Woordvoerder Michel ontkent intimidatie van RTBF-ploeg

De Franstalige woordvoerder van premier Charles Michel (MR), Frédéric Cauderlier, ontkent dat hij tijdens het recente staatsbezoek van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft geprobeerd een ploeg van de RTBF te intimideren. Cauderlier reageert daarmee op een filmpje dat de Franstalige openbare omroep heeft verspreid waarin een aanvaring tussen hem en een groep RTBF-journalisten is te zien.

In het bewuste filmpje is te horen hoe een RTBF-journalist president Erdogan tijdens zijn bezoek in Brussel een kritische vraag stelt over een jonge Turkse journalist die in Turkije in de cel zit. Cauderlier reageert hierop bijzonder misnoegd en zegt de journalisten onder meer dat de vraag niet mag worden uitgezonden. "Dit is een zware fout en ze zal niet zonder gevolgen blijven", is te horen.

"Ik kan erkennen dat de toon misschien niet gepast was", aldus Cauderlier tegenover Belga. De woordvoerder verwijst naar de "redelijk gespannen" sfeer vanwege de veiligheidsmaatregelen rond zo'n bezoek en de vertraging op de planning. Cauderlier zei dat zelfs Turkse regeringskritische journalisten, in naam van de persvrijheid, geaccrediteerd werden bij het perspunt van Michel en de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, wat de autoriteiten in Ankara niet lijkt bevallen te zijn.

Een ander element dat Cauderlier aanhaalt is het gedrag van de RTBF-ploeg van het programma "7 à la Une" en de journalist "die helemaal niet de regels respecteerde" die vastgelegd waren voor dit onderhoud. Nog volgens Cauderlier wilde hij vooral het portretrecht bewaken van een medewerkster van het kabinet.

De woordvoerder voegt er nog aan toe dat het kabinet van de premier achteraf niet geklaagd heeft bij de RTBF, en dat er tussen dinsdag, de dag van het incident, en zaterdag, de dag van uitzending, "geen enkel" contact geweest is tussen de twee partijen.

Eerder had de Europese journalistenfederatie de "intimidatiepogingen" vanuit het kabinet-Michel veroordeeld, en de Vlaamse journalistenfederatie VVJ gaf te kennen het "erg" te vinden dat een medewerker van de premier meegegaan is in de intimidatie vanuit het Turkse regime.