De hemel verdien je. En ik had hem duidelijk verdiend.

Ik had eerst niet door dat ik in de hemel zat. Het was de eerste luchthaven waar ik naast bagagekarretjes buggy's vond. De mensen waren iets knapper. Naast de bagagebanden stond een mini-speeltuintje. De volwassenen letten vanzelfsprekend op alle kinderen.

Even dacht ik dat ik in het verre zuiden zat, maar het was te fris en alles verliep efficiënt. Buiten rook het naar bomen. Dit was toch een stad? Niemand bestuurde de metro. Eng, maar anderzijds een teken. Typisch troosteloos vliegveldlandschap ten spijt, kon dit alleen de hemel zijn.

In de hemel raak je niet binnen, die verdien je. En ik had hem duidelijk verdiend. Geef toe dat het u ook naar de kop zou schieten.
De kinderen waren moe en hangerig, maar men glimlachte op het openbaar vervoer en speelde kleine spelletjes met hen. Het logeeradres dat me in de schoot was geworpen, bleek een prachtig landhuis.

Lijkt de hemel u saai? Ik kon ermee leven. Natuurlijk benadert de hemel perfectie: zeer autoluw, in de openbare ruimte zie je weinig knorrende beesten, veel mensen. De hemel is op mensenmaat. In grote openbare parken liggen cafeetjes naast speeltuinen, zodat ouders blijven zitten en mekaar ontmoeten. Mensen kopen hun dagverse lunch in de voedselhallen en praten aan de gemeenschappelijke buitentafels. De hemel heeft vrij korte werkuren en boert goed. Winkels zijn kort open. De hemel staat tjokvol design. Al had je gehoord dat het er koud is, de zon kweekt er een flinke blos op je wangen.

Alternatief?

Hun goeiige aardigheid zonder opdringen passeert naadloos dankzij de details. De schabouwelijke alcohol in de hemel kan je verwachten, dus ik klaag niet over oranje prosecco met gesjoemelde limonadesmaak. Zelfs de alomtegenwoordige koffie is meestal slecht.

In de hipsterenclaves krijg je behoorlijk brouwsel, maar kantelt het de andere kant op. Slagroom bij uw koffie: ogen als schoteltjes. Op dag twee vraag ik macchiato, want daar schrijf ik goed op. “Ah”, zeggen ze, ja, nee, wij doen niet aan macchiato. “In onze ervaring smaakt onze roast beter in cortado.” Echt waar: met lichte frons en algehele sérieux, over drie centiliter geroosterde bonendrab. Op dag drie vraag ik welke espressoblends ze vandaag hebben. Bingo. De hemelbarista glimlacht en expliqueert met onderkoelde verve.

In de hemel ontmoet je oude vrienden weer en maak je nieuwe. Je denkt er na over alles en iedereen in je leven.
Het is niet makkelijk om te veranderen.
Maar wat is het alternatief?

Staalblauw

In de hemel is een designketen waar ik mijn baby met vijfduizend allergieën van chocomuffin tot pizza kan laten eten en daarna toch als zo'n hippe smug perfectiemoeder buitenstappen, want die gooien geen onsje rommel in hun eten. De kleuter schommelt met de benen. Gezellig, mama. Later kom ik hier wonen. Ik kom inwonen, denk ik bij mezelf.
Naast de deur wordt paleo-eten geserveerd door van die testosteronknulletjes met, echt waar, allemaal zo'n gevaarlijke blik. Ik blijf er weg. De hemel heeft iets duivels. De baby kan toch niet tegen zuivel.

In de hemel hebben musea volledige kindervleugels waar ze overal aan mogen komen, op alles mogen klimmen, en niemand ooit “sjjjt” doet.

In de hemel is iedereen groot. Je kijkt rond op een zonnig terras, roert met wat suiker de bijsmaak van alweer een gruwelijke koffie weg en merkt: alle mannen zijn mooi, goedgebouwd, met van die staalblauwe ogen. Zou de hemel toevallig jouw esthetiek benaderen? Of is hij maatwerk, en zou je vriendin hier overal donkere grote mannen met krullen zien?

Hemels leren

Alle design is natuurlijk in de uitverkoop. De hemel brengt dilemma's mee. Die lage staal-en-leren zetel kan niet zijn, dat vilttapijt overweeg je dagenlang het vliegtuig op te slepen. Je koopt uiteindelijk een lamp en opent je ogen.

Je merkt dat alles transformeert en verandert en zegt jezelf: stop met denken. Het komt misschien vanzelf. Anders doe je het wel komen. Op de ene manier. Of op de andere.

Ze zijn niet perfect hoor, mailt je gastvrouw. Dat gezeur over hemels leren. “Spreek je met je kinderen thuis nog Nederlands?”: meteen zo'n afkeurend mondje en bemoeinis. “Natùùrlijk praten ze dan gebrekkig!” Dat doorgedreven geïntegreer. Je moest die leerboeken zien in mijn taalles Hemels. Die vinden de hemel wel heel erg het paradijs.

Je bent leeg als je vertrekt uit de hemel. Hoewel je vol gedachten zit, hebben die plaats om te vliegen in je uitgewaaide geest. Op een vreemde manier voelt je lichaam vrijer.

Op de stuurloze metrorit terug kijk je de andere kant op en merkt dat het troosteloze landschap links, rechts geflankeerd wordt door je droomwoning in duizendvoud.
Je komt terug en er zijn geen buggy's en geen speelplekjes aan de bagageband en de stad ruikt naar petroleum.

Je denkt aan de hemel.
Het enige moment dat de conversatie met hemelbewoners stokte, was als je zei dat je hier best zou kunnen wonen. MIGRANTEN, zie je ze denken, en ze beginnen diplomatisch over het weer te klagen.

Lijken ze toch een beetje op ons.

(Celia Ledoux is schrijver en columniste.)

 

lees ook