Onze voorouders sliepen minder lang dan wij nu

Normaal gezien wordt aangeraden om 7 tot 9 uur per dag te slapen, maar onze voorouders sliepen wellicht nooit zo lang. Dat blijkt uit een Amerikaanse studie. De onderzoekers brachten het slaappatroon in kaart van geïsoleerde volkeren in Afrika en Zuid-Amerika. Gemiddeld sliepen de proefpersonen 6,5 uur per nacht. Ze deden ook bijna nooit dutjes en kenden geen slapeloosheid.

Professor Jerome Siegel wou met zijn onderzoek vooral gegevens verzamelen om te bestuderen hoe slaappatronen doorheen de eeuwen veranderd zijn. "Ik dacht dat deze jagers-verzamelaars, die vlug aan het verdwijnen zijn, ons een laatste kans bieden om echt te weten te komen wat ons slaappatroon was, voordat we onze verschillende beschavingen creëerden. Wat heel duidelijk is, is dat ze niet meer slapen dan dat wij doen."

Ter vergelijking: uit een groot Amerikaans slaaponderzoek blijkt dat de meeste mensen in de VS ongeveer 7 uur slaap gemiddeld krijgen.

Het moderne leven met artificieel licht, laatavondtelevisie en ook het eeuwigdurende licht van onze smartphone wordt vaak als oorzaak genoemd voor het verpesten van onze slaap.

Om te kijken hoe we vroeger als jagers en verzamelaars sliepen, bestudeerden de onderzoekers geïsoleerde volkeren in Tanzania, Namibië en Bolivia. 98 vrijwilligers kregen een armband aan waarmee hun slaappatroon werd vastgelegd.

"Alle drie de groepen hadden ongeveer hetzelfde slaappatroon", zegt Siegel. "Dat heeft me ervan overtuigd dat dit de gemeenschappelijke menselijke biologie weerspiegelt."

De meeste proefpersonen vielen in slaap 3,3 uur na zonsondergang. Verrassend was dat ze vooral sliepen in de periode dat de temperatuur zakt. Ze werden wakker op het koudste moment van de nacht.

Hoewel ze minder lang slapen dan de moderne mens, voelen ze zich niet moe. Ze slapen ook zelden tussendoor.