De koning kwam. En zag. En zweeg.

Van staatsbanket naar seminarie, van bedrijfsbezoek naar politieke meeting, het Belgische koningspaar heeft er een drukke driedaagse opzitten in het moederland van koningin Mathilde. Een impressie in drie bedrijven.

Het was een rustige week in Kazimierz Dolny, maar niet voor de Belgische diplomaten in Warschau. De ambassade werd de voorbije weken overstelpt, zo laat ik me vertellen, door telefoontjes en mailtjes van de strekking "Ik ben toch ook belangrijk genoeg om uitgenodigd te worden?!?" Niet dat Filip een Zonnekoning is, maar veel, heel veel landgenoten in Polen wilden maar wat graag in zijn licht staan tijdens een van de evenementen starring Filip en Mathilde.

En zo geschiedde het dat het diner in de ambassade niet minder dan vierhonderd genodigden telde. Die werden verspreid over drie zalen. En in de ambassadetuin verrees een tent waarin -België blijft België- de nationale gastronomische trots, wafels en frieten dus, werden gebakken. "Daar hing me een geur! Mijn kostuum hangt nog altijd buiten te luchten", vertelt me een bevriende diplomaat.

Een: de president en de soldaat

Noblesse oblige, dus begon het koninklijke bezoek met een visite aan president Duda. Het presidentiële paleis, ooit de plek waar het vermaledijde Warschaupact werd ondertekend tussen de Sovjet-Unie en diens vazalstaten, ligt aan de drukste winkelwandelstraat van Warschau.

Wanneer dus aan dat paleis zendwagens van de Poolse televisiestations TVP (de Poolse VRT) en TVN (de Poolse VTM) parkeren, wanneer zes politiewagens met blauwe zwaailichten aan de poorten staan en wanneer Poolse en Belgische vlaggetjes vrolijk aan de straatlantaarns wapperen, dan troepen er gegarandeerd wandelaars samen om het spektakel te bekijken.

Een klasje schoolkinderen houdt halt. Ik vraag de lieve kindjes of ze koning Filip kennen, maar neen hoor, de ettertjes hebben nog nooit van hem gehoord.

Een stel Deense toeristen stel ik dezelfde vraag. Ook zij kijken me schaapachtig aan. Het merk België, er is nog werk aan.

Hoe zou dat er aan toe gaan, bedenk ik me, tijdens zulk een bezoek? Zouden president Duda en zijn vrouw vragen of de Belgische vorsten van op Melsbroek een aangename vlucht hadden? Of zouden ze meteen de laatste hand leggen aan een voorspelbare verklaring over de innige vriendschap en de economische belangen die beide landen verbinden? En zou koningin Mathilde niet een beetje kribbig doen tegen de president?

In het voorjaar won deze Duda geheel onverwacht de presidentsverkiezingen. Zittend president Bronislaw Komorowski wou zichzelf dolgraag opvolgen, maar dat feest ging dus niet door. Komorowski is een telg uit dezelfde familie als Anne Marie Komorowska. Deze Anne Marie is de moeder van koningin Mathilde.

Na de communistische machtsovername vluchtte haar adellijke gezin naar België, maar Bronislaw Komorowski is altijd in contact gebleven met gravin Anne Marie. Naar het schijnt, bellen ze elkaar behoorlijk vaak. Via die familieband is koningin Mathilde een verre nicht van de vorige president.

Mocht Komorowski herkozen zijn, dan ware het staatsbezoek aan de president tegelijkertijd ook een familiebezoek aan een verre oom. Nu moest Mathilde dus op de thee bij de man die oom Bronek de presidentiële sjerp ontfutselde.

Mijn gedachten omtrent de familie Komorowski worden in de kiem gesmoord wanneer het vorstenpaar het paleis verlaat. Er ontspint zich een drukte van jewelste. Potige kerels van de veiligheidsdiensten, mannen die er uit zien alsof ze elke dag naar een James Bondfilm kijken, stappen stuurs heen en weer.

De politiewagens laten hun sirenes loeien. Zwarte limousines van Duitse makelij rijden af en aan. Diplomaten, persattachés, meegereisde ministers en minister-presidenten, kortom: een half leger in donkere maatpakken wemelt door elkaar.

De échte soldaten intussen staan in slagorde, roepen orders en voeren een voor mij onduidelijke militaire choreografie op met paarden, geweren en sabels. Hop! Op naar het graf van de Onbekende Soldaat. Daar legt het koningspaar een bloemenkrans neer voor de ontelbare Poolse gesneuvelden op de al even ontelbare slagvelden waar de Poolse en Europese geschiedenis in de plooi werd gelegd.

Aan de rand van het plein staat het bronzen standbeeld van maarschalk Jozef Pilsudski. Hij was in het interbellum de facto de leider van Polen en de held van één van die beslissende veldslagen. In 1920 stopte hij immers de opmars van het Rode Leger en redde zo West-Europa van het communisme. Want het Rode Leger wou, na Warschau, opmarcheren tegen Berlijn en Parijs.

De Polen noemen de beslissende veldslag nu nog altijd “Het Wonder aan de Vistula-rivier”. Het is vandaag een prima dag om te denken aan die bloedige geschiedenis va Polen. Druilerig en koud is het. Het fleurige manteltje van koningin Mathilde contrasteert perfect met de grijzige mist die de torens van Warschau’s skyline omringt.

Twee: de toren en de ondernemer

Op de eenenveertigste verdieping van The Spire hangt een vrolijke opwinding. De fine fleur van de Belgische bouwnijverheid is hier samengetroept terwijl de presentator in vlekkeloos Engels de nabije, dan de werkelijke nabije, dan de zéér nabije en dan de nog méér nabije komst van de King of the Belgians aankondigt.

Het gezelschap bestaat uit ondernemers die in Polen wonen en CEO’s van de Belgische moederbedrijven die met het koningspaar zijn meegereisd. Wachtend op de koning en zijn gevolg doden we met zijn allen de tijd met cocktailhapjes, glazen wijn en fruitsap, joviale gesprekken onder concullega’s en het genot van een fabuleus uitzicht over Warschau.

The Spire is immers immens. Dit is het duurste kantoorgebouw van Polen, pardon: van heel Centraal-Europa. The Spire is ook het hoogste gebouw van Polen. Tot nu was die eer weggelegd voor het nabijgelegen communistische "Paleis voor Cultuur en Wetenschap", een ongevraagd "geschenk" van Stalin aan Polen.

Sovjetarbeiders hebben het gedrocht gebouwd op zo’n manier dat het van overal in Warschau te zien was: een blijvende herinnering aan de heerschappij van de Sovjets over de Polen. Nu wordt het Paleis dus de loef afgestoken door The Spire als symbool van het hedendaagse, kapitalistische Polen.

Koning Filip, de minister-presidenten, enkele ministers en hun gevolg bezoeken een tentoonstelling met realisaties van drieëntwintig Belgische bouwbedrijven in Polen. Onze gastheer is CEO van zulk een bedrijf: Paul Gheysens van GHELAMCO. GHELAMCO is niet alleen de bouwheer van het voetbalstadion van de beste ploeg van België, maar ook van deze Spire.

Ik kijk me de ogen uit naar de stad die ik als wandelaar, automobilist of passagier van tram en bus zo goed ken op grondniveau. Van op deze eenenveertigste verdieping, van op ruim tweehonderd meter hoog, lijken de wandelaars vijf centimeter groot en hebben de auto’s het formaat van Dinky Toys.

GHELAMCO is al 24 jaar in Polen actief en heeft in die tijd projecten gerealiseerd voor een duizelingwekkende 1,3 miljard euro. En nu heeft het bedrijf uit Ieper nog toelating voor de bouw van acht megatorens in de buurt van The Spire. Van op mijn grote hoogte zie ik inderdaad toekomstige bouwplaatsen, nu nog kale vlekken in het stedelijke weefsel van dit razendsnel veranderende Warschau.

Drie: de student en de afgevaardigde

Een dag later, de Universiteit van Warschau, een prachtige zaal vol stucwerk aan het plafond. Terwijl ik luister naar de sprekers, valt deze bedenking me te binnen: ik heb de koning nu al bij verschillende gelegenheden gezien, maar nog niet gehoord. De koning komt, kijkt, zwijgt. En hij zal dat ook nu weer doen, tijdens dit seminarie over de voordelen van uitwisseling van studenten tussen Polen en België.

Belgische en Poolse rectoren zijn het roerend eens dat zulk een uitwisseling bijzonder verrijkend is. De Waals-Brusselse minister-president Demotte vermeldt het pikante weetje dat studenten die een tijd aan een buitenlandse instelling studeren, vaker dan gemiddeld een buitenlands lief hebben.

En studenten zelf leggen in persoonlijke verhalen getuigenis af van een ervaring die hen leerde “voorbij de vooroordelen” te kijken. Zo vertelt een Vlaamse student in Warschau hoezeer hij verrast is door het levendige, optimistische, moderne Warschau, een stad die haar wonden van nazisme en communisme in snel tempo heelt.

Vlaams Afgevaardigde in Warschau Yves Wantens, die minister-president Geert Bourgeois vervangt, staat gerangschikt als allerlaatste spreker. Net voor hij het woord tot de zaal richt, komt de mededeling dat koning Filip ons zal verlaten.

Weer zie ik de haastige veiligheidslui, weer de snel afscheidnemende excellenties, weer de vorst die zwijgend naar buiten beent. Yves Wantens blijft er stoïcijns bij en verliest op geen enkel moment zijn cool. Na het vertrek van de vorst zegt hij monkelend: “Ik ga mijn speech toch beginnen zoals ik hem had geschreven. Dus: Sire, Excellenties,….”. Het publiek glimlacht. En die sire, die is ribbedebie. Dag Polen, tot de volgende keer!