Meest recent

    Een scoutskamp, maar met net dat tikkeltje meer

    Van zookamp tot avonturenkamp en sportkamp: kinderen hebben een waaier aan mogelijkheden om hun zomervakantie mee in te vullen. Voor een aantal kinderen is zo’n zomerkamp echter minder evident. Scouts en Gidsen Vlaanderen komt aan hen, maatschappelijk kwetsbare kinderen, tegemoet met “Open Kamp”. “En dat is nog leuker dan een gewoon scoutskamp”, aldus Rana. Deredactie.be ging haar en haar vrienden een dagje volgen in Sint-Joris-Weert.

    “Scouts en Gidsen Vlaanderen staat open voor iedereen die het spel van scouting wil spelen.” Het is de belangrijkste pijler in de missie van de jeugdbeweging. In praktijk is dat echter niet zo eenvoudig: de wekelijkse werking slaagt er (nog) niet in om kinderen uit alle lagen van de bevolking te bereiken. Daardoor bestaan er al enkele jaren “Open Kampen” die zich richten op kinderen en jongeren die om een of andere reden niet in scouting zitten, maar scouting wel heel graag willen leren kennen.

    “De kinderen op ons kamp komen veelal uit maatschappelijk kwetsbare gezinnen”, vertelt hoofdleider Seriema* ’s morgens in de foeragetent. “Op ons kamp zijn er bijvoorbeeld veel kinderen uit instellingen en dagcentra, en daarnaast hebben we ook een aantal Roma-kinderen.”

    Veel kinderen hebben al “het een en ander” meegemaakt. “Als ze erover willen praten, dan mag dat maar het hoeft niet.” Voor leiders Seriema, Berggeit, Gnoe en Marala* telt er maar één ding: de kinderen een leuk scoutskamp geven en tegelijk een veilige omgeving creëren.

    Voor Rana en haar vriendinnetje Nora is het de eerste keer dat ze op Open Kamp gaan. “Wij kenden leidster Gnoe* van in het dagcentrum waar we na schooltijd enkele uren doorbrengen. Toen we vroegen wat ze deze zomer ging doen, vertelde ze dat ze leiding ging geven op Open Kamp.” Het feit dat ze in tenten mogen slapen, is volgens beiden een groot pluspunt. “Een tent is toch veel leuker dan zo'n saai hotel?”, zegt Nora. “En in een tent kan je al je gerief lekker in je rugzak laten liggen”, vult Rana aan.

    Het Open Kamp mag dan wel qua doelgroep veel verschillen van een scoutskamp, wat activiteiten betreft liggen beide kampen dicht bijeen. Van bosspelen tot dagtochten en het sjorren van een tafel: het enige verschil is dat de meeste spelen en scoutstechnieken voor de leden van Open Kamp nieuw zijn. Zo staan er die dag “vettige spelen” op de kampplanning. “Wij noemen het vetzakkendag”, vult Rana aan. Vuil, vuiler, vuilst: daar gaat het die dag om. “En ze zeggen dat we met onze handen mogen eten."

    Na een potje paintball –waarbij vooral de leiding de volle verflading over zich heen krijgt-, wordt een groot zwart zeil bovengehaald. Langs de zijlijn staan emmers met blauwe, oranje en paarse goedjes in. “Dat is de puree van gisteren”, roept de groep. “En de quinoa”, lacht Rana. De goedjes worden stelselmatig op het zwarte zeil gesmeten, terwijl er gegleden en geworsteld wordt. “Zalig”, is de conclusie achteraf.

    Bij het eten van de wentelteefjes ’s middags (“dat is verloren brood in een andere naam”, aldus Nora) had Rana gezworen dat ze haar groene T-shirt nooit meer zou wassen na de vettige spelen. “Een beetje parfum erop en dat komt wel goed.” Toch is ze blij wanneer de leiding iedereen richting de douches stuurt. Met droge, warme kleren en een door Nora ingevlochten vlechtje in de haren, is ze klaar om hout te sprokkelen.

    De groep maakt zich namelijk op voor een groots kampvuur. Voor de leiding is het even een moment om tot rust te komen. “Want dat is soms nodig”, vertelt Berggeit*. Ze heeft geen scoutsachtergrond, maar wil later graag orthopedagogie studeren. Via leidster Gnoe* hoorde ze dat de vraag naar Open Kamp-leiding groot was. Toch is de keuze om leiding te geven op Open Kamp niet evident. “Het is zeker niet gemakkelijk, maar de voldoening die je eruit haalt, is des te groter.” Kortom: Open Kamp? Een scoutskamp, maar met net dat tikkeltje meer.

    *In het artikel wordt naar de leiding verwezen aan de hand van hun totemnamen “Seriema”, “Berggeit” en “Gnoe”, of –als een leider dat niet heeft- met een bijnaam, zoals “Marala”. Het is ook zo dat de leden hen kennen en aanspreken.