Minimumrendement aanvullend pensioen daalt in eerste instantie tot 1,75 procent

Vakbonden en werkgevers hebben een nieuw, gewaarborgd minimumrendement afgesproken van 1,75 procent voor het aanvullend pensioen. Het uiteindelijke minimumrendement kan hoger liggen, maar dat hangt af van de langetermijnrente.
Groep van tien (archieffoto)

De sociale partners, verenigd in de Groep van Tien, hebben gisteravond een principeakkoord bereikt over de rendementsgarantie op de aanvullende pensioenen. Het gewaarborgd minimumrendement voor het aanvullend pensioen daalt tot 1,75 procent, maar dat kan hoger liggen afhankelijk van de langetermijnrente en met een maximum van 3,75 procent (meer uitleg onderaan). Met de huidige langetermijnrente wordt dat vooralsnog 1,75 procent.

Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) laat in een persbericht weten verheugd te zijn over het principeakkoord. "Het was dringend nodig om een oplossing te vinden, en dit om de ontwikkeling van de tweede pensioenpijler niet in het gedrang te brengen", zo klinkt het. Als ook de achterban van de sociale partners het akkoord bevestigt, wil hij zo snel mogelijk een wetsontwerp voorleggen aan de ministerraad.

Naast over het aanvullend pensioen, is ook een akkoord bereikt over enkele andere kwesties in verband met werklozen en langdurig zieken. Meer details daarover zijn er nog niet.

Hoe wordt het rendement berekend?

Er zijn in ons land drie pensioenpijlers: het wettelijke pensioen dat de overheid organiseert, de zogenoemde eerste pijler; het aanvullend pensioen dat de werkgever of de sector organiseert is de tweede pijler en de derde pijler is het pensioen waar je zelf voor spaart via bijvoorbeeld pensioensparen.

Die tweede pijler gebeurt in de vorm van een groepsverzekering of een pensioenfonds en momenteel is er een wettelijk bepaalde rendementsgarantie van 3,25 procent voor de werkgeversbijdrage en 3,75 procent voor de werknemersbijdrage, maar dat gaat dus veranderen. Voortaan is het minimumrendement 1,75 procent, maar dat kan aangevuld worden met een bedrag berekend op de langetermijnrente.

De berekening verloopt als volgt: Men neemt 65 procent van de tienjaarsrente op Belgische staatsleningen.

  • Indien dat bedrag lager is dan 1,75 procent, blijft het minimumrendement 1,75 procent.
  • Indien het bedrag hoger is dan 1,75 procent en lager dan 3,75 procent, dan behoudt men dit bedrag.
  • Indien het hoger is dan 3,75 procent, dan wordt het op maximaal 3,75 procent gelegd.

Kortom: de jaarlijkse rente wordt dus een variabel cijfer, met een ondergrens van 1,75 en een bovengrens van 3,75.

Aanzienlijke daling

Met de huidige stand van de langetermijnrente zal in eerste instantie het minimumrendement voor het aanvullend pensioen dus dalen naar 1,75 procent, aanzienlijk minder dan de huidige rendementen van 3,25 procent per jaar. Het is nog niet uitgeklaard of de nieuwe renteformule alleen zal gelden voor nieuwe contracten, of ook voor nieuwe stortingen in lopende contracten voor het aanvullend pensioen.

De werkgevers waren al langer vragende partij om de rendementsgarantie te veranderen. Als de verzekeraar of het pensioenfonds het minimumrendement niet haalt, moet de werkgever het verschil immers bijpassen.