"Tot 23 jaar zou het jeugdrecht moeten gelden"

Senator Bert Anciaux (SP.A) wil de strafrechtelijke meerderjarigheid verhogen tot 23 jaar. Hij baseert zich daarvoor op wetenschappelijke studies die aantonen dat het menselijke brein tot de leeftijd van pakweg 20-25 jaar groeit en dus niet stopt op 18 jaar. Anciaux dient alvast een voorstel van resolutie in, dat schrijft De Standaard. Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) staat alvast open voor het debat.
Nicolas Maeterlinck

"Ruw geschat is zo'n 20 procent van de gevangenisbevolking jonger dan 24. Van die 2.000 jonge delinquenten zitten er veel vast voor relatief kleine misdrijven. Zij komen niet beter uit de gevangenis, integendeel", aldus de senator. 

Anciaux beroept zich alvast op wetenschappelijke studies. Die toonden aan dat het menselijke brein blijf groeien tot pakweg de leeftijd van 20 tot 25 jaar. Het laatst volgroeid is de prefrontale cortex. Dat is de zone waar de zelfbeheersing, het bewust worden van de gevolgen van de eigen daden, het toekennen van prioriteiten enzovoort zich ontwikkelen.

De SP.A'er wil de 18-plussers niet gelijkschakelen met minderjarigen, maar pleit voor een aparte categorie in het jeugdrecht, namelijk de 18 tot 23-jarigen. Anciaux maakte ook al een kostenberekening: 500 begeleiders zouden samen 25 miljoen euro per jaar kosten. "Dat is een besparing tegenover de kosten die de jonge volwassenen als (ex-)gedetineerde zouden veroorzaken."

Geens ziet mogelijkheden

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) reageerde in "De ochtend" op het voorstel van Anciaux. "Er zijn twee aspecten aan het voorstel. Wat het eerste aspect betreft: de regering-Verhofstadt is destijds een andere richting uitgegaan met de mogelijkheid om jongeren op 16 jaar uit handen te geven van de jeugdrechter. We vonden toch dat jongeren onder de 18 jaar soms door de aard van hun daden strafrechtelijk verantwoordelijk moesten worden gemaakt. Ik ben dus een beetje bevreesd voor het laten stijgen van de verantwoordelijkheidsleeftijd. Maar dat is mijn intuïtie, ik ken de studies van de hersengroei niet zo goed. Ik moet daarvoor met experten spreken."

Voor het tweede aspect van het voorstel, de aard van de bestraffing, staat Geens wel meteen open. "Intuïtief voel ik meteen iets voor een verbetering van het penitentiair klimaat en een aangepaste bestraffing voor de jeugd. Er zijn namelijk alternatieve bestraffingen en speciale probatievoorwaarden die minder de nadruk leggen op de gevangenis, maar meer op alternatieve vormen die constructiever zijn en die wellicht tot minder recidive leiden."