrein per uur”, zegt een computerstem. “Ze geven voorrang aan de pendeltreinen voor vakantieverkeer”, gromt Benny.

Over eventuele problemen met migranten die de treinterminal bestormen, zegt de computerstem van Eurotunnel niets. Daarvoor hebben truckchauffeurs als Benny wel andere informatiekanalen. “Everything green and clean at Eurotunnel”, heeft een collega-chauffeur gepost op een speciale Facebookpagina waarop chauffeurs informatie met elkaar uitwisselen. Via de CB-installatie aan boord roept Benny een collega van hem op die hij net gekruist heeft op de autosnelweg. Of alles oké is aan de treinterminal? “Alles rustig”, luidt het antwoord.

Benny is erg aandachtig voor alles wat op de weg gebeurt. “De gouden regel is: niet stoppen tussen Gent en Calais.” Veel gelegenheid tot stoppen is er overigens niet langs deze E40. Bijna alle parkeerterreinen waar geen pompstation is, zijn gesloten om potentiële illegale migranten zoveel mogelijk de gelegenheid te ontzeggen om aan boord van een vrachtwagen klimmen. Desondanks heeft Benny al drie keer vluchtelingen aangetroffen in zijn oplegger.

“Eén keer was het echt wel straf”, vertelt hij. “Mijn vriendin reed met me mee. Toen we in een file voor de treinterminal terechtkwamen, hebben we alle twee voortdurend door onze achteruitkijkspiegels gecontroleerd of er geen migranten aan boord probeerden te raken. Je moet je voorstellen dat die gewoon tussen de vrachtwagens door liepen. Op het terrein van de trein liepen ze gewoon tussen de sporen. Na anderhalf uur vertrok de trein eindelijk, maar in het begin van de Kanaaltunnel hield hij weer halt. De treinbegeleider wist te melden dat er migranten op het dak van de trein liepen. Een half uur later hadden ze iedereen van de trein gehaald die er niet mocht zijn en konden we verder rijden.”

Bij aankomst in Groot-Brittannië volgde er een verrassing. “Voor ik de trein af rij, controleer ik altijd het dak van mijn vrachtwagen”, legt Benny uit. “Ik zag dat er in het zeildoek was gesneden, en dus ben ik – voor ik het terrein van Eurotunnel verliet – gestopt om de zijkant van mijn oplegger open te maken. Négen mensen zaten op en tussen de lading. Blijkbaar waren ze er op de trein toch nog in geslaagd in mijn oplegger te raken. Ik heb er de Britse politie bijgehaald. Een boete heb ik niet gekregen, want ik had mijn vrachtwagen voor vertrek grondig laten controleren aan de Franse kant.” Een zaak voor Eurotunnel dus, de uitbater van de Kanaaltunnel.

“Vrees dat er nog doden zullen vallen”

“Je schrikt wel”, zegt Benny. “Je verwacht zoiets niet. Je denkt dat je alles hebt gecontroleerd, je denkt dat je veilig in Engeland bent, en dan tóch. Je vraagt je af of je iets verkeerds hebt gedaan, maar het antwoord is nee. Ik heb wel geleerd dat ik mijn vrachtwagen altijd nog eens extra controleer voor ik de trein af rij.”

“Het ergste is dat de migranten zelf van niks opkijken. Zij hebben niets te verliezen. Maar ik ben dan eigenlijk wel boos. Er was niet alleen de schade aan het zeildoek van mijn oplegger, er is ook de vertraging, het tijdsverlies omdat de politie erbij moet komen, en dan loop je ook nog eens het risico dat een klant je lading weigert omdat die beschadigd is.” Een extra moeilijkheid is dat chauffeurs maximum 15 uur mogen werken, en dan een pauze van 9 of van 11 uur moeten nemen. Met overtredingen van rij- en rusttijden lacht de wegpolitie niet.

“Wij moeten voortdurend in het oog houden hoe we onze tijd indelen, maar die vluchtelingen sturen onze plannen in de war”, zegt Benny. “Zij beseffen niet dat zij het voor ons moeilijk maken.” Toch is er ook enig begrip voor dergelijke schrijnende toestanden. “Ik sta niet in hun schoenen. Ik kan niet weten hoe zij erover denken. Ik begrijp wel dat ze op zoek zijn naar een beter leven, maar de laatste weken worden ze alsmaar agressiever. Ik vrees dat er nog doden zullen vallen, ook bij de vrachtwagenchauffeurs. Hier voeren de vluchtelingen een soort oorlog tegen ons, tegen de politie, tegen de douane.”

Alles rustig bij Fort Calais

We naderen Calais. Benny rijdt even om, richting ferryhaven. Rechts van ons ligt de beruchte jungle, waar duizenden havelozen in inderhaast opgetrokken tentjes of hutten hun kans afwachten om het eldorado aan de overzijde van het Kanaal te bereiken. “Ze hebben daar zelfs een moskee en een kerk”, zegt Benny. Stoppen doet hij hier niet, ondanks het hoge hekken dat de migranten van de havenweg moet houden.

Aan de Kanaaltunnel, enkele kilometers verderop, is het rustig, ten minste aan de vrachtterminal. Voor we het eigenlijke terrein van Eurotunnel oprijden, moeten we een hele reeks controlepunten voorbij. Eerst wordt de vrachtwagen gescand en wordt het CO2-gehalte in de laadruimte gemeten. Na de douane en de Britse grenspolitie volgt nog een visuele controle van de vrachtwagen met camera’s. Pas daarna kunnen we in de rij gaan staan. Voor ons een 30-tal trucks. De volgende vrachtpendel vertrekt pas over een ruim een uur.

Tijd om even de beentjes te strekken. Benny gaat even bijpraten met enkele collega’s. Hebben zij niets speciaals gezien of ervaren? De gesprekken gaan over de collega’s uit Oost-Europa die ze als oneerlijke concurrentie ervaren, maar toch vooral over de migrantenproblematiek. “Ik hoop echt dat die crisis niet te lang meer aansleept, want ik begin het echt wel beu te worden”, laat een collega zich ontvallen.

Nochtans is het vanmiddag kalm. Net buiten het terrein van Eurotunnel zie ik enkele potentiële medereizigers rusten onder en boom. Even verder op de weg staat een politiecombi met agenten die verveeld voor zich uit zitten staren. Aan de vrachttreinen ligt nu prikkeldraad tussen de sporen. “Dat is nieuw”, zegt Benny. “Misschien zal dat hen wel tegenhouden.” En dan zijn er nog de nieuwe dubbele hekken die worden opgericht. “De vluchtelingen zijn nog bezig aan hun siësta”, grapt een man van de Britse grenspolitie. “Wellicht zal er meer activiteit zijn eens het donker wordt.”

Benny manoeuvreert zijn tientonner behendig de vrachttrein op. Alle truckers worden met een busje via het perron naar een reizigerswagon vooraan de trein gebracht. De onderzeese treinrit zelf verloopt vlekkeloos. Eenmaal in Groot-Brittannië geen verrassingen: Benny klimt achteraan de stuurhut op zijn vrachtwagen. Geen schade, geen menselijke activiteit daarboven. Er is geen wolkje aan de staalblauwe Britse hemel.