Fouten die u beter niet maakt in het bijzijn van onze taaladviseur

Een lijstje van de meest gemaakte of grootste taalfouten, naar aanleiding van de start van de Week van het Nederlands. Dat is wat we vroegen aan onze taaladviseur Ruud Hendrickx. Niet zo evident, zo blijkt wanneer we enkele dagen later een mailtje van hem ontvangen. Omdat we toch iets verwachtten, zette hij graag iets op papier. Of op onze site.

Een lijstje maken met de meest gemaakte of grootste taalfouten? Nee, dat kan ik niet. Want cijfers over taalfouten heb ik niet en hoe bepaal je of een taalfout een grote taalfout is? Bestaat er trouwens ook zoiets als een kleine taalfout?

Nee, dat kan ik dus niet. Maar ik kan wel een lijstje maken van fouten waar mijn haren overeind van gaan staan. Uw lijstje, beste lezer, ziet er wellicht anders uit. Misschien ligt u zelfs helemaal niet wakker van taalfouten. Ik doe dat trouwens ook niet, niet letterlijk. Er zijn belangrijker dingen in het leven.

Maar hier komt het dan: mijn hoogst persoonlijke lijstje van taalfouten die me weleens binnensmonds en soms ook buitensmonds doen vloeken. Ze staan in willekeurige volgorde.

1

Als je ergens niet in het minst ziet staan, kun je er donder op zeggen dat er niet het minst had moeten staan. Er is een hemelsbreed verschil tussen de twee. Het kan zelfs niet groter: ze betekenen juist het tegenovergestelde. Niet in het minst betekent ‘helemaal niet’, niet het minst ‘vooral’. In veel teksten worden wel heel vreemde dingen beweerd. Wat moet je denken van een politicus die naar eigen zeggen verslaafd is aan de Franse cultuur, ‘niet in het minst aan de literatuur’?

2

Ervan uitgaan is de enige goede spelling van die combinatie. Je gaat uit van iets. ‘Van iets’ wordt ‘ervan’. Uit en van hebben in dit geval niets, maar dan ook niets met elkaar te maken. Je spelt die twee dan ook nooit aan elkaar. In dit geval.

3

Ik wil ze de kost niet geven, de mensen die zij die zeggen en schrijven als het hen die moet zijn. En het is zo simpel. Niemand zegt dat hij zij heeft gezien. Nee, hij heeft hen gezien. Wel, dat blijft zo als er een zinnetje volgt. Dat heb ik al duizenden keren gezegd tegen hen die voortdurend zij die zeggen.

4

En over de kost geven gesproken. Kost is eten. Vergeet de kost van de gezondheidszorg, de vergrijzing en de huisvesting. Dat zijn kosten. Grote kosten.

5

Zulke mensen zouden ze op een raket moeten zetten en afschieten. Dat zegt mijn moeder meer dan eens. Maar dan in het Tiens. Zulke mensen, niet zo’n. Wat geldt voor het Tiens, geldt ook voor het Nederlands. Bij een meervoud hoort zulke. Moeilijk te begrijpen is dat niet: zo’n is kort voor zo een. Een gebruiken we niet bij een meervoud. Toch?

6

Als er nu iemand roept dat ik niet moet beginnen zagen, dan roep ik terug: ‘Beginnen te zagen!’. Ik denk dat het iets uit het westen van het land is, want in het oosten hoor ik het bijna nooit. Je zegt dat het begint te regenen. Ja, toch? Zeg dan ook dat ik niet moet beginnen te zagen.

7

En zeg vooral niet dat ik terug begin te zagen. Ik begin weer te zagen. Ik geef toe dat het verschil soms subtiel is, maar onthoud het zo: als je opnieuw kunt zeggen, is het weer. Het is misschien wat kort door de bocht, maar in de meeste gevallen klopt het wel.

8

En ja, van hoe noemt dat? ga ook ik over de rooie. En nee, je kunt me niet vermurwen door te zeggen dat noemen zachter klinkt dan heten (echt gehoord als argument!). Dat noemen is al zo wijdverspreid dat ik tegenwoordig een vreugdedansje doe als iemand nog eens heten zegt.

Maar...

Maar, beste lezer, de Week van het Nederlands moet vooral een feestweek zijn. Laat u het leven niet vergallen door een taalfoutje hier en een taalfoutje daar. Geniet vooral van de schoonheid van onze taal. Dat doe ik ook. Heb de taal lief als een echte taalliefhebber.

Geïnteresseerd in nog meer taalkwesties? Op de website www.vrttaal.net vindt u heel wat informatie. Daar kunt u zich overigens inschrijven op de taalmails van de taaladviseur.

Meest gelezen