Verzopen onder de baby's - Celia Ledoux

Maandag opende het radiomiddagjournaal ermee: Onthaalouders konden de administratieve druk niet meer aan. Steeds meer onder hen stoppen ermee. Dat is lastig in een politieke cultuur die voor elk kind een opvangplaats wil garanderen – en daarvoor behoorlijk wat compromissen sloot. Maar doen juist die compromissen de onthaalouders niet stoppen?

Celia Ledoux is auteur en columniste.

Druk op de ketel

Sinds het laatste decreet rond kinderopvang is de druk op opvangplekken toegenomen, en niet alleen administratief. Die administratie vertegenwoordigt naast meer papieren ook meer regelgeving, en uit liefde voor de wet of papierwerk kan je advokaat of boekhouder worden, maar geen onthaalouder.

Het verhaal dat niet wordt verteld, maar sterk aanwezig is: ook bínnen het werk kwam er veel meer druk op de ketel. Afhankelijk van je crèche of opvangplek moet je per persoon tot acht kinderen opvangen, negen tijdens de slaapuren.
Acht baby's per persoon! Negen!
Stelt u zich even voor, alleen tussen acht baby's. Die moeten gevoed en verschoond worden, die geven over en wenen als je ze niet goed verzorgt. Dan hebben we het nog niet over knuffelen, in slaap wandelen, mama missen, dragen, met ze spelen of doen alsof je hun buikje opeet tot ze hikken van het lachen.
Voelt u zich wat wankel worden? Ik ook.

Een decreet geschreven door baby(pop)kenners?

Alleen al het detail dat er méér baby's per persoon worden berekend bij slaaptijd, getuigt van een bepaalde visie. Zo'n regel is hetzij ontsproten aan wie met babypoppen en niet baby's speelt: die sluiten hun ogen namelijk vanzelf als je ze neerlegt en openen ze weer als je ze oppakt. Hetzij aan wie rigoureuze slaapprotocollen aanhangt en héél goed baby's langdurig kan horen wenen – al is dat heel erg slecht voor ze.

Zo iemand stelt zich slaaptijd ontspannener voor dan waaktijd. Alleen zo iemand wapent een slaapzaal niet met méér verzorgers. Alleen wie nooit een baby heeft meegemaakt of zich van hun noden niets aantrekt, gelooft dat je ze als wekkertjes kan timen zodat ze synchroon als waterballetdansers zich omdraaien en een probleemloos slaapje van exact twee uur doen, zonder verdere aanmoediging of troost. Alleen zulke mensen denken dat je inslapen gewoon kàn, in plaats van het te leren met zachte, liefdevolle zorg.

De rest van ons denkt: ochot. Je zal daar maar staan als verzorger. Verzopen onder de trieste baby's. Ochot, je zal daar maar liggen als baby'tje. Onbegrijpend, maar met heel legitieme, onbeantwoorde liefdes – en zorgnoden.

“Wij houden het inderdaad niet meer uit”

Het is niet de eerste keer dat ik hierover schrijf. In mijn eerdere stukken nodigde ik soms direct minister Vandeurzen en zijn medewerkers uit om hierover te praten. Ik ging er nog van uit dat het een vergetelheid betrof, zij het een erg grote. Een keer kwam er een antwoord per tweet, met belofte tot latere reactie. Die nooit arriveerde.

Ik schreef die stukken behoedzaam want voor je het weet ben je, alle anekdotes die je hoorde ten spijt, toch theoretisch uit je nek aan het kletsen.
Maar de reactie uit het veld kwam, massaal en heftig. Ze was elke keer opgelucht, schrijnend en hopeloos.

Opgelucht omdat eindelijk iemand hierover schreef en vertolkte waar het schoentje wrong. Gestaafd door specialisten die de leeftijd van 0 tot 2 jaar cruciaal noemen voor hersenontwikkeling, voor latere relationele, emotionele, sociale, intellectuele gezondheid. Door instanties als de WHO en Unicef, die droog berekenden dat investeringen in de leeftijd van 0 tot 2 zich het meest en best terugbetaalden later in het leven, en die richtlijnen gaven. 3 à 4 baby's vonden zij, samen met de leerstoel Kinderontwikkeling in Leiden, werkelijk een maximum.
Sinds het nieuwe decreet zitten wij gemiddeld aan zowat het dubbele. Die gemiddelde cijfers moet een crèche halen. Gemiddeld, want als een onthaalplek zich dus wijselijk indekt tegen ziekte- en vakantieperiodes, zitten daar periodiek makkelijk tien, een dozijn of meer baby's pér verzorger. Precies dat echooden ook ettelijke compleet overwerkte en doorgebrande verzorgsters.
Basisreactie: Wij houden het inderdaad niet meer uit.

Vindt u het gek dat verzorgers onder zulke omstandigheden vaak uitvallen door ziekte of burn-out? Zelfs onder normale werkomstandigheden zou kinderverzorger een knelpuntberoep zijn, al is het cruciaal voor kinderontwikkeling. Het wordt immers laag gewaardeerd en betaald. Ook in ons omringende landen is het niet zo makkelijk om verzorgers te vinden, hoewel zij van Denemarken tot Nederland en Duitsland veel minder kinderen per verzorger rekenen. Frankrijk gaat al eens uit de bocht, maar heeft gemiddeld evengoed minder kindjes per verzorger.

Daar rest je echter de overweldigende intrinsieke motivatie van je werk. Blije baby's, werk waarvan je voelt: ik maak hier een (onderbelichte) wereld van verschil.
Bij ons wordt ook die intrinsieke motivatie weggebrand, zodat de startcondities voor een kinderverzorger niet zelden – en zonder dat ze het weten – zielloos zijn.

De verzorger-kindratio: cruciaal

Er zijn van die onderzoeken waarvan je denkt: ja dahag, dat wist ik zonder onderzoek. Dat je dikker wordt zonder sport. Dat extreme topsport toch niet zo supergezond is. Bij alle onderzoeken die uitwijzen dat je voor drie heel kleine kinderen nog nét kan zorgen, maar dat het daarboven onmogelijk is om ze alle nodige zorg te geven, rollen kinderverzorgers en ouders met de ogen. Tell me something new.
Dat er per extra te verzorgen kind meer kans is op verwaarlozing en agressief gedrag door de verzorger: hadden we je ook zo kunnen zeggen.
Dat je boven drie kinderen niet meer de nodige één-op-één-aandacht kan geven, die zo ontzettend veel uitmaakt in hun ontwikkeling: vanzelfsprekend.

Allemaal vanzelfsprekend, en op ons land toegepast: allemaal schrijnend. Want niet een paar, maar heel veel van onze allerkleinste kinderen lopen dus risico op chronisch ondermaatse zorg door de huidige ondermaatse normen.

Dat bevestigden crèchehouders, onhaalouders en kinderverzorgsters keer op keer voluit na die vorige stukken. Ze waren gefrustreerd, triest en snapten niets van de beleidskeuzes. Ze hielden immers van kinderen en van hun beroep. Ze stapten eruit omdat liefdevolle zorg onmogelijk te bieden was binnen die omgeving, en die administratie en extra regelgeving was vaak nét dat te objectiveren duwtje in de rug.

Maar dé verhalen gingen over hoe de collega's “och die, die weent altijd, laat die maar liggen” over een huilend baby'tje zegden, en zij dat niet accepteerden. Een baby weent om een reden, wisten ze uit hun opleiding, uit hun gevoel, en uit de klaaglijke manier waarop die baby communiceerde. Maar als ze 'm oppakten, was iedereen boos. Want dan verwachtte die baby inderdaad opgepakt te worden bij huilen. Bijzonder gezond voor zijn ontwikkeling, nog een half emmertje werkdruk meer voor de verzorgers die het al te zwaar hadden.
Verzorgsters vertelden dat ze het niet konden hebben dat ouders hen vertrouwden, en dat ze elke dag heel hard oogkleppen moesten opzetten en die ouders de facto voorliegen. Want ze wisten vaak: dat kind had het niet goed gehad. Maar dat zegden ze niet. Want dat was not done.
Ze vertelden dat ze het ternauwernood volhielden maar zichzelf eronder verloren, of dat ze ermee hadden genokt omdat ze zichzelf voelden verharden zoals sommige collega's die al jaren in roulatie waren.

Verhalen van mensen die hun verhaal eindelijk vertolkt zagen, en die heel erg hoopten dat er nu écht serieuze aandacht voor dit verhaal kwam.
Pech voor hen.
Baby's zijn geen nieuws.

Beleid maken en doelbewust wegkijken

Al die kennis is zo makkelijk te verkrijgen.
Hij is ongecontesteerd en spijkerhard.
Hij ligt ter beschikking van iedereen die beleid maakt.
Ik bedoel het werkelijk niet polemisch maar als eerlijke vraag: als je dan beleid maakt dat basiskennis negeert, hoe ben je dan bezig? Hoe werkt dat? Vind je dat kinderwelzijn opofferen in naam van economisch belang, kwestie van collateral damage is? Is dit soort beleid een gevolg van onze om-de-vier-jaar-verkiezingen, en wordt het op dezelfde manier als klimaatverandering niet omgetornd omdat je de dramatische gevolgen pas na een halve generatie merkt?

Hoe krijg je stringenter normen waaronder kinderen en verzorgers verzuipen, verkocht als een bonuspunt? Hoe krijg je het idee uitgesproken dat onder dit decreet kwalitatieve zorg voor iedereen beschikbaar is?
Hoe verkrop je de onderzoeken? Dat een kindje dat thuis een minder liefdevolle, warme, aandachtige omgeving geniet of stabiele verzorgers en aandacht mankeert, veel meer schade zal ondervinden van ondermaatse kinderopvang?
Schrijnend maar desondanks vanzelfsprekend, niet? Iets dat elk beleidsmaker gewoon weet als die hersens heeft. Hersens en denkvermogen die ik elk van onze beleidsmakers toedicht.

Hoe zullen we het stellen met steeds minder crèches, steeds meer verzorgers die begrijpelijkerwijs uitstappen?
Zullen de oorzaken – de falende normen – worden herbekeken? Of wordt het weer eens de reflexreactie: nóg meer baby's stapelen per verzorgster?
Hoe vangen we die kinderen op binnen een halve generatie - met meer pillen? Wordt geestelijk verzorger een knelpuntberoep? Of redden ze het onderweg toch wel, zij het aberrant?

Zulke vragen stel ik me wel, bij zo'n nieuwsbericht.

Maar ik vraag me nooit af òf de administratieve werkdruk inderdaad te hoog is en de regels de spuigaten uitlopen. Óf er te veel kinderen zijn per verzorger. Òf de normen echt zo schadelijk zijn voor baby's én crèchepersoneel.

Als we de huidige normen bekijken zonder oogkleppen, weten we het antwoord daarop instinctief allemaal. Het spreekt gewoon vanzelf.

lees ook