Twijfel over bloedwaarden van marathontoppers

Ongeveer een op de vier atleten die grote marathons hebben gewonnen tussen 2001 en 2012 had abnormale bloedwaarden. Dat schrijft The Sunday Times.

De Britse krant opent met de onthulling een nieuw hoofdstuk in een dopingschandaal dat vorig weekend samen met de Duitse zender ARD werd geopenbaard. De krant en de zender baseren zich op een gelekte database van de internationale atletiekfederatie IAAF.

Daaruit bleek volgens journalisten en gerenommeerde onderzoekers dat tussen 2001 en 2012 achthonderd atleten verdachte bloedwaarden hebben vertoond. Slechts een derde van hen kreeg te maken met sancties of nader onderzoek. Het staat niet vast dat de atleten doping hebben gebruikt.

Zes grote marathons

Zondag schrijft The Sunday Times dat de marathon van Londen in twaalf jaar tijd tot zeven keer toe is gewonnen door iemand die verdachte bloedwaarden had. Volgens experts hadden die waarden "moeten leiden tot uitsluiting of op zijn minst een onderzoek naar mogelijke bloeddoping".

De krant keek naar de resultaten van zes grote marathons: die van Londen, Tokio, Berlijn, New York, Chicago en Boston. De winst ging in een kwart van de gevallen naar een atleet wiens bloedwaarden ongebruikelijk hoog waren. Dat kan duiden op het gebruik van doping, al staat dat niet vast.

Overigens meldt The Sunday Times zondag dat acht atleten, onder wie de Britse superster Mo Farah, hebben aanvaard hun bloedwaarden te publiceren om zo hun onschuld aan te tonen. "De beslissing om dit openbaar te maken, is een persoonlijk initiatief", zegt de regerende olympische kampioen op de 5 en 10 km, wiens trainer Alberto Salazar begin juni door de BBC aan (oude) dopingpraktijken werd gelinkt.

"Ik heb altijd herhaald dat ik er alles aan zal doen om aan te tonen dat ik een zuivere atleet ben." Naast Farah gaat het om Jo Pavey, Andrew Baddeley, Freya Murray, Hatti Archer, Emma Jackson, Lisa Dobriskey en Jennifer Meadows.