Bulgarije nu helemaal in oorlog

14 tot 20-10-1915: Bulgarije is nu helemaal betrokken in de oorlog, niet alleen met Servië, maar ook met alle bondgenoten van Servië. In de Balkan proberen nu alleen nog Griekenland en Roemenië buiten de oorlog te blijven.

Op 14 oktober verklaarden Bulgarije en Servië elkaar wederzijds de oorlog. De dag daarop kreeg Bulgarije een oorlogsverklaring van Montenegro en Groot-Brittannië. Een dag later volgde Frankrijk, nog eens drie dagen later Rusland en Italië. Dit alles nadat de Bulgaarse legers Servië waren binnengedrongen.

"De nieuwe vijand". Uit La Domenica del Corriere, 1915, nr 42. Beginfoto: Bulgaarse dienstplichtigen in de bloemetjes gezet (Der Grosser Bilderatlas des Weltkrieg, nr 2).

De Geallieerde regeringen hebben meteen een blokkade ingesteld langs de Bulgaarse kust aan de Egeïsche Zee. Sinds de Balkanoorlog van 1912 beschikt Bulgarije daar over een kuststrook in het gebied dat bekend staat als West-Thracië.

De Bulgaarse havens aldaar vormen een bedreiging voor de verbindingen met het Turkse schiereiland Gallipoli, waar de Geallieerden nog altijd strijd voeren.

Servische artillerie op de terugtocht na de val van de hoofdstad Belgrado (The Illustrated War Newws, 15-10-1915).

Buurland Roemenië heeft intussen bevestigd dat het Servië niet ter hulp zal komen, net zo min als Griekenland, ondanks alle diplomatieke druk. In Roemenië zelf wil de oppositie nochtans dat het land gaat deelnemen aan de oorlog, omdat Bulgarije en Oostenrijk-Hongarije als vijanden worden beschouwd.

Intussen zijn er in Macedonië al gevechten geweest tussen Bulgaarse en Franse divisies. Dat heeft niet belet dat de Bulgaren de stad Štip hebben ingenomen.

Servische burgers op de vlucht wachten bij een stationnetje op een trein. De inval van het Oostenrijks-Hongaarse leger en zijn bondgenoten veroorzaakt paniek. Bij hun eerste inval een jaar eerder hebben de Oostenrijks-Hongaarse troepen honderden Servische burgers willekeurig vermoord en er is ook op grote schaal verkracht. The Illustrated War News, 3 november 1915.

"De Dood moet zijn zaak nu nog verder uitbreiden". Uit: De Amsterdammer, 21-11-1915.

Einde gevechten bij Loos

Na een strijd van drie weken heeft het Britse leger een punt gezet achter het offensief bij Loos, in de Franse mijnstreek rond Lens. De Britten zijn erin geslaagd de door hen veroverde Hohenzollern-redoute met succes te verdedigen tegen een Duitse aanval, maar verder ging het offensief niet.

De gevechten in Loos gezien vanuit een Duits standpunt. Tekening uit Österreich's Illustrierte Zeitung, 28-10-1915.

Een laatste Britse aanval mislukte door een acuut tekort aan handgranaten. De Britten zaten tijdens de slag regelmatig met problemen in munitiebevoorrading. Om geen artilleriegranaten te verspillen, moesten Britse verkenningsvliegtuigen de positie van de doelwitten voor de artillerie verkennen.

Britse en Franse krijgsgevangenen worden afgevoerd door de straten van Rijsel, een van de Franse steden die in handen is van de Duitsers (eind september, begin oktober 1915)

Daarenboven wierpen Britse vliegtuigen tijdens de gevechten bommen uit op de vijandelijke linies. Het is voor het eerst dat het vliegwezen wordt ingezet voor tactische bombardementen, dus voor ondersteuning van gevechten op de grond.

Britse militairen keren in Loos terug van de frontlijn. The Illustrated War News, 24-11-1915.
In Londen worden de op de Duitsers buitgemaakte kanonnen tentoongesteld bij de Horse Guards Parade. The War Illustrated, vol. 4.

Voor de Britten ging het om de zwaarste gevechten sinds de eerste slag bij Ieper, nu bijna een jaar geleden. Ze verloren bijna 50.000 man, dubbel zoveel dan de Duitsers. Onder de Britse vermisten bevindt zich de zoon van de bekende schrijver en Nobelprijswinnaar Rudyard Kipling.

Iets zuidelijker dan Loos duurt het Franse offensief bij Arras nog altijd voort.

De Britse en Franse terreinwinst in de Artois van 24 tot 30 september (Le Miroir, 17-10-1915).
De Franse opperbevelhebber Joffre: "Het was weer niets!". "En dat noemt u niets", antwoorden de stemmen uit de graven. Ulk, nr 41, 1915.

Nieuwe reeks verbodsbepalingen

De laatste weken wordt het bezette België meer dan ooit bedolven onder een nieuwe reeks van verbodsmaatregelen.

Zo waarschuwt gouverneur-generaal von Bissing tegen de Vlaamse gewoonte om gekooide vinken blind te maken voor zangwedstrijden. “Het opzettelijk blinden van vogels is wreedheid, wat ik hoegenaamd niet duld.”

"De verbaasde vogelvriend: merkwaardig ..... alleen de gieren willen naar mij komen"; Jordaan in De Amsterdammer, 21-11-1915.

Fotograferen voor particulieren is voortaan verboden. Buitenlandse toeristen kunnen nog een vergunning vragen om foto’s te nemen. Belgische burgers zullen alleen nog in uitzonderlijke gevallen hiervoor toestemming krijgen. In elk geval is er een verbod op “opnamen van verwoeste gebouwen en alle opnamen, waarmede de vijand kan gediend zijn”.

Praktische vertaling van het fotografie-verbod in de "Kommandantuur Gent" , begin november 1915. Alle bezitters van fototoestellen en toebehoren moeten zich de komende weken melden en een vergunning vragen, te beginnen op 13 november met de personen wiens naam op A en B begint, enzovoorts (collectie Stadsarchief Gent)

Wie nog duiven mag houden, zal voortaan nog strengere voorschriften in acht moeten nemen. Zo komen erx  speciale formulieren waarin alle gegevens over de duiven moeten worden bijgehouden.

Een ander verbod betreft het bezit van springstoffen zonder toestemming. Op overtredingen staan strenge straffen. Zelfs de doodstraf, als de springstoffen bedoeld waren om “het Duitse Rijk of zijn bondgenoten te benadelen”.

Links, de burgemeester van Ledeberg roept op om mensen die duiven houden te verklikken, want elke keer dat iemand met duiven betrapt wordt, leggen de Duitsers vaak de hele gemeente straffen op, en dat op een moment dat die "meer dan 4000 monden moet spijzen". Rechts, de veroordeling van enkele duivenhouders wordt ter afschrikking  ruim bekend gemaakt.

Voortaan is het ook uitdrukkelijk verboden om vijandelijke militairen onderdak te geven. Ook hier kan de doodstraf worden uitgesproken als de dader “een vijandelijke macht heeft willen bevoordelen”. Wellicht heeft het proces tegen Edith Cavell en haar netwerk hier iets mee te maken.

De Duitse militaire gouverneur van Brussel eist bovendien dat de inwoners elkaar onderling zouden bewaken op spionage. Hij stelt vast dat de laatste tijd veel gebouwen waar Duitse troepen verblijven, worden aangevallen door vijandige vliegtuigen en verdenkt de burgers dat ze daarover informatie doorgeven.

Als dat na 25 oktober nog gebeurt, zo dreigt hij, zal hij de burgers verplichten Duitse troepen in hun huizen in te kwartieren, wat in Brussel tot nu toe niet het geval was.

Een markt in Aarschot dat bij het begin van de oorlog deels verwoest werd. Het kraam met tweedehandskledij is opvallend groot, textiel is duur geworden en moeilijk te vinden (The War Illustrated, vol. 4).