Bijna 9 procent van sociale woningen voorbehouden voor senioren

Bijna 9 procent van het sociaal woonpatrimonium wordt voorbehouden voor senioren. Zo tellen we vandaag reeds 13.500 sociale woningen die aangepast zijn aan de noden van 65-plussers. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans (N-VA) gaf in antwoord op een vraag van Vlaams Parlementslid Ingrid Lieten (SP.A).
Archieffoto

Recent sprak CD&V-Parlementslid Katrien Schryvers op basis van een eigen bevraging van een tekort aan sociale woningen die aangepast zijn aan de noden van senioren. Volgens Schryvers is amper 1,8 procent van de sociale woningen nu aangepast, bijvoorbeeld met bredere deuren of een aangepaste badkamer. Om dat cijfer op te krikken, pleit Schryvers voor quota.

Er kwam uit N-VA-hoek al kritiek op de bevraging van Schryvers. Parlementslid Björn Anseeuw noemde het een "pseudowetenscappelijk onderzoek" en "onzin". Ook minister Homans bestempelt de bevraging als "allesbehalve representatief".

Homans kwam in de Commissie Wonen van het Parlement zelf met cijfers. Daaruit blijkt dat 13.500 woningen op een totaal van 150.000 voorbehouden zijn voor senioren.

"Die woningen zijn aangepast, dat wil zeggen veiligheidsgrepen in de badkamer, verhoogde stopcontacten, met lift of gelijkvloers gelegen, in de buurt van een zorgcentrum,...", aldus Homans. "Dit betekent dat zowat 9 procent van de sociale woningen voorbehouden wordt voor senioren. In de praktijk zijn dit er nog meer, want niet iedere gemeente beschikt over een Lokaal Toewijzingsreglement".

Lieten: "Ritme van investeringen moet omhoog"

Vlaams parlementslid Ingrid Lieten (SP.A) vindt wel dat de minister het ritme voor de investeringen in sociale serviceflats moet optrekken. Voormalig minister van Wonen Freya Van den Bossche had de sociale huisvestingsmaatschappijen de opdracht gegeven om vanaf 2014 100 miljoen euro per jaar te reserveren voor de bouw van sociale serviceflats. Volgens Lieten wordt dat investeringsritme voorlopig niet gehaald.

"De minister antwoordde dat deze budgetten niet geoormerkt zijn en de huisvestingmaatschappijen niet verplicht zijn dit ritme aan te houden. Ik heb de minister gevraagd te onderzoeken hoe zij het ritme kan opvoeren", aldus Lieten.