Leeftijd waarop werknemer aanvullend pensioen kan opnemen, wordt opgetrokken

De regering wil de leeftijd waarop werknemers hun groepsverzekering of bedrijfspensioenfonds kunnen opnemen, optrekken tot 63 jaar. Dat blijkt uit de gedetailleerde teksten over het begrotingsakkoord die De Tijd kon inkijken.

Pas als iemand effectief met pensioen gaat, zal hij of zij het kapitaal van zijn of haar aanvullend pensioen kunnen opnemen. Tot nog toe kunnen mensen vanaf 60 jaar hun aanvullend pensioen beginnen op te nemen, zonder dat ze effectief met pensioen gaan. 

De regering wil er echter alles aan doen om mensen langer te doen werken. Zo werd de wettelijke pensioenleeftijd al opgetrokken van 65 jaar naar 67 jaar tegen 2030. Gelijktijdig wordt vervroegd pensioen minder toegankelijk. Vanaf 2018 kan dat pas vanaf 63 jaar na een loopbaan van 41 jaar. Met de nieuwe maatregel wordt het aanvullend pensioen gekoppeld aan de leeftijd waarop werknemers ook effectief met pensioen gaan.

Er moet wel nog overleg volgen met de sociale partners over de nieuwe maatregel. De regeling zou gelden voor alle werknemers, ook bij al afgesloten contracten.