Vliegende Hollanders niet langer toegelaten op speelterreinen

Vliegende Hollanders, de groepsschommels met starre ophangelementen, zijn sinds oktober niet langer toegelaten op speelterreinen. Het blijkt technisch niet mogelijk om te voldoen aan de veiligheidsnorm voor dat toestel of met andere woorden om een minimale veiligheid te garanderen. Dat meldt de federale overheidsdienst Economie.

De veiligheidsnorm voor schommels stelt expliciet dat er geen starre en onbeweeglijke ophangelementen voor schommels gebruikt mogen worden. Aangezien de Vliegende Hollander niet aan deze norm voldoet, kan het toestel niet automatisch als veilig beschouwd worden, zegt Chantal De Pauw van de FOD Economie.

"In de praktijk blijkt de jongste jaren dat het technisch onmogelijk is om een oplossing te vinden die ervoor zorgt dat deze toestellen voldoen aan een minimaal vereist veiligheidsniveau. Daarom besloten we dat deze toestellen niet meer ter beschikking mogen worden gesteld."

Ongevallen met dit soort speeltoestellen kunnen leiden tot zeer ernstige hoofdletsels bij kinderen door het zware gewicht van het toestel en de grote impact bij een botsing. "Deze Vliegende Hollanders zijn ook niet makkelijk tot stilstand te brengen, waardoor de kans op een ongeval gevoelig toeneemt. Intussen bestaan er overigens voldoende veilige alternatieve speeltoestellen met dezelfde speelbeleving", aldus De Pauw.

Controles en boetes

De Pauw heeft geen idee hoeveel van die toestellen er in Vlaanderen nog zijn. Het Koninklijk Besluit hierover verscheen vorige week in het Belgisch Staatsblad.

De FOD Economie zal bij zijn controles van speelterreinen systematisch dergelijke groepsschommels buiten gebruik laten stellen. "Onze ervaring leert ons dat dit in de meeste gevallen vrijwillig gebeurt door de uitbaters. Indien een uitbater alsnog weigert de Vliegende Hollander buiten gebruik te stellen, riskeert hij boetes", aldus De Pauw.