Armeense bootvluchtelingen gered

9 tot 15 september 1915: meer dan 4.000 Armeense vluchtelingen zijn voor de Syrische kust gered door de Franse marine. De Armeniërs hadden zich verzet tegen het Ottomaanse leger dat hen wou deporteren.

De Franse marine heeft op de Syrische kust een reddingsoperatie voor de Armeniërs ingezet. Ruim 4000 Armeniërs, vooral vrouwen en kinderen, werden aan boord van de kruiser ‘Guichen’ gebracht.

Het gaat om inwoners van Armeense dorpen in het Turks-Syrisch kustgebied. Toen ze in juli uit hun huizen werden verjaagd weigerden ze zich te laten deporteren en trokken zich terug op de Musa Dag, een berg tussen de stad Antiochië en de zee.

Daar wisten ze 53 dagen lang stand te houden tegen de Ottomaanse strijdkrachten. Slechts een kleine 250 Armeniërs waren gewapend.

Armeense vrouwen en kinderen aan boord van de Franse kruiser 'Guichen', uit L'Illustration, 9 oktober 1915. Beginfoto uit Le Miroir, 24-10-1915.

De belegerde Armeniërs hadden geen voedsel of munitie meer toen de Franse schepen in zicht kwamen. Door een grote spandoek met het opschrift “Christenen in nood. Red ons” werd de aandacht van de ‘Guichen’ getrokken.

Nadat enkele jonge Armeniërs al zwemmend aan boord van het naderende schip gekomen waren, begon de reddingsoperatie. Ook andere Geallieerde schepen werden ter hulp geroepen.

De Armeniërs zijn op weg naar Egypte waar ze in een vluchtelingenkamp zullen worden ondergebracht.

Een reddingsboot brengt  Armeniërs naar het schip, op de fotot rechts in de verte het strand waar de Armeniërs zich hadden teruggetrokken. L'Illustration, 9 oktober 1915.

Het verhaal van deze episode van zeldzaam Armeens verzet vormde het onderwerp van de in 1933 gepubliceerde roman ‘Die vierzig Tage des Musa Dagh’ van de Oostenrijker Franz Werfel. In 1980 werd hiervan deze Amerikaanse film gemaakt.

Oorlog in Afrika

Koloniale troepen uit Belgisch-Kongo hebben deelgenomen aan gevechten in het grensgebied tussen Duits-Oost-Afrika en (Brits) Noord-Rhodesië.

De Duitse koloniale troepen infiltreerde in dit gebied ten zuiden van het Tanganyikameer. De Noord-Rhodesische Politie probeerde ze tegen te houden en kreeg daarbij hulp van de Force Publique uit het naburige Belgisch-Kongo.

Britse en Belgische blanke officieren verbroederen ( linksboven), een gewonde inlandse soldaat krijgt verzorging ( linksonder), een soldaat van de Force Publique houdt de wacht ( rechts). The Illustrated War News, 1-12-1915.

Een versterkte plaats aan de rivier de Saisa werd verdedigd door meer dan 200 man Britse en bijna evenveel Belgische koloniale troepen. Ze beschikten over twee kanonnen (een Brits en een Belgisch) en drie machinegeweren (twee Britse en een Belgisch). Verscheidene aanvallen konden worden afgeslagen.

Inheemse troepen in Britse en Belgische dienst graven loopgraven bij de versterking. The Illustrted War news, 1-12-1915.

Aan beide zijden bestaan de troepen vooral uit zwarte soldaten, aangevoerd door Europese officieren. De Duitsers beschikken ook over een paar honderd Arabische soldaten, plus inlanders die als “hulpkrijgers” zijn ingelijfde, en meer dan tachtig Duitse vrijwilligers.

De Duitse aanvallen werden uitgevoerd onder bevel van Kurt Wahle, een gepensioneerde generaal die toevallig op bezoek was in Afrika toen de oorlog uitbrak en meteen zijn diensten aanbood. Met zijn 69 jaar zou hij de oudste bevelhebber van de oorlog zijn.

"Het Duits verzet in Oost-Afrika is feller dan de Britten hadden verwacht". Uit Lustige Blätter, februari 1915.

Koning Albert bezoekt Frankrijk

Koning Albert ( de lange man in het midden) heeft de voorbije dagen een officieel bezoek gebracht aan Frankrijk. Hij heeft er onder andere samen met de Franse president een centrum van de luchtmacht bezocht.

Loopgravenhumor

Verbroederingen tussen vriend en vijand zijn erg zeldzaam geworden sinds kerstmis, maar af en toe sturen ze elkaar wel boodschappen. Ergens aan het IJzerfront laten de Duitsers weten aan de Belgen aan de overkant dat "hun koning geen woning" meer heeft. Maar de"keizer heeft de IJzer niet", is het Belgische antwoord (tekeningen van Alfred Bastien, gepubliceerd in The War Illustrated, 22 september 1915).

Meest gelezen