De Grote Oorlog duurt nu al 1 jaar lang

Voor kerstmis zijn we terug thuis, zo dachten de meesten toen de Grote Oorlog, nu 101 jaar geleden, uitbrak. Maar een eind lijkt nog lang niet in zicht. En voor de Geallieerde mogendheden - Frankrijk, Rusland, het Britse Rijk en Italië - lijkt de toestand overwegend negatief, hoewel zij in de meerderheid zijn.

In het Westelijk Front loopt een 800 km lange frontlijn van loopraven, van de Noordzee tot de Zwitserse grens, met daarop de grootste troepenconcentratie aller tijden.

Pogingen om die lijn te doorbreken, zowel van Duitse zijde (tweede slag bij Ieper) en vooral van Franse zijde (Champagne, Artesië…) hebben geen succes gehad.

Het is er nu grotendeels “rustig”: geen grote aanvallen maar hier en daar schermutselingen en artillerieduels, en overal loert het gevaar van de sluipschutters. Er zijn wel enkele Franse offensieven op kleinere schaal in de Argonne en de Vogezen.

Franse generaal in zijn hoofdkwartier voor een kaart van het oostelijk deel van de frontlijn in het Westen. Sinds oktober 1914 is die lijn nauwelijks verschoven.

Deze patstelling speelt in principe in het voordeel van Duitsland. Achter die frontlijn houden de Duitsers het overgrote deel van België en een stuk van Frankrijk bezet.

Daarmee profiteren ze van de mijnen en de grote industrie, de rijke landbouw en het dichte net van wegen en spoorwegen in België en Noord-Frankrijk.

Duitse onderzeeërs maken gebruik van de havens van Oostende en Zeebrugge, die niet ver van het Kanaal liggen. Duitse Zeppelins kunnen Franse en Engelse steden bombarderen, terwijl de Duitse Heimat ver van het front af ligt.

De Duitse duikboot U 29 torpedeert het Britse koopvaardijschip Headlands

Aan het Oostelijk Front is de situatie in volle beweging. Daar trekken de Russen zich massaal terug uit Polen, om niet te worden gevangen in een tanggreep door de Duitsers (vanuit het noorden) en de Oostenrijkers (vanuit het zuiden).

De Duitse legers zijn bezig het Russische deel van Polen te veroveren, net als het zuiden van de Baltische regio.

Hoewel Rusland daarmee nog lang niet is verslagen – het Russische Rijk is nu eenmaal groot en kan nog massale reserves aan troepen mobiliseren - is de Geallieerde hoop dat Duitsland door een “Russische stoomwals” zou worden verplet, een illusie gebleken.

Kaart van het Oostelijk front: in het lichtgrijs de frontlijn in december 1914, in het zwart de frontlijn begin augustus 1915. Het Duitse en het Oostenrijks-Hongaarse leger hebben de Russen sterk teruggedrongen.

Russische infanterie op de terugtocht in Oost-Pruisen

Ook aan het Italiaanse Front is er geen goed nieuws voor de Geallieerden. Het Oostenrijks-Hongaarse leger weet met succes de Italiaanse aanvallen aan de Isonzo tegen te houden. De toetreding van Italië tot de oorlog heeft de Geallieerden weinig voordeel opgeleverd.

Op de Balkan is de situatie verwarrender. Servië heeft de aanvallen van Oostenrijk-Hongarije aan het begin van de oorlog met succes teruggedrongen.

Servië en Montenegro profiteren van de toestand om delen van het neutrale Albanië te bezetten, net als Italië, en dit tot ongenoegen van de andere Geallieerde mogendheden.

Intussen vindt een diplomatiek schimmenspel plaats om andere Balkanlanden – Roemenië, Bulgarije, Griekenland… - in de oorlog te betrekken.

De oorlog in de Alpen: in de voorgrond Oostenrijkse troepen, Italiaanse troepen proberen in de achtergrond de gletsjer over te steken, maar worden teruggeslagen.

Een ander teleurstellend front voor de Geallieerden is Gallipoli. De landingen op dit schiereiland aan de Dardanellen hebben niet tot een doorbraak geleid.

De Turken weten de Britse en Franse aanvallen tegen te houden. Het voornemen om via de Dardanellen door te steken naar Constantinopel lijkt een zoveelste illusie te zijn in deze oorlog.

Ook in de Kaukasus zijn de Russen op de terugtocht. Het deel van Armenië dat ze in het voorjaar op de Turken hadden veroverd, moeten ze weer prijsgeven.

De Turkse artillerie op Gallipoli brengt de Geallieerden zware schade toe.

In het Midden-Oosten moeten de Turken aan de Britten terrein prijsgeven in het zuiden van Mesopotamië. Maar de Britse opmars, vooral met Indische troepen, verloopt moeizaam.

In Afrika, waar de oorlog op een veel kleinere schaal gebeurt, voeren de Duitse koloniale troepen nog weerstand in Kameroen, terwijl Duits-Oost-Afrika nog voor het grootste deel onder Duitse controle staat: er zijn alleen maar gevechten geweest met Britse en Belgische troepen.

De rest van het Duitse koloniale rijk, in Afrika en de Stille Oceaan, is helemaal in Geallieerde landen.

De Syrische stad Aleppo is zwaar beschadigd door de oorlog!

Op zee is de Britse Royal Navy oppermachtig. De Duitse oorlogsvloot vertoont zich na eerdere gevechten nog nauwelijks op de Noordzee en is volledig verdwenen op de oceanen, behalve dan de onderzeeërs.

De U-boten brengen zware schade aan vooral de Britse koopvaardij. Dit moet een antwoord zijn op de Britse zeeblokkade, die de Duitse handel zwaar belemmerd.

Pietje de Dood: de grote overwinnaar van deze oorlog. Tekening van de Nederlandse cartoonist Louis Raemaekers.

lees ook