Ziekteverzuim bij Vlaamse ambtenaren piekt boven 7 procent

Het ziekteverzuim onder Vlaamse ambtenaren is in 2014 gepiekt naar 7,13 procent. Dat percentage is sinds 2008 quasi stelselmatig gestegen. De gemiddelde ziekteduur is vorig jaar ook gestegen naar 10,6 kalenderdagen tegenover 9,3 in 2008. In een kwart van de ziektegevallen is de oorzaak psychosociaal, met name stress of burn-out. Dat blijkt uit cijfers die staan op de overheidswebsite bestuurszaken.be. Vlaams Parlementslid Ingrid Pira (Groen) wil de bevoegde minister Liesbeth Homans (N-VA) over de cijfers ondervragen.

Met uitzondering van 2009 is het ziekteverzuim bij de Vlaamse overheid sinds 2008 stelselmatig gestegen van 6,37 procent in 2008 tot 7,13 procent in 2014. Ter vergelijking, onder de federale ambtenaren lag dat cijfer in 2014 op 5,7 procent en in de privésector op 5,12 procent (cijfers van SD Worx). Groen-parlementslid Ingrid Pira: "We kunnen dus van een sprong in de cijfers gewagen. Voor het eerst wordt ook de grens van 7 procent doorbroken".

De cijfers tonen een sterke stijging van het aantal afwezigheden van één dag. Dat aandeel is gestegen van 7 naar 11 procent. Maar vooral het grote aantal dagen afwezigheid door langdurige ziektes weegt door. Ruim de helft (54 procent) van het aantal ziektedagen heeft te maken met afwezigheden die langer dan 30 kalenderdagen duren.

Ook de gemiddelde ziekteduur stijgt, van 9,3 dagen in 2008 tot 10,1 in 2013 en 10,6 in 2014. Traditiegetrouw is de gemiddelde ziekteduur het laagst bij de werknemers met een hoog opleidingsniveau. Maar opmerkelijk is dat de stijging in gemiddelde ziekteduur vorig jaar het sterkst was bij de personeelsleden van niveau A (universitair), met name van 6,7 kalenderdagen in 2013 tot 7,4 in 2014.

De grootste oorzaak van ziekteverzuim is alles wat valt onder "psychosociale dysfuncties", zoals stress en burn-out. Die categorie is goed voor minstens een kwart van het aantal ziektedagen.

Meer nieuws