"Echte kampgangers slapen in tenten"

Sportkampen in al hun vormen blijven populair. De stoerste sportievelingen kiezen voor het avonturenkamp op het Blosoterrein in Hofstade. Deredactie.be ging mee vlotten sjorren en vuur maken. En op de laatste avond werd er uiteraard gefuifd.

We treffen de 28 kinderen en hun 3 begeleiders tijdens het kennismakingsspel. Iedereen stelt zich voor en vertelt over zijn hobby’s en lievelingseten. Eerste opdracht van de dag: één leugen in hun antwoorden smokkelen. “Ik eet keigraag witloof” en “ik hou van wiskunde” vallen snel door de mand.

Kampleider Jonas (25) overloopt de basisregels. “Drie dingen worden niet gevraagd: hoe laat het is, want dat is niet belangrijk op kamp. Wat we gaan eten, want het menu hangt op. En wat we gaan doen, want dat zullen jullie wel zien.”

“Beste alternatief voor Playstation”

De eerste activiteit is een oriëntatieloop. “De ideale start van het kamp: de kinderen moeten meteen samenwerken in kleine groepjes en tijdens de wandeling leren ze elkaar kennen”, vertelt Jonas. “En intussen hebben wij de tijd om de kampplaats in orde te krijgen.”

Het avonturenkamp van Bloso combineert de "stoere elementen" van een scoutskamp met verschillende sportinitiaties op het domein, van mountainbiken over watersport tot een touwenparcours in de bomen. Waarom kiezen kinderen eigenlijk voor zo'n stoer kamp?

“Ik heb het avonturenkamp vorig jaar al gedaan, en het was zo leuk dat ik hier dit jaar opnieuw ben”, aldus Amelia (14).

“Supergezellig om met alle meisjes in één grote tent te slapen, en niet in hotelkamers zoals de luxekindjes (lacht). Het wordt nu mijn laatste kamp. Volgende zomer ga ik een monitorencursus volgen.”

Zyno (12) is niet helemaal overtuigd. “Ik moest op kamp van thuis. Als ik mocht kiezen, dan speelde ik liever een week op de Playstation. Maar mijn beste vriend had dit kamp gekozen, dus dat leek me het beste alternatief.” Camille (10) een van de jongste groepsleden, koos wel bewust voor een portie avontuur. “Ik ben sportief en als scoutsmeisje doe ik écht graag stoere dingen.”

“Jongens zijn speelvogels”

De groep bestaat uit 21 jongens en 7 meisjes, tussen 10 en 14 jaar. “De jongens zijn echt nog kindjes, terwijl ik al eens naar een feestje ga”, vindt kampoudste Amelia (14).

Begeleider Thomas (26) knikt instemmend. “De eerste dag lijken jongens en meisjes van een andere planeet te komen. Ze amuseren zich vooral onder elkaar. Pas later in de week mengen beide groepen zich. Maar eigenlijk zie je al na een paar uur welke kinderen elkaar vinden.”

Dat het water tussen jongens en meisjes diep is, blijkt uit de aanpak van de oriëntatieloop: de meisjes willen het parcours zo goed mogelijk afleggen, de jongens hebben meer oog voor de speeltuin, het voetbalveld en een verlaten gebouw. “We zijn ze kwijt”, zucht Charlotte (11). De mannen zijn in hun element als ze even oorlogje kunnen spelen. “Misschien was dit wel de bunker van Hitler, of een schuilplaats van IS”, brullen ze.

Sjorren voor dummies

Na het middagmaal kunnen de waterratten hun hart ophalen. Kampleider Jonas demonstreert hoe je balken aan elkaar sjort.

Vier groepjes moeten daarna een vlot in elkaar boksen, om het tegen elkaar op te nemen in een spannende race op het meer. “Binnen de kortste keren zie je in elk team drie types: de denkers, de doeners, en de dromers”, aldus Jacky (29).

Het loopt niet in alle groepen even vlot. Het meisjesteam brengt het er met drie scoutsleden het best van af. "Zo'n stabiele constructie heb ik nog niet vaak gezien", geeft begeleider Thomas toe.

Bij de jongens lopen de discussies bij momenten hoog op. Hoe dan ook begint iedereen met tonnen energie aan de race. Er wordt gepeddeld, geploeterd en gezwommen dat het een lieve lust is. En vals gespeeld, als het even kan.

Na ruim een uur vol waterspelletjes hangt iedereen uitgeput op zijn vlot. Vooral de jongste leden krijgen het lastig in het frisse water. Gilles snelt zijn zus Charlotte ter hulp, Marie doet hetzelfde voor zusje Victoria. “Ik kan dat alleen”, klappertanden de kleinsten moedig.

Hoe maak je vuur?

Na het avondmaal slaat bij sommigen de heimwee toe. “Op de eerste avond is dat normaal. Als ze moe worden, denken ze aan thuis. Met tranen tot gevolg, bij drie à vier kinderen per avond”, zegt kampleider Jonas. Een prinsessenkroon gevouwen uit een broodzak brengt voor één meisje geen raad, een dikke knuffel wel.

’s Avonds staat er een workshop vuurtechnieken op het programma. Jacky en Thomas proberen zelf het grote kampvuur aan te krijgen met een magnesiumstick. “Vuur maken is echt dé mannentaak bij uitstek.”

Na de uitleg over “energie, brandstof en zuurstof” mogen de kinderen zelf aan de slag. “Nu ga je de competitiedrang zien”, aldus Jonas. De avonturiers moeten zo snel mogelijk een koord doorbranden. Niet evident, in een uitgeregend bos.

Een groepje jongens probeert het met deodorant. Kampleider Jonas is niet opgezet met de vlammen. “Wie de bus deo heeft, geeft hem binnen de 10 seconden aan mij of de hele groep slaapt buiten én het is gedaan met de vieruurtjes”, klinkt het streng. “Jullie weten verdorie niet hoe gevaarlijk dat is!” Waarna een verhaal volgt over verbrand haar en steekvlammen.

Na het vuurspel is het verzamelen geblazen aan het grote kampvuren. En daar horen, met de mannen in de meerderheid, vuile moppen en stoere verhalen bij. En een griezelverhaal over een spookhuis, dat vooral de meisjes met knikkende knieën in hun tent doet kruipen.

“Time to party”

Donderdagavond: iedereen heeft zijn mooiste outfit aan. Jongens hebben de pot gel bovengehaald, meisjes hun voorraad make-up.

Om de sfeer erin te krijgen, houden de monitoren een “voorfeestje” op de kampplaats. We moeten hen opwarmen, anders durven ze straks amper bewegen”, verduidelijkt begeleider Jacky. “En we zijn de jongens al een week aan het opstoken om een meisje ten dans te vragen.”

“Jullie weten wat ik heb gezegd: binnengaan met attitude”, spreekt Jonas zijn groep toe. Dan wordt de fuifzaal bestormd. “A-VON-TU-REN-KAMP”, brullen de begeleiders in koor, de kinderen herhalen die schreeuw nog luider. Met tonnen zelfvertrouwen doen de avonturenkampers hun ingestudeerde dans op “Starships” van Nicki Minaj.

Daarna barst het feestgedruis los op de klassieke “pasjesdansen”: de macarena, de “in Zaïre” én de onvermijdelijke Plopdans. Ook een klassieke “limbo” houdt de sfeer erin, net als een “dance battle” tussen “team avonturenkamp” en “team sporthotel”. De monitoren stoken de twee groepen tegen elkaar op. “Foute danspassen of naast de maat dansen: zalig hoe het hier allemaal niets uitmaakt”, aldus Jacky.

“Vraag haar ten dans”

Tijd voor de eerste slow. Jongens schuifelen zenuwachtig langs de kant van de dansvloer, meisjes vragen zich gespannen af of ze gevraagd zullen worden. “Want de jongen moet het initiatief nemen”, vinden ze unaniem.

“Komaan jongens, ga iemand vragen”, sporen de begeleiders de mannen aan. Ze geven zelf het goede voorbeeld. Het eerste koppeltje dat zich op de dansvloer waagt, wordt luidkeels toegejuicht. Het ijs tussen beide seksen lijkt gebroken, al valt niet iedereen te overtuigen. “Jongens die dansen zijn toch een beetje gay”, klinkt het. “Neem het van ons aan: als je aandacht wil van meisjes, kan je maar beter goed dansen”, counteren de monitoren.

Het feestje eindigt met twee kleppers: “Le lac du Connemara”, door de jongens gedanst in bloot bovenlijf, en “de Marie-Louise”. De kinderen gaan ruim een uur later slapen dan gepland. “Dit was sowieso beter dan Tomorrowland”, klinkt het uit enkele kindermonden. “Geslaagd feestje dus”, knipoogt Jonas.