"Niemand komt naar Venetië voor Klimt"

Venetië denkt erover om topkunst uit de stadsmusea te verkopen om zijn schuldenput te dempen. Het gaat om moderne kunst, zoals het schilderij "Judith II (Salome)" van Gustav Klimt. "Kunst die geen rechtstreekse band heeft met onze stad."

Venetië kampt al jarenlang met het stijgende waterpeil. De funderingen van de middeleeuwse palazzo's zinken weg, terwijl ook de kanalen schoon moeten worden gehouden. De Venetiaanse schuld is fors opgelopen. "Binnenkort kunnen we zelfs de kinderopvang niet meer betalen", zegt burgemeester Luigi Brugnaro.

Om de stadskas te spijzen, heeft Venetië de voorbije jaren al enkele historische palazzi verkocht. Zo kwam het pand Fontego dei Tedeschi uit de zestiende eeuw drie jaar geleden in handen van de familie Benetton, bekend van het gelijknamige modemerk.

"Noch Klimt, noch Chagall heeft rechtstreekse band met onze stad"

Nu denkt het stadsbestuur erover om twee topstukken te verkopen uit het Ca' Pesaro, het museum voor moderne kunst. Het gaat om "Judit II (Salome)" van Gustav Klimt (foto onder) en de "Biddende jood" van Marc Chagall. Het eerste schilderij zou minstens 200 miljoen euro kunnen opbrengen, het tweede minstens 80 miljoen euro.

Brugnaro verkiest topstukken van moderne meesters van de hand te doen, en geen Venetiaanse renaissancekunst. "Noch Klimt, noch Chagall heeft een rechtstreekse band met onze stad. Hun werk verkopen is dus aanvaardbaar in economisch moeilijke tijden". Hij wordt bijgetreden door kunsthistoricus Vittorio Sgarbi. "Niemand komt naar Venetië om Klimt te zien. Die kan evengoed ergens anders hangen. Als we moeten kiezen tussen Klimt en Venetië, dan is het beter dat Klimt sneuvelt."