Oktobervuur - Maja Wolny

Frank Deboosere heeft het bevestigd. We beleven de koudste oktoberdagen sinds een eeuw. Hoe kunnen we ons opwarmen in een steeds kouder wordende maatschappij? En kunnen buitenlanders in België een warme thuis vinden? Dat is blijkbaar niet alleen voor nieuwe vluchtelingen moeilijk, ook ordinaire expats beleven zware tijden.

Maja Wolny is een Pools-Belgische auteur en journaliste die sinds 2002 in België verblijft. Ze is momenteel terug naar haar thuisland verhuisd.

Lege flessen

Buitenlanders die in België wonen, vinden hier moeilijk vrienden. Ligt het aan hen of misschien aan de natives? Een bevriend vastgoedmakelaar uit Brussel raadt ten stelligste af om aan hoogopgeleide expats een appartement te verhuren. Naar hij vertelt, worden in die luxueuze, met minimalistisch design ingerichte flats veel in eenzaamheid leeggedronken whiskyflessen op de mooie vloeren stukgegooid. Brussel is voor buitenlanders een goeie plek voor een carrière-boost maar een dodelijk oord voor het hart. De expats die ik in België heb leren kennen, waren hier niet altijd gelukkig en sommige hebben België intussen weer verlaten.

Zo was er Kate. Kwam uit Canada, was een getalenteerde webdesigner, werd door haar vriendje uit Gent in elkaar geslagen. Hij was boos omdat Kate met een stel expatvrienden in Brussel ging stappen. Vriendje had geen auto, dus sprong hij woedend midden in de nacht op de fiets om enkele uren later tegen het eind van de party in de hoofdstad aan te komen. Wat hij zag, beviel hem niet. Daarom trok hij Kate aan haar donkere krullen en mepte haar in het gelaat. Gedurende enkele dagen en nachten kwam Kate bij ons logeren vooraleer ze naar Londen verhuisde waar ze nog steeds gelukkig leeft.

Een Braziliaanse vriendin, journaliste, vond hier geen job op haar niveau en werd door haar schoonfamilie uit Oudenaarde verplicht om in een kartonfabriek te gaan werken. Toen ze dat weigerde, werd de voorraadkamer gesloten: geen loon, geen kost. Ze kreeg enkel brood, kaas en water. Behept met een België-trauma, vluchtte ook zij het kanaal over. Gelukkig vond ze in Londen meteen een fijne baan.

Vriend voor het leven

Toen ik in het begin van de jaren 2000 een cursus Nederlands voor anderstaligen volgde, bleek mijn klasje in het Talencentrum van de Gentse universiteit een soort praat- en troostgroep voor eenzame buitenlanders. Onze lieve lerares sprak ons moed in: “Jullie moeten het hier gewoon worden. Het is niet gemakkelijk om met Belgen een vriendschapsband te smeden, maar eens het lukt, heb je een vriend voor het leven”. En ze liet ons het liedje “Brussel” van Johan Verminnen horen.

Het duurde ongeveer een jaar voor ik van een Belgische vrouw een vriendschappelijke uitnodiging kreeg om samen een koffie te gaan drinken. Zomaar, gewoon om te kletsen. De invitatie kwam van Inge, een dichteres, ik vergeet het nooit. We zijn trouwens nog steeds bevriend. Het duurde zeven jaar voor ik van een Belgische vrouw een vraag kreeg over mijn liefdesleven. Zulk een vraag, u weet wel, die vrouwen elkaar na een paar glazen wijn stellen. Die vraag kwam van Griet, die ik nu veel te weinig zie sinds ze een beroemde schrijfster is geworden.

Er wordt aan expats geadviseerd om hun huisdier of kinderen te gebruiken als lokaas voor sociaal contact. Je krijgt de goeie raad om aan het schoolpoortje te blijven staan met de hond en een aantal praktische vragen te stellen aan andere ouders. “In welke winkel vind ik witte turnpantoffels?” is een klassieker, net als “Kan u mij een goede dierenartspraktijk in de buurt aanbevelen?” Op dat soort vragen zal iedereen beleefd antwoorden en zelfs hulp aanbieden. Maar als je aan het schoolpoortje aan een van de bezorgde mama’s zou vragen “Wil je samen met mij een paar glazen wijn drinken en over de mannen kletsen?”, dan hoor je hoogstwaarschijnlijk dat ze het te druk heeft.

Honderd meter afstand

Sinds ik schoolgaande kinderen en een Franse bulldog heb, vind ik in België makkelijker vrienden. Ik voel mij trouwens geen expat meer, want dit is mijn land geworden. Toch denk ik dat je in België gemakkelijker verliefd kan worden dan met iemand bevriend geraken. Mannen zijn hier echt knap en er lopen veel blonde, slanke vrouwen rond. En bijna iedereen is gescheiden. In elke levensfase kan een spannend liefdesavontuur worden beleefd. Onder de kerktoren of in de grote stad, online of in real life. Snel en hygiënisch. Voor homo en hetero. Hoewel ik van Kate heb vernomen dat het in Londen toch nog iets sneller gaat.

In mijn geboorteland, Polen, wordt in oktober vaak een kampvuur gestookt. Om samen met vrienden gezellig in de warmte te vertoeven en bij te praten. Zulk een warme avond beleefden we vorige zaterdag bij Ela en Jarek in de tuin van hun nieuwe huis even buiten Warschau. Niks bijzonders, geen luxueuze maaltijd, geen chique kledij. In de gloed van een kampvuur kan je geen lauwe small talk produceren. Je zit dicht bij elkaar. Je staart in de vlammen, je kijkt naar het zwarte uitspansel en je kan niet anders dan over het echte leven praten.

Misschien is zulk een kampvuur een goede tip om de koudste oktober in honderd jaar te lijf te gaan. Maar helaas is dat in België quasi illegaal. Ik heb het voor de zekerheid opgezocht: de wetgeving verbiedt vuur op minder dan honderd meter afstand van boomgaarden, bossen, huizen of hagen. En in woonzones mag je gewoonweg niets verbranden. Kortom, in ons dichtbevolkte land kan je bijna nergens een hartverwarmend oktobervuur stoken. Wat wel kan, is een vurig gesprek voeren. Aan het schoolpoortje of op straat. Misschien zelfs met een expat.

lees ook