Onder de schaduw van de paddenstoelwolk

Meteen na de ontploffing van de eerste atoombom in juli 1945 rees er in academische kringen, en niet het minst bij de ontwerpers van de bom, de vrees dat dat tuig het einde van de mensheid zou kunnen inluiden. De nucleaire doos van Pandora is echter open en het gevaar loert nog altijd.
AP1956

De dag na de eerste atoomtest op 16 juli 1945 ondertekenden Leo Szilard en 69 andere wetenschappers van het atoomprogramma een petitie aan president Harry Truman, waarin ze vroegen om de bom niet te gebruiken. Toen de gevolgen van de atoomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki duidelijk werden, werd de bezorgdheid nog groter. Zelfs Robert Oppenheimer, de man die het project had geleid, uitte nu zijn bezorgdheid bij president Truman, maar werd weggestuurd. In een rapport trok Oppenheimer de volgende conclusies:

  • de VS zou het monopolie over het bezit van de atoombom op termijn niet kunnen behouden en andere landen zouden zelf kernwapens ontwikkelen
  • er is geen adequate verdediging mogelijk tegen een atoomaanval, ook niet in de VS
  • een oorlog kan niet eeuwig worden vermeden

De ideeën van Oppenheimer vormden de basis voor het Acheson-Lilienthal Report van een VS-commissie die voorstelde om in de Verenigde Naties een Atomic Development Authority op te richten die de controle zou overnemen over mijnen voor kernmateriaal, nucleaire fabrieken en toezicht zou hebben op kernonderzoek. Als enige kernmacht zou de VS zijn kernwapens onder controle brengen van die ADA en op termijn zelfs vernietigen. Alle andere landen zouden in ruil moeten afzien van de ontwikkeling van kernwapens.

Die stelling werd min of meer overgenomen in het plan dat speciaal gezant Bernard Baruch (foto) in juni 1946 voorlegde aan de Verenigde Naties. Het plan hield echter in dat de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad zouden afzien van hun vetorecht inzake nucleaire zaken en de Sovjet-Unie zou inspecties van zijn kerninstallaties moeten toelaten. Moskou weigerde en de eerste poging om een nucleaire wapenwedloop aan banden te leggen, mislukte.

AP1943

Steeds meer kernmachten

In 1949 deed de Sovjet-Unie een geslaagde test met een atoombom en had de wereld nu twee kernmachten die ideologisch en strategisch in een Koude Oorlog verwikkeld waren. Een jaar later werd die oorlog zelfs echt in Korea en liepen de spanningen op. Beide grootmachten investeerden steeds meer in de ontwikkeling van kernwapens, strategische bommenwerpers en ook raketten voor de lange afstand.

In 1952 nam de VS opnieuw voorsprong toen de eerste waterstofbom boven het eiland Eniwetok in de Stille Oceaan tot ontploffing werd gebracht. Het tuig was vele malen krachtiger dan de gewone atoombommen, maar ook de Sovjet-Unie zou snel een eigen versie ontwikkelen. Nog in 1952 ontplofte de eerste Britse atoombom, in 1960 werd Frankrijk onder generaal Charles de Gaulle een kernmacht en in 1964 deed ook het communistische China een geslaagde atoomtest.

De tweestrijd tussen de VS en de Sovjet-Unie escaleerde in steeds grotere kernarsenalen waarbij beide elkaar wilden afschrikken en oorlog ontraden via het concept van "mutually assured destruction", door grapjassen afgekort tot MAD ("waanzinnig").

Die wapenwedloop werd plots erg heet tijdens de crisis over de Sovjetraketten op het communistische eiland Cuba, waarbij Kennedy en Chroesjtsjov op het nippertje een atoomoorlog konden vermijden. Die crisis had het besef doen rijpen dat het roer om moest en internationale samenwerking nodig was om het atoomgevaar onder controle te houden.

AP1957

Van "arms race" naar non-proliferatie

Al voor de Cuba-crisis had het "Atoms for Peace"-plan van VS-president Dwight Eisenhower in 1957 geleid tot de oprichting van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) dat inspecties uitvoerde op kerninstallaties wereldwijd en werkte aan kernenergie.

De volgende stap was het Partial Test Ban Treaty, waarbij de VS, de Britten en de Sovjets in oktober 1963 beloofden geen atoomtesten in de atmosfeer meer uit te voeren. Dat verdrag was de voorloper van het Nuclear Test Ban Treaty uit 1996, waarbij 183 landen beloofden geen kernexplosies meer uit te voeren. Een grote doorbraak kwam er op 1 juli 1968 met het Non-proliferatieverdrag tegen de verspreiding van kernwapentechnologie. De vijf kernmachten van toen konden hun arsenalen evenwel behouden.

De twee grote kernmachten de VS en de Sovjet-Unie sloten daarop bilaterale akkoorden. Via het SALT-1-verdrag uit 1972 werden beide kernarsenalen bevroren. Het INF-verdrag uit 1987 schrapte raketten op middellange afstand in Europa. Na de Koude Oorlog verminderden de VS en Rusland hun kernarsenalen via de verdragen START-1 en -2 en gaven de ex-Sovjetrepublieken Kazachstan, Oekraïne en Wit-Rusland hun kernwapens op. Via het recente New START-verdrag uit 2010 verminderden de VS en Rusland hun aantal kernwapens tot onder de duizend.

AP2007

Kan proliferatie worden gestuit?

Het idee dat de vijf kernmachten de verspreiding van nucleaire wapens konden verhinderen, kreeg in 1974 een knauw toen India een atoombom liet ontploffen. In 1979 nam een VS-satelliet een "double flash" waar in het zuiden van de Indische Oceaan. Mogelijk ging het om een kernproef van Israël en Zuid-Afrika. Alhoewel niet bevestigd, wordt Israël beschouwd als een kernmogendheid.

In 1998 liet Pakistan een atoombom ontploffen en in 2006 volgde het radicaal communistische Noord-Korea, dat op erg gespannen voet leeft met Zuid-Korea en Japan. Meteen was de bezorgdheid groot dat nucleaire kennis verspreid raakte over instabiele landen en regimes.

Het nucleaire project van Iran leidde acht jaar lang tot grote spanningen met de rest van de wereld, maar die dreiging werd in juli 2015 na jaren van onderhandelingen afgewend met een akkoord met de Verenigde Naties.

Anders dan staten, bestaat echter ook de vrees dat terreurgroepen de hand zouden leggen op kennis en materiaal om kernwapens te maken. Zelfs een "vuile kernbom"  -een conventionele bom omgeven met uranium of plutonium- zou in steden tal van slachtoffers kunnen maken door besmetting, al gaat het dan niet om een echte kernontploffing. De droom van een nucleaire ontwapening blijft hoe dan ook nog erg ver.

In de inkomhal van het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York staat een stenen beeld van de heilige Agnes met een schaapje uit de Urukami-kathedraal van Nagasaki, die volledig verwoest werd tijdens de atoomaanval. Het beeld vertoont sporen van de hevige hitte en straling en is daarom een signaal aan alle diplomaten en wereldleiders die daar binnentreden.

AP1966

Deze mensen uit de Marshalleilanden werden in de jaren 50 behandeld wegens besmetting door VS-atoomtesten in de Stille Oceaan.