"Verbod onverdoofd slachten kostte schapenhouderij ruim 1,2 miljoen euro"

Het verbod op onverdoofd slachten tijdens het voorbije Offerfeest heeft de schapenhouderij 1,2 tot 1,7 miljoen euro verlies bezorgd. Dat beweert de Boerenbond in het magazine Boer & Tuinder. De grote professionele bedrijven verloren tot 68.000 euro, voor middelgrote bedrijven wordt het gemiddelde verlies op 15.000 euro geschat en voor de kleine bedrijven op 6.000 euro.

De landbouworganisatie komt tot deze bedragen door te wijzen op het verschil dat de verkoop van een dier opbrengt tijdens het Offerfeest en in de gewone handel. Tijdens het Offerfeest wordt 200 à 225 euro betaald per dier, in de gewone handel is dat slechts ongeveer 140 euro. Door het verbod op onverdoofd slachten op tijdelijke slachtplaatsen werden naar verluidt ongeveer 20.000 schapen minder verkocht en geslacht.

De Boerenbond verwijt vooreerst Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) dat hij te weinig garanties heeft geboden dat er tijdens het voorbije Offerfeest voldoende slachtcapaciteit zou zijn voor onverdoofd slachten in de erkende slachthuizen. "In het verleden, vooraleer er tijdelijke slachtvloeren werden ingevoerd, was de capaciteit immers ook ontoereikend", aldus de organisatie. De vrees dat de slachtcapaciteit niet groot genoeg zou zijn was de reden voor de Raad van Moslimtheologen om begin september moslimgezinnen vrij te stellen van het offeren van een schaap.

"Als de Raad van Moslimtheologen echter beslist dat, zoals in andere landen, verdoofd slachten tijdens het Offerfeest toegelaten wordt, is het probleem opgelost. In Ierland, Denemarken en Zwitserland zouden de moslims daarmee minder problemen hebben", aldus de Boerenbond. De landbouworganisatie benadrukt daarom de nood aan een goede dialoog tussen de verschillende geloofsgemeenschappen, de veehouders en de overheid. Ze erkent het hoger risico op pijn en lijden bij onverdoofd slachten, maar pleit voor een regeling op Europees niveau die ritueel slachten zou verbieden.