Braziliaanse presidente beschuldigt oppositie ervan staatsgreep te willen plegen

De Braziliaanse presidente Dilma Rousseff heeft de oppositie ervan beschuldigd aan de macht te willen komen via "een staatsgreep". Ze deed haar zware uitval op een vakbondsmeeting in Sao Paulo.

Rousseff, die aan tweede mandaat bezig is, ligt zelf zwaar onder vuur. Vorige week lekte een audit uit waaruit blijkt dat ze vorig jaar - voor de verkiezingen - de begroting op een onwettige manier zou hebben opgesmukt. Voor de oppositie kan die audit de basis vormen voor het opstarten van een afzettingsprocedure tegen Rousseff.

"Het gaat erom dat men op een artificiële manier een ontslagprocedure opstart tegen een regering die rechtstreeks is verkozen. Er waren 54 miljoen stemmen voor ons project", trok de presidente van leer.

Volgens haar bezondigt de oppositie zich aan een "putschistisch discours", waarbij ze haat en onverdraagzaamheid verspreiden. Daarbij wordt niet alleen zijzelf geviseerd, maar ook wat ze vertegenwoordigt, luidde het. "En wat is dat? De historische realisaties van de regering-Lula die Brazilië hervormd hebben. De staatsgreep die de ontevredenen willen, is een staatsgreep tegen het volk. Maar ze kunnen er zeker van zijn dat dat niet zal lukken."

Als gevolg van de economische recessie waarin Brazilië verkeert en het Petrobras-schandaal, is de populariteit van Rousseff tot een historisch dieptepunt gezakt.